Deel 3 - In Zijn naam
De Geest van God verliezen – Saul, Demas en Judas in Bijbels perspectief
De Geest
van God hebben en toch weer verliezen
In het Oude Testament zien we dat een demon iemand kan benauwen. In 1 Samuël
16:14: "De Geest van de HEERE was van Saul geweken, en een boze geest bij de
HEERE vandaan joeg hem angst aan."
Saul was niet meer met God, de Geest van God was van hem weggegaan. Het kan dus zijn dat mensen de Geest van God hebben en die weer verliezen door eigen handelen. Door te strijden tegen de Geest van God, kan de Geest van God wijken. God dwingt ons niet, Hij respecteert onze wil. Even verder: 1 Samuël 16:23 "Wanneer David speelde… werd het voor Saul verlicht en ging het beter met hem, en de boze geest week van hem."
Hier zien we dat Saul God kende, hij had de "Geest van de Heere", maar hij koos zelf om weg te gaan. Hij bleef niet in Gods waarheid, daarom was de Geest van God geweken van Saul. Saul dwaalde in de duisternis. Zodra David speelde en zong ging de boze geest van Saul weg. God werkte door David heen.
Saul werd door Samuel tot koning gezalfd. Hij begint onder Gods leiding, ervaart zelfs dat God dicht bij hem is en toch dwaalt hij af. Gaat zijn eigen weg. Hij begint met het brengen van een eigen brandoffer, iets wat alleen priesters mogen doen. Daarna voert hij Gods opdracht tegen Amalek niet volledig uit. Hij toont spijt, maar geen echte bekering en blijft zijn eigen eer zoeken (1 Sam. 15:30) en zo zakt Saul verder de diepte in. Uiteindelijk wordt hij jaloers op David en hij eindigt zijn leven met zelfmoord. Het hele verhaal van Saul kun je lezen vanaf 1 Samuël 12. Als je dit zo leest, begrijpen wij dan hoe diep mensen kunnen zakken? Hoe verder van God, hoe duisterder de wereld voor mensen wordt.
Over naar het Nieuwe Testament
We lezen ook over Demas. Demas was een helper van Paulus. In Kolossenzen 4:14
en Filemon 24 wordt hij genoemd als trouwe helper. Toch verlaat Demas Paulus "Want
Demas heeft mij verlaten, hebbende de tegenwoordige wereld liefgekregen, en is
naar Thessalonica vertrokken." . Paulus zegt over hem (2 Timotheüs 4:10):
De Bijbel is duidelijk of we kiezen voor God of we kiezen voor satan. We
kunnen niet twee heren dienen. (Matteüs 6:24 en Lucas 16:13)
Neem Judas, die meer dan drie jaar met Jezus optrok. Je zou zeggen; al die wonderen die Jezus deed, al de woorden die Hij sprak, hij zou vervuld moeten zijn van Gods Geest. De Bijbel zegt niet dat Judas Gods Geest had. "Toen dan de maaltijd plaatsvond en de duivel Judas Iskariot, de zoon van Simon, al in het hart gegeven had Hem te verraden…" (Johannes 13:2) Judas liet satan toe, misschien begon het ergens klein, maar het zaad was gezaaid… en ook Judas pleegde uiteindelijk zelfmoord.
Wat we zien in
de Bijbel.
OT: de Geest kan komen en gaan.
NT: de Geest blijft, tenzij men Hem bewust en definitief verwerpt (Hebr. 6;
10).
Afgoderij in de BijbelDe Bijbel spreekt duidelijk over afgoderij. In het lied van Mozes staat: "Zij hebben geofferd aan demonen (sedim), niet aan God…" (Deut. 32:17). Het woord sedim komt in het Hebreeuws slechts twee keer voor: in Deuteronomium 32:17 en Psalm 106:37. In beide gevallen verwijst het naar de geesten achter afgoderij.
"Zij offerden
hun zonen en dochters aan de demonen (sedim). Zij vergoten onschuldig bloed,
het bloed van hun zonen en dochters…" (Psalm 106:37-38)
Onder u mag niemand gevonden worden die zijn zoon of zijn dochter door het vuur
laat gaan, (Deut. 18:10a)
U mag niemand uit uw nageslacht overgeven om aan de Molech geofferd te worden.
De Naam van uw God mag u niet ontheiligen. Ik ben de HEERE. (Lev. 18:21) In Jeremia 7:31; 19:5
veroordeelt God het verbranden van
kinderen "in het vuur" bij Baal
en Moloch, iets wat Hij nooit heeft bevolen en wat Hem "niet in Zijn hart is
opgekomen".
In de Bijbel is dit een terugkerend patroon: afgoden vragen bloed, en uiteindelijk het leven van mensen. Dat is geen neutraal religieus ritueel, maar een manifestatie van demonische machten die vernietiging zoeken.
Afgoderij is nooit onschuldig. Achter ieder beeld, hoe modern of verfijnd ook, schuilen machten die mensen van God proberen weg te trekken. Vandaag knielen we misschien niet meer voor Moloch of Baäl, maar er is wel een nieuwe afgod opgestaan: het eigen ik. De gedachte dat wij zelf bepalen wat goed is, dat we niemand boven ons dulden, ook God niet.
En waar zulke
afgoden regeren, daar gaat het altijd ten koste van het kwetsbare leven. Want
ook nu worden er kinderen "geofferd". Niet meer zichtbaar in het vuur, niet op
een openbare offerplaats. Nee, het gebeurt stil, achter hoge muren, achter
woorden die zacht klinken maar een harde werkelijkheid bedekken. We noemen het
anders, zodat het minder schrijnend overkomt. Maar diep van binnen weten we:
het leven dat God gegeven heeft, wordt hier aangetast.
Het is dezelfde oude geest in een nieuw jasje.
Prediker 1:10
zegt: Is er iets waarvan men zegt: Ziehier, dat is nieuw - het was er al in
verre tijden, die vóór ons waren. Dus alles wat mensen denken nu nieuw uit te
vinden, het was er al. Ik denk dat de mensen voor de zondvloed heel veel kennis
hadden. Misschien nog wel meer dan wij nu hebben, waarschijnlijk anders dan de
techniek die we nu hebben. Dit komt misschien nog wel in een volgende studie.
In ieder geval, het idee dat wij nu een hoge beschaving hebben, kennis, dat we
afstammen van apen of een oermens, ik persoonlijk geloof het niet. De schepping
is zo enorm complex, dat komt niet zomaar uit de lucht vallen. Ook niet in
miljoenen jaren. Ben je het niet met mij eens? Dat mag. Ik geloof in een
scheppende God, die het leven geeft. Een ander gelooft in de natuur, die
"vanzelf" komt.
De Bijbel zegt : "Wat geweest is, dat zal er zijn, en wat gedaan is, dat zal
gedaan worden" (Pred. 1:9).
Klein
uitstapjeWe
kunnen weten dat er een God is door naar de joden te kijken. Neem b.v. de
Azteken, een volk met enorme kennis. Astronomie en kalenders. Ze hadden een
nauwkeurige kalender (365 dagen) én een rituele kalender (260 dagen). Ze konden
zonsverduisteringen en planeetbewegingen volgen. Met hun landbouw konden ze
meerdere keren per jaar oogsten, kenden hoge vormen van geneeskunde en hadden
een verplicht onderwijssysteem. Een geweldig volk, met evenzo geweldige
bouwwerken.
Zo zijn er wel meer volken die ooit groot waren, hoog ontwikkeld en nu… waar zijn
ze?. De Joden daarentegen hadden 2.000 jaar geen land, geen leider, werden
verstrooid over de wereld en vervolgd, bijna uitgeroeid. En toch hebben ze hun identiteit,
hun taal en hun Bijbel bewaard.
God is het die regeert. God zij geloofd.
Greetje Jansen