Deel 2 - In Zijn naam
Satans invloed op de wereld
In de Bijbel worden duistere krachten en demonen genoemd. Jezus dreef demonen uit, Hij wist van de geestenwereld en de geestenwereld erkende Jezus wel degelijk. Waar mensen toen en nu discussiëren of Jezus de Zoon van God is, of Hij bestaan heeft, erkent de geestenwereld Hem wel als Zoon van God en machtiger dan zijzelf zijn.
En telkens wanneer de onreine geesten Hem zagen, vielen zij voor Hem neer en riepen: U bent de Zoon van God! En Hij gebood hen streng en met klem dat zij niet bekend zouden maken wie Hij was. (Marcus 3:11-12)
Wat hebben wij met U te maken, Jezus, Zoon van God? Bent U hier gekomen om ons vóór de tijd te pijnigen? (Matt. 8:29)
En zij smeekten Hem dat Hij hun niet zou bevelen in de afgrond te varen. (Lucas 8:31)
Hier lezen we duidelijk: de geestenwereld bestaat, demonen bestaan. Ze herkennen Jezus en ze moeten Hem gehoorzamen, ze hebben geen keuze.
Satan is de heerser over deze wereld
Het bijzondere is dat nu vele mensen demonen niet (meer) erkennen. Hoe slim, als je het gevaar niet erkent, dan is het er niet. Zien we dat niet in onze maatschappij? Ieder mens is goed, kwaad bestaat niet en mensen willen dat niet meer zien? Landen, wereldleiders en ook burgers, inwoners van landen liggen onder de invloed van de boze. Lijkt jou dit heel vergezocht?
Lees wat Jezus zelf zegt: "Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste van deze wereld buitengeworpen worden." Jezus noemt Satan "de overste/heerser van deze wereld" (archōn tou kosmou) (Joh. 12:31). Daarom, verblijd u, hemelen, en u die daarin woont! Wee hun die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is naar beneden gekomen, naar u toe, in grote woede, omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft. (Op. 12:12)
Deze titel van overste van de wereld komt drie keer in Johannes voor: Joh. 12:31, Joh. 14:30, Joh. 16:11. Jezus noemt satan de overste van deze wereld. Ook satan weet dat hij overste van de wereld is. Bij Jezus' verzoeking in Lukas 4:5-6 zegt hij tegen Jezus: "Aan U zal ik al deze macht en heerlijkheid geven... want zij is mij overgegeven, en ik geef die aan wie ik wil." Aan wie is de macht overgegeven? Aan satan, en aan wie geeft satan zijn macht en heerlijkheid? Aan wie hij wil. Jezus gaat er niet tegenin, Hij weet en erkent ook dat deze wereld onder de heerschappij van satan ligt, tot op zekere hoogte. Lees maar terug in deel 1 van deze studie. We zien in het boek Job dat God satan toestaat Job alles af te nemen, behalve zijn leven.
Paulus schrijft er ook al over in Ef. 2:2: "...naar de tijdgeest van deze wereld, naar de overste van de macht der lucht, van de geest die nu werkt in de kinderen der ongehoorzaamheid."
De tijdgeest van deze wereld zien we nu heel sterk. Alles wat God goed noemt in de Bijbel, wordt nu tegengewerkt.
De overste van de macht der lucht, daar bedoelt Paulus niet de vogels mee, maar de geestelijke machten. De machten die werken in de "…kinderen der ongehoorzaamheid"; dat zijn allen die zich niet aan God willen onderwerpen en toegeven aan afgoderij, immoraliteit, verwerping van Gods Woord. Paulus legt het zo uit: "Waarin ook u vroeger gewandeld hebt" (Ef. 2:2). Daarmee zegt hij: alle mensen hoorden bij deze categorie (ook gelovigen) tot zij werkelijk Jezus zijn gaan volgen. (Rom. 1:5; 16:26).
Landen hebben ook geestelijke vorsten
Demonen werken op alle niveaus, ook landen liggen onder de heerschappij van satan. We zien in de Bijbel dat de engelen van God strijden tegen de aanhangers van satan. In Daniël 10:13, 20 staat dat de engel zegt tegen Daniël: "De vorst van het koninkrijk van Perzië stond tegenover mij…" (zeer waarschijnlijk is dat nu Iran) . Vanaf de eerste dag dat Daniël bad en vastte, was de engel aan het strijden om naar Daniël toe te gaan. De engel zegt dat hij 21 dagen streed tegen de vorst van Perzië. Uiteindelijk kwam Michael hem helpen in de strijd "…tegen de koningen…" Let op het meervoud: koningen! Voor ons is dit ook een bemoediging. We weten dat God ons hoort.
We weten uit Daniël 10:20 dat Michael de vorst van Israël is. Dus de vorst van Perzië, staat vijandig tegenover Israël. De engel zegt dat hij terug moet om te strijden tegen de vorst van Perzië en ook zal de vorst van Griekenland zich bij de vorst van Perzië voegen. De enige vorst die hem bijstaat is de vorst van Israël. Dus geen één vorst van een ander land zal zich bij hem voegen om hem bij te staan. Staat er niet ergens in de Bijbel dat de hele wereld zal struikelen over Israël? Lees met mij mee; Zacharia 14:2: "Ik zal alle volken bijeenbrengen om tegen Jeruzalem ten strijde te trekken…" Wie zal het doen? God zelf. De Bijbel spreekt er heel veel over, dan mogen we aannemen dat God het belangrijk vindt dat we dit weten. Hieronder een lijst met teksten die hierover gaan:
Zacharia 12:2, 12:3, 14:2, 14:3-4 (context van de aanval)
Joël 3:2, 3:9, 3:10-12
Ezechiël 38:4-6, 38:8-9, 38:14-16, 39:2 (Hoewel hier niet "alle volken" letterlijk staat, is de coalitie multinationaal en wereldwijd.)
Psalm 83:1-8 (Regionaal patroon, vaak gezien als typologisch voorafbeelding.)
Openbaring 16:13-16, 19:19, 20:7-9 (Gog en Magog finale aanval van de volken)
We weten nu zeker dat satan de overste van deze wereld is. Dat hij en zijn volgelingen de wereld beïnvloeden. Het Kwaad (met hoofdletter) bestaat.
God heeft alles in Zijn hand
Als je nu denkt: hoe moet het verder, bedenk wel dat God machtiger is. Zoals ik in het begin van deze studie geschreven heb. Satan heeft veel macht, absoluut, maar God is machtiger.
In Daniël 2:20-21 staat: "Hij verandert tijden en gelegenheden, Hij zet koningen af en stelt koningen aan." Dus wie stelt koningen aan? God zelf. De menselijke machthebbers van onze wereld denken wel dat zij er gekomen zijn door macht, oorlog, door in een bepaald wiegje gelegd te zijn, door verkiezingen. Het is God uiteindelijk die mensen plaatst waar Hij ze wil. Spreuken 21:1 zegt: "Het hart van de koning is in de hand van de HEERE als waterstromen; Hij neigt het tot alles wat Hij wil." Ook de Psalmen spreken hierover: 47:7-8 "God is Koning over de hele aarde… God regeert over de volken." We zien het bij de farao van Egypte, de eerste keren wijst farao God af, daarna staat er dat God het hart van de farao verhardt. Hieronder een lijst van verzen waarin staat dat God de Koning van de aarde is:
Daniël 2:20-21; 4:17; 4:25; 4:32; 5:21
Romeinen 13:1
Spreuken 21:1
Psalm 75:6-7; 47:7-8
Job 12:23–24
Jesaja 40:23-24; 45:1-7
Als satan de overste van de wereld is en invloed heeft op menselijke machthebbers van landen, dan heeft hij ook invloed op de bewoners van de aarde. Dat was in de tijd van de Bijbel zo en er is niets nieuws onder de zon volgens Prediker 1:9, dus het zal nu ook nog zo zijn.
Greetje Jansen
PS
In het volgende deel ga ik in op hoe demonen mensen beïnvloeden