Wetenschap en Genesis 3:6
Deze week kwam ik een filmpje tegen van Scientias.nl. Daarin wordt de Hayflick-limiet uitgelegd. Wat is de Hayflick-limiet? Dat leg ik je hieronder uit.
Hayflick-limiet
In 1961 liet Leonard Hayflick (wetenschapper) zien dat cellen in het menselijk lichaam niet onbeperkt doorgaan met delen. Hij zag in zijn onderzoek dat cellen een soort innerlijke grens hebben: ze vernieuwen zich een aantal keren, maar op een bepaald moment houden ze ermee op.
Wat hij bijzonder duidelijk aantoonde, was dat dit niet kwam door de omstandigheden waarin de cellen leefden. Hij mengde jonge cellen met oudere cellen, in precies dezelfde voedingsbodem en onder dezelfde omstandigheden. Toch gebeurde er iets opvallends: de jonge cellen bleven gewoon doorgaan met delen, terwijl de oudere cellen hun grens bereikten en stopten.
Daarmee werd zichtbaar dat veroudering niet alleen van buitenaf komt, door voeding of omgeving, maar dat er ook iets van binnenuit in de cel zelf zit. Een ingebouwde orde, een grens die niet zomaar wordt doorbroken. Wat Hayflick hiermee blootlegde, wordt later de Hayflick-limiet genoemd: de ingebouwde begrenzing van celdeling, die samenhangt met het natuurlijke verouderingsproces van het lichaam.
Op basis van deze ontdekking hebben andere onderzoekers later berekend dat de maximale menselijke levensduur waarschijnlijk rond de 110 tot 120 jaar ligt. Hayflick zelf heeft echter nooit beweerd dat mensen precies 120 jaar kunnen worden.
Kortom, we kunnen nu nog niet eeuwig leven; de "heilige graal" is niet in deze wereld. We zijn begrensd. Toen ik dit las, dacht ik gelijk aan deze Bijbeltekst in Genesis 6:3:
Toen zei de HEERE: Mijn Geest zal niet voor eeuwig met de mens twisten, omdat ook hij vlees is, maar zijn dagen zullen honderdtwintig jaar zijn.
De huidige wetenschap ziet een natuurlijke grens aan de menselijke levensduur, die lijkt op de 120 jaar die Genesis noemt. De wetenschap heeft niet bewezen dat Genesis 6:3 over de Hayflick-limiet spreekt.
Wat betekent Genesis 6:3?
In Genesis 6:3 lezen we:
"Toen zei de HEERE: Mijn Geest zal niet voor eeuwig met de mens twisten, omdat ook hij vlees is, maar zijn dagen zullen honderdtwintig jaar zijn."
Over deze tekst bestaan verschillende verklaringen. Door de eeuwen heen hebben Bijbeluitleggers vooral drie interpretaties voorgesteld.
1. Honderdtwintig jaar tot de zondvloed
Volgens deze uitleg spreekt God hier niet over de levensduur van de mens, maar over de tijd die nog resteert voordat het oordeel van de zondvloed komt. De mensheid krijgt nog 120 jaar genadetijd om zich te bekeren voordat het oordeel losbarst.
2. Een begrenzing van de menselijke levensduur
Volgens een tweede uitleg stelt God hier een grens aan de levensduur van de mens. De extreem hoge leeftijden van vóór de zondvloed zouden geleidelijk verdwijnen, totdat de mens uiteindelijk een maximale levensduur van ongeveer 120 jaar bereikt.
3. Beide betekenissen tegelijk
Een derde mogelijkheid is dat beide verklaringen waar zijn. De 120 jaar vormen dan enerzijds de genadetijd vóór de zondvloed en anderzijds het begin van een proces waarbij de menselijke levensduur steeds verder wordt teruggebracht. In de Bijbel zien we vaker dat een profetische uitspraak meerdere lagen heeft en zich geleidelijk in de geschiedenis ontvouwt.
In deze studie onderzoeken we beide lijnen en kijken we of de Bijbel aanwijzingen geeft dat Genesis 6:3 zowel betrekking heeft op de zondvloed als op de begrenzing van de menselijke levensduur.
Nu zullen er misschien lezers zijn die zeggen dat:
A. Veel mensen
die na de zondvloed leefden veel ouder werden dan 120 jaar.
B. Methusalem veel, veel ouder werd.
C. Jeanne Calment 122 jaar werd.
D. De tijd bedoeld wordt tot de zondvloed.
We gaan verder met het onderzoek.
Een Hebreeuws principe
In het Hebreeuwse denken is een profetische uitspraak vaak niet alleen een voorspelling, maar een goddelijk besluit dat zich in de geschiedenis ontvouwt.
God geeft een tijd:
soms als
waarschuwing;
soms als
genadetijd;
soms als een
proces dat geleidelijk werkelijkheid wordt.
A. Voor de zondvloed
De mensen die voor de zondvloed leefden werden heel oud. Dat zeggen we nu; voor die tijd was het normaal. Na de zondvloed zien we de degeneratie van de mens. De leeftijd van de mensen ging best wel snel achteruit. Onmiddellijk na de vloed leven mensen nog:
Sem - 600 jaar
Arpachsad - 438 jaar
Selah - 433 jaar
Eber - 464 jaar
Peleg - 239 jaar
Rehu - 239 jaar
Serug - 230 jaar
Nahor - 148 jaar
Terah - 205 jaar
Abraham - 175 jaar
Isaak - 180 jaar
Jakob - 147 jaar
Jozef - 110 jaar
Mozes - 120 jaar
We zien geen onmiddellijke sprong naar de 120 jaar. In de Bijbel zien we dat patroon vaker.
Genesis 2:17:
"… want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven."
Stierf Adam meteen? Nee. Het stervensproces begon onmiddellijk, maar de werkelijke fysieke dood trad vele jaren later in.
Ninevé
Jona moest naar Ninevé en het oordeel over de stad uitspreken.
"Nog veertig dagen en Ninevé wordt omgekeerd." (Jona 3:4)
Werd Ninevé omgekeerd na veertig dagen? Nee, de mensen bekeerden zich en Ninevé werd gespaard. Later werd Ninevé alsnog verwoest. Ook hier zien we weer genadetijd.
Andere
profeten spreken ook over Ninevé:
Nahum
voorspelt de totale ondergang van de stad.
Sefanja noemt
haar een voorbeeld van trots die wordt vernederd.
Deze profetieën gaan in vervulling met de val van de stad in 612 v.Chr.
B. Methusalem, de oudste mens
Wat betreft Methusalem, de oudste mens die ooit op aarde heeft geleefd: zijn naam betekent "Wanneer hij sterft, zal het gezonden worden."
Merk op dat Methusalem stierf in hetzelfde jaar waarin de zondvloed kwam. Hij werd 969 jaar oud. Zijn naam was dus profetisch en waarschuwend.
Ook zien we in de leeftijd van Methusalem het geduld van God.
"De HEERE is geduldig en groot van goedertierenheid." (Numeri 14:18)
Je zou kunnen zeggen dat zolang Methusalem leefde, er genade was, tijd van bekering. God is terughoudend in het oordeel.
"De Heere vertraagt de belofte niet ... maar heeft geduld met ons." (2 Petrus 3:9)
Voor wie dieper op deze gedachte wil ingaan: ik zie in Methusalem een voorafschaduwing van de weerhouder uit 2 Thessalonicenzen 2. Zolang Methusalem leefde, werd het oordeel van de zondvloed tegengehouden. Pas na zijn dood kwam het oordeel. Op vergelijkbare wijze spreekt Paulus over een weerhouder die het openbaar worden van de wetteloze tegenhoudt totdat hij wordt weggenomen. Daarna volgt het oordeel. Hoewel de Bijbel deze verbinding niet rechtstreeks legt, zie ik hierin een opvallend profetisch patroon.
C. Jeanne Calment werd 122 jaar
De wetenschap gaat uit van een hoge waarschijnlijkheid. Het is sterk gedocumenteerd en consistent, maar niet absoluut bewijsbaar in de moderne biologische zin. Dat wil zeggen: zeer waarschijnlijk werd Jeanne 122 jaar.
Bijbels gezien zou het heel goed mogelijk zijn dat Jeanne 122 jaar werd. De Bijbel zegt niet: "De mens kan niet ouder worden dan 120." Maar eerder: de menselijke levensduur is beperkt en sterk afgenomen sinds de vroege tijden.
D. 120 jaar de tijd tot de zondvloed
Noach, de prediker van gerechtigheid (2 Petrus 2:5), kreeg 120 jaar de tijd voor het bouwen van de ark. In Genesis 6 kondigt God het oordeel van de zondvloed aan. De mensheid is wereldwijd verdorven. In die setting zegt God dat er 120 jaar rest voordat het oordeel komt.
We zien twee lagen:
Laag 1: Genadetijd - Een afgebakende periode vóór de vloed.
Laag 2: Historische uitwerking - Een geleidelijke afbouw van de menselijke levensduur na de vloed.
Zoals bij Adam de dood begon maar niet direct voltooid werd, zo kan ook hier een goddelijke grens direct worden ingesteld, maar geleidelijk zichtbaar worden in de geschiedenis.
De normale levensduur van de mens
Wanneer we kijken naar de menselijke levensduur in de Bijbel, zien we nog iets opvallends. Mozes schrijft:
"De dagen van onze jaren zijn zeventig jaar, of, als wij zeer sterk zijn, tachtig jaar; en het uitnemendste daarvan is moeite en verdriet; want het wordt snel afgesneden, en wij vliegen heen." (Psalm 90:10)
Mozes leefde zelf precies 120 jaar, maar hij noemt dat niet als de normale levensduur van de mens. Integendeel, hij spreekt over zeventig of tachtig jaar als de gebruikelijke levensduur.
Dit laat zien dat er in de Bijbel onderscheid wordt gemaakt tussen uitzonderingen en de algemene regel. Sommige mensen werden ouder, net zoals er vandaag mensen zijn die negentig, honderd of zelfs ouder worden. Toch ligt de gemiddelde levensduur veel lager.
Psalm 90 sluit daarom goed aan bij wat we na de zondvloed zien gebeuren. De extreem hoge leeftijden uit de vroege geschiedenis verdwijnen geleidelijk. De mens blijft sterfelijk, kwetsbaar en begrensd.
Zoals Psalm 103:14 zegt:
"Want Hij weet wat maaksel wij zijn en blijft bedenken dat wij stof zijn."
De Bijbel laat daarmee een duidelijke lijn zien: de mens is niet geschapen om in zijn gevallen toestand eeuwig op aarde te leven. Zijn levensduur is begrensd. De wetenschap ontdekt vandaag steeds meer aanwijzingen voor zulke biologische grenzen, terwijl de Bijbel al duizenden jaren spreekt over de vergankelijkheid van het menselijk leven.
Mozes
Mozes werd
exact 120 jaar oud.
Hij is een voorbeeld van 3 × 40.
In de Bijbel is veertig vaak een periode van:
beproeving;
voorbereiding;
overgang.
Voorbeelden:
40 dagen
zondvloed;
40 jaar in de
woestijn (Israël);
40 dagen
Jezus in de woestijn.
Mozes:
40 jaar
Egypte → vorming
40 jaar
Midian → voorbereiding
40 jaar
leiding → vervulling
Conclusie
Of Genesis 6:3 nu uitsluitend spreekt over de tijd tot de zondvloed, over een begrenzing van de menselijke levensduur, of over beide, één boodschap is duidelijk: de mens is niet gemaakt om onafhankelijk van God eeuwig te leven.
Ons leven is begrensd. Dat besef hoeft ons niet moedeloos te maken, want dezelfde God die zegt dat wij stof zijn, Hij vergeet ons niet. Juist daarom biedt Hij in Christus het eeuwige leven aan dat geen biologische grens kent.
Greetje Jansen
