
Deze studie gaat niet over partijpolitiek of over de vraag welk immigratiebeleid een regering zou moeten voeren. Het gaat om één vraag: wat leert de Bijbel werkelijk over de liefde voor de naaste en de vreemdeling?
02 - Naastenliefde of de Waan van de Dag
Wat de Bijbel ècht zegt over de Vreemdeling
Er is veel onrust in de wereld, en ook in ons eigen land. Op social media hoor en lees ik de laatste tijd heel vaak: "Als christen moet je naastenliefde hebben, dus hoe kunnen die 'christenen' hierop tegen zijn?"
Waarom christenen, of gelovigen in God en Jezus, hier kritisch op zijn, wil ik graag uitleggen. Zeker, deze mensen hebben gelijk: naastenliefde is ontzettend belangrijk. Maar wat zegt de Bijbel hier eigenlijk écht over? Wat zegt Jezus Zelf?
Laten we kijken naar Mattheüs 22:36-40:
Een wetgeleerde vraagt aan Jezus; "Meester, wat is het grote gebod in de wet? Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten."
Wat mij hierin opvalt, is dat Jezus leert dat het Eerste en het Grootste Gebod, let op, een gebod, iets wat we moeten dóén, begint bij God.
Eerst God liefhebben. Dus niet eerst jezelf, niet eerst je naaste, en zelfs niet eerst je kinderen, je partner of je familie. Nee, eerst God. Hij komt op de allereerste plaats. Hem moeten we liefhebben met ons verstand, ons hart en onze ziel. Dus met alles wat Hij ons heeft gegeven.
Pas dáárna komt de naaste. En die naaste moeten we liefhebben zoals we onszelf liefhebben. Eerst de basis leggen bij God, daarna pas naar buiten kijken. Dus: onderzoek eerst wat de Bijbel zegt en ga niet mee in de waan van de dag.
Jezus verwijst in Zijn antwoord naar de Wet en de Profeten. Bedenk dat, toen Jezus hier op aarde rondwandelde, het Nieuwe Testament nog niet bestond. Hij verwees voortdurend naar de Schriften die wij nu het Oude Testament noemen. Persoonlijk spreek ik liever over het Eerste Testament. Het woord oud klinkt al snel alsof het achterhaald of niet meer belangrijk is. Maar juist uit deze Schriften onderwees Jezus. Als Hij daaruit predikte en daarnaar verwees, zouden wij die dan niet ook zorgvuldig moeten onderzoeken?
Wanneer Jezus in de Evangeliën spreekt over "de Wet en de Profeten", gebruikt Hij een vaste Joodse uitdrukking uit Zijn tijd. Daarmee bedoelt Hij de Hebreeuwse Bijbel. In Lukas 24:44 noemt Jezus zelfs alle drie de onderdelen: "de Wet van Mozes, de Profeten en de Psalmen." Met "Psalmen" wordt de afdeling van de Geschriften bedoeld. Jezus verwijst dus naar het héle Eerste Testament.
Wat zegt de Bijbel over de vreemdeling?
Gastvrijheid tegenover de vreemdeling is een groot goed in de Bijbel. Het lijkt mij duidelijk: de vreemdeling moet behandeld worden zoals wij zelf ook behandeld willen worden. De Bijbel is daar heel helder over.
Geen uitbuiting
"Een vreemdeling mag u niet uitbuiten en hem niet onderdrukken..." (Exodus 22:21)
Gelijkheid in de rechtspraak
Het rechtssysteem mag niet met twee maten meten.
"Eenzelfde recht geldt voor u: voor de vreemdeling evenzeer als voor de ingeborene..." (Leviticus 24:22)
Gods eigen karakter
In Deuteronomium 10:17-19 staat dat God Zelf de vreemdeling liefheeft en hem voedsel en kleding geeft. Direct daarna volgt de opdracht aan Israël:
"Daarom moet u de vreemdeling liefhebben, want u bent zelf vreemdelingen geweest in het land Egypte."
Er zijn nog veel meer van dit soort teksten. De Bijbel laat duidelijk zien dat God om de vreemdeling geeft en dat Zijn volk hetzelfde moet doen.
Maar werden er ook eisen aan de vreemdeling gesteld? Had hij alleen rechten, of ook plichten? Dat is een vraag die vandaag de dag vaak wordt overgeslagen, terwijl de Bijbel daar wel degelijk iets over zegt.
Wat wordt er van de vreemdeling verwacht?
De Bijbel spreekt niet alleen over de rechten van de vreemdeling, maar ook over zijn verantwoordelijkheid. De vreemdeling die zich blijvend onder Israël vestigt, hoeft geen geboren Israëliet te worden, maar hij leeft wel onder de wetten die God aan Israël geeft. De openbare orde, de moraal en de aanbidding van God staan vast.
De Bijbel is dus niet alleen duidelijk over gastvrijheid, maar ook over de verantwoordelijkheid van degene die in het land komt wonen.
Verbod op afgoderij en occulte praktijken
Praktijken zoals de Molochdienst, waarbij kinderen werden geofferd, en andere vormen van afgoderij en occulte praktijken zijn streng verboden voor iedereen die in het land woont (Leviticus 20:2). God duldt geen openbare afgoderij binnen Israël.
Verbod op godslastering
De vreemdeling mag de Naam van de HEERE niet lasteren. Doet hij dat wel, dan geldt dezelfde straf als voor een Israëliet.
"Wie de Naam van de HEERE lastert, moet zeker ter dood gebracht worden... zowel de vreemdeling als de ingezetene." (Leviticus 24:16)
De Sabbat
Ook de Sabbat geldt voor de vreemdeling die binnen de poorten van Israël woont.
"De zevende dag is de sabbat van de HEERE, uw God. Dan zult u geen enkel werk doen, u, noch uw zoon, noch uw dochter... noch uw vreemdeling die binnen uw poorten is." (Exodus 20:10)
Profeet Jesaja (56:6-7) zegt dat vreemdelingen die zich bij de HEERE voegen, Zijn naam liefhebben en de Sabbat in acht nemen, door God naar Zijn heilige berg worden gebracht.
De deur staat wagenwijd open, maar de voorwaarde van aanpassing (de Sabbat houden) blijft staan.
Grote Verzoendag
Ook op Jom Kippoer geldt dezelfde opdracht.
"U moet in de zevende maand, op de tiende dag van de maand, uzelf verootmoedigen en geen enkel werk doen, de ingezetene niet en de vreemdeling die in uw midden verblijft evenmin." (Leviticus 16:29)
Seksuele moraal
Ook op het gebied van seksualiteit maakt God geen onderscheid tussen Israëliet en vreemdeling.
"U moet al Mijn verordeningen en al Mijn bepalingen in acht nemen en die doen, zodat het land u niet uitspuwt... zowel de ingezetene als de vreemdeling die in uw midden verblijft." (Leviticus 18:26)
Dezelfde normen voor incest, overspel en andere seksuele zonden gelden dus voor iedereen die in het land van God woont.
Als de inwoners (inheems of vreemd) het land verontreinigden met afgoderij of zedenmisdrijven, dan zou de aanwezigheid van God wegtrekken. In Leviticus 18:24-28 staat letterlijk dat het land zijn inwoners uitspuugt als ze deze wetten overtreden. Het handhaven van de moraal was dus pure noodzaak om Gods zegen te behouden.
Gods ontwerp voor het huwelijk
Ook het huwelijk kent een duidelijke Bijbelse basis. Al in Genesis 2 laat God zien wat Zijn oorspronkelijke bedoeling is. Hij schept één man en één vrouw.
Wanneer Jezus later over het huwelijk spreekt, verwijst Hij niet naar de gebruiken van Zijn tijd, maar terug naar de schepping. Hij citeert Genesis en zegt:
"Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn. Zo zijn zij niet meer twee, maar één vlees." (Mattheüs 19:5-6)
Hoewel het Oude Testament voorbeelden kent van mannen die meerdere vrouwen hebben, wijst Jezus terug naar Gods oorspronkelijke ontwerp. De Bijbelse blauwdruk voor het huwelijk blijft één man en één vrouw, die samen één vlees worden.
Een belangrijk principe
Wanneer we al deze wetten naast elkaar leggen, zien we een duidelijk patroon.
God gebiedt Zijn volk om de vreemdeling lief te hebben, hem eerlijk te behandelen en hem te beschermen tegen onrecht. Maar tegelijkertijd verwacht God ook dat de vreemdeling de wetten respecteert die Hij aan Israël heeft gegeven.
Gastvrijheid betekent in de Bijbel daarom nooit dat Gods geboden verdwijnen. Liefde en waarheid horen altijd bij elkaar.
Het cruciale verschil: de Ger en de Nochri
Als we de Bijbel echt goed willen begrijpen, is het belangrijk om soms ook naar de Hebreeuwse grondtekst te kijken. In onze Nederlandse vertalingen staat vaak simpelweg het woord 'vreemdeling'. Maar in het Hebreeuws worden verschillende woorden gebruikt. Twee daarvan zijn ger en nochri. Dat onderscheid helpt ons om veel Bijbelteksten beter te begrijpen.
De ger is de vreemdeling die zich blijvend onder Israël vestigt. Hij kiest ervoor om tussen Gods volk te wonen en leeft onder dezelfde wetten. Hij hoeft geen geboren Israëliet te worden, maar hij respecteert de God van Israël en de wetten die God aan Zijn volk heeft gegeven.
Juist over deze ger spreekt de Bijbel opvallend liefdevol. Hij krijgt bescherming. Hij krijgt dezelfde rechtszekerheid als de Israëliet. Hij mag niet worden uitgebuit en God gebiedt zelfs:
"U moet hem liefhebben als uzelf."
De ger wordt dus niet als tweederangs burger behandeld. Integendeel, God vraagt Zijn volk om hem met liefde en rechtvaardigheid tegemoet te treden.
Maar de Bijbel gebruikt ook het woord nochri. Daarmee wordt meestal een buitenlander bedoeld die van buiten komt, bijvoorbeeld een handelaar, reiziger of iemand die geen deel uitmaakt van de samenleving van Israël. Hij woont niet als lid van het verbondsvolk onder dezelfde bepalingen als de ger.
Dat onderscheid zien we bijvoorbeeld terug in Deuteronomium 15:3. Na zeven jaar moesten schulden van volksgenoten worden kwijtgescholden. Voor de nochri gold die bepaling niet.
Dat betekent niet dat een nochri slecht of minderwaardig is. Wel laat de Bijbel zien dat er verschil bestaat tussen iemand die zich blijvend onder Gods volk vestigt en iemand die daar slechts tijdelijk verblijft of buiten het verbond staat.
Juist dat onderscheid zien we vandaag vaak over het hoofd. We lezen overal het woord vreemdeling, terwijl de Bijbel verschillende groepen onderscheidt en niet iedere situatie hetzelfde behandelt.
Wat betekent dit voor ons?
Hoe deze Bijbelse principes precies worden toegepast in een moderne samenleving, daar kunnen christenen verschillend over denken. Maar de opdracht blijft voor iedereen dezelfde: laten we ons denken vormen door Gods Woord en niet alleen door de tijdgeest.
De Bijbel roept ons zonder twijfel op tot naastenliefde. We moeten eerlijk zijn, gastvrij zijn en de vreemdeling recht doen. Dat is geen vrijblijvende keuze, maar een opdracht van God.
Tegelijk laat dezelfde Bijbel zien dat liefde nooit losstaat van waarheid, recht en Gods geboden. Gastvrijheid betekent niet dat alle grenzen verdwijnen of dat Gods normen worden losgelaten. Liefde en gehoorzaamheid aan God horen altijd bij elkaar.
Daarom is het goed om voorzichtig te zijn met uitspraken als: "Als christen moet je vóór of tegen dit standpunt zijn, anders heb je geen naastenliefde." De Bijbel is rijker en genuanceerder dan een slogan op social media.
Jezus begint immers niet bij de naaste, maar bij God.
"U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand."
Dat is het Eerste en Grote Gebod.
Pas daarna volgt:
"U zult uw naaste liefhebben als uzelf."
Die volgorde is niet toevallig. Eerst God liefhebben, Zijn Woord serieus nemen en Zijn wil zoeken. Van daaruit leren we ook hoe we onze naaste moeten liefhebben.
Laten we daarom niet meegaan in de waan van de dag, maar telkens opnieuw onderzoeken wat Gods Woord werkelijk zegt. Niet onze gevoelens, de publieke opinie of social media zijn onze maatstaf, maar Gods Woord.
Want echte naastenliefde begint bij liefde voor God.
Greetje Jansen
