Waar woont je hart en waar wil God het hebben?
Inleiding: Tijd als geestelijke werkelijkheid.
De mens leeft in drie tijden:
-herinnering
-verwachting
-aanwezigheid
Maar geestelijk gezien kan slechts één tijd vrucht dragen: het heden waarin God Zich openbaart.
De Bijbel laat zien dat:
- schuld en spijt het verleden zwaar maken
- angst en controle de toekomst bezetten
- maar geloof altijd in het “heden” plaatsvindt.
“Nu is het de welgevallige tijd, nu is het de dag van het heil.”
2 Korinthe 6:2
God werkt altijd in het nu. De vraag is: zijn wij daar ook?
1. Leven in het verleden: wanneer gisteren regeert.
Depressieve neigingen hebben vaak te maken met:
-onverwerkt verlies
-schuldgevoel
-teleurstelling
-schaamte
-nostalgie naar wat niet meer terugkomt.
In de Bijbel zien we verschillende vormen van dit terugkijken:
1.1 Israël: slavernij idealiseren.
“Waren wij maar in Egypte gestorven… toen wij bij de vleespotten zaten.” Exodus 16:3
Let op: Egypte was een plaats van onderdrukking. Toch werd het verleden geïdealiseerd. Waarom? Omdat het bekend was. Het onbekende heden met God voelde onveilig.
Dat is een geestelijk principe:
Het oude voelt veiliger dan het nieuwe werk van God.
1.2 Saul: gevangen in wat verloren ging.
Koning Saul kon het verlies van Gods gunst niet verwerken.
In plaats van zich te vernederen, bleef hij vastzitten in:
-jaloezie op David
-angst om zijn positie kwijt te raken
-verbittering over wat niet meer was.
Zijn verleden (de afwijzing in 1 Samuël 15) werd een open wond.
Hij leefde niet meer in gehoorzaamheid, maar in gekwetste trots.
Het verleden dat niet aan God wordt overgegeven, wordt een tiran.
1.3 Petrus: maar dan anders.
Na zijn verloochening (Lukas 22) had Petrus alle reden om vast te blijven zitten in schuld. Toch zien we iets wonderlijks.
Johannes 21: Jezus herstelt hem niet door het verleden uit te wissen, maar door het te verlossen.
Drie keer vraagt Jezus :"Heb je Mij lief?"
Het verleden wordt niet ontkend, maar geheeld in het heden.
Dit is wezenlijk:
God bevrijdt ons niet door geheugenverlies,
maar door genade die sterker is dan herinnering.
2. Leven in de toekomst: wanneer morgen overheerst.
Angst is vaak projectie.
We vullen de toekomst in zonder God daarin te betrekken.
2.1 De discipelen in de storm.
“Meester, bekommert U Zich er niet om dat wij vergaan?” Markus 4:38
Ze leefden al in een toekomst die nog niet had plaatsgevonden.
Jezus lag te slapen; niet uit onverschilligheid, maar uit vertrouwen.
Hij stond op en sprak: “Waarom bent u zo angstig? Hebt u nog geen geloof?”
Geloof is niet ontkennen dat er golven zijn.
Geloof is weten dat de Heer in de boot is…. nu.
2.2 Abraham: twee reacties op toekomst.
God beloofde hem een zoon.
Op een moment geloofde hij (Genesis 15:6).
Op een ander moment probeerde hij de toekomst zelf te regelen (Genesis 16, Hagar).
Wanneer wij Gods belofte willen versnellen, verraden we dat we de toekomst niet durven toevertrouwen.
2.3 Jezus over bezorgdheid.
“Wie van u kan door bezorgd te zijn één el aan zijn lengte toevoegen?” Mattheüs 6:27
Zorgen zijn toekomstgericht, maar machteloos.
Ze doen alsof wij God zijn, maar zonder Zijn macht.
Daarom zegt Jezus: “Zoek eerst het Koninkrijk van God.”
Let op de volgorde:
Niet: los eerst je toekomst op.
Maar: leef eerst in relatie.
3. Het geheim van het “nu”: rust in Gods tegenwoordigheid.
Rust is geen passiviteit.
Rust is geen emotionele kalmte.
Rust is theologisch: leven in vertrouwen op Gods huidige aanwezigheid en regering.
3.1 Gods Naam: IK BEN
“IK BEN DIE IK BEN.” Exodus 3:14
God noemt Zich niet:
-Ik was
-Ik zal zijn
-Maar: IK BEN.
Dat is de naam van voortdurende tegenwoordigheid.
Wie met Hem leeft, leeft in een relatie die altijd in het heden plaatsvindt.
3.2 Manna: brood voor vandaag.
Israël mocht geen manna opsparen (Exodus 16).
Waarom niet?
Omdat God hen wilde leren: Vertrouw Mij vandaag.
Toekomstige zekerheid werd niet gegeven in voorraad,
maar in dagelijkse afhankelijkheid.
Dit principe bidt Jezus later voor in het Onze Vader:
“Geef ons heden ons dagelijks brood.”
Geen weekvoorraad. Geen jaarplanning.
Dagelijkse genade.
3.3 David: rust midden in dreiging.
“Al ging ik ook door een dal van schaduw van de dood…” Psalm 23
Let op de werkwoordstijd.
Niet: U zult bij mij zijn.
Maar: U bent bij mij.
Zijn rust lag niet in veilige omstandigheden, maar in tegenwoordige nabijheid.
3.4 Paulus in de gevangenis.
“Ik heb geleerd tevreden te zijn in de omstandigheden waarin ik verkeer.”
Filippenzen 4:11–13
Paulus leefde niet in:
-spijt over zijn verleden als vervolger
-angst over zijn mogelijke executie
-Hij leefde in Christus: nu.
Dat is waarom hij kan schrijven: “De Heere is nabij.” Filippenzen 4:5
Niet: Hij komt ooit.
Maar: Hij is nabij.
4. Waarom rust alleen bij God te vinden is.
Psychologisch kun je leren:
-relativeren
-plannen
-loslaten.
Maar blijvende rust komt alleen wanneer:
-het verleden vergeven is
-de toekomst veilig is
-en het heden gedragen wordt
En dat kan alleen als:
-het bloed van Christus het verleden bedekt
-Gods voorzienigheid de toekomst bestuurt
-en de Heilige Geest het heden vult.
Hebreeën 4 spreekt over een rust die overblijft voor het volk van God.
Die rust is uiteindelijk Christus Zelf.
5. Praktische geestelijke oefening: leven in het nu.
Breng elke herinnering onder het kruis.
Vraag: heb ik dit werkelijk aan God overgegeven?
Leg elke zorg concreet neer in gebed.
Filippenzen 4:6–7 is geen theorie maar een opdracht:
“Maak je nergens zorgen over, maar vertel in gebed aan God wat je nodig hebt. Dank Hem ook voor alles.”
Oefen dankbaarheid voor wat vandaag gegeven is.
Dankbaarheid verankert het hart in het heden.
Begin de dag met:
“Heere, dit is Uw dag. Ik ontvang hem uit Uw hand.”
Slotwoord
Misschien worstel je met:
-een verleden dat blijft spreken
-een toekomst die je benauwt
-of een onrustig hart.
Dan wil ik je dit meegeven:
-God is niet alleen de God van je herinneringen.
-Niet alleen de God van je verwachtingen.
-Hij is de God van dit moment!
En in Zijn tegenwoordigheid
is ruimte om te ademen.
“U zult in rust en vertrouwen uw sterkte vinden.” Jesaja 30:15
Blijf dicht bij Hem.
Niet gisteren.
Niet morgen.
Maar vandaag.
Gerda Huizinga
