Simson 6

 

Moord of zelfmoord?

Enige tijd nadat de Filistijnen Simson gevangengenomen hadden, werd er een groot volksfeest georganiseerd. Alle belangrijke leiders van de Filistijnen waren daar bijeen, inclusief de vijf stadsvorsten, die voor zijn gevangenneming vijf en vijftig honderd zilverstukken hadden betaald aan Delila, elf honderd zilverstukken per stadsvorst.

Op deze dag zouden zij hun afgod, Dagon, u weet wel die vissen god, een groot offer brengen. Hij, Dagon, had hen toch verlost uit de hand van deze Israëliet Simson, die hun land zo lang te gronde had gericht. Het was duidelijk dat hun god uiteindelijk sterker was gebleken dan die God van de Israëlieten. Die Schepper God had niet genoeg kracht gehad om zijn Richter te beschermen.  Iedereen die daar op het feest was, mocht van het offervlees eten en zich opnieuw aan Dagon wijden.

Toen alle aanwezigen zich tegoed hadden gedaan aan het offervlees en vrolijk waren van de voortreffelijke wijn, die in overvloed geschonken was, begon het volk te roepen om Simson. Zij wilden hem zien, blind en wel, geketend met twee koperen kettingen. Waar is nu je kracht Simson?

Een hoge valse stem klinkt luid boven alle andere stemmen uit. Het is een vrouw. Maar wat ziet zij eruit, zij heeft een vuurrode mantel aan en zij is behangen met allerlei juwelen. Het is Delila, zij wil de vernedering van Simson voor geen goud missen. Zij, een vrouw, heeft gedaan wat geen enkele man had gekund, deze grote held op zijn knieën krijgen. En kijk eens aan, men heeft haar zowaar op een zilveren troon gezet, als of zij een godin is die men moet aanbidden.

Zij roept: Je wordt voor ons geleid door een jonge jongen, Simson. Waar is nu je geloof in die grote God van jou? Simson hoort hoe de Filistijnen de Schepper God, en hem, Simson, degene die God had gezonden om Zijn volk te verlossen, vervloeken en belachelijk maken. Hij schudt bedroeft zijn hoofd, om al zijn zonden en domme beslissingen die hij heeft gedaan. Terwijl hij zijn hoofd schudt, voelt hij hoe zijn haarlokken heen en weer zwaaien, zij zijn in al die tijd weer aangegroeid. Het zal toch niet dat God, nu hij zijn haar weer lang heeft, ook Zijn verbond met hem zal herstellen en hem zijn kracht zal teruggeven?

 

De Geest ging, nu kwam Hij terug.

Al de tijd dat Simson in de handen van de Filistijnen was en in de gevangenis de molen draaide, heeft hij zijn zonden beleden en verlangd naar die innige verbondenheid met God die hij vroeger had. Waar hij vroeger genoot van de omgang met de Filistijnen, (vooral de vrouwen) daar verafschuwt hij hen nu. Niet alleen zijn haar groeide in deze tijd weer aan, maar ook zijn geloof in de God van Abraham kreeg een extra verdieping. Hij kon nu niet meer vertrouwen op eigen kracht, hij was totaal hulpeloos. Hij had geen keus, hij moest vanuit het geloof leven.

Simson heft zijn niet ziende ogen ten hemel. Het is slechts met het oog van het geloof dat hij de Onzienlijke waarneemt. Nu voelt hij de kracht van de Geest door zich stromen, zoals hij dat nooit eerder gevoeld heeft. Ja, daar is weer die spierkracht, maar meer nog een totaal vertrouwen dat de Schepper ook weer zijn God is. Hij vraagt de jongen die hem leidt waar de pilaren zijn zodat hij ertegen kan rusten. Hij voelt die twee grote pilaren waar de hele tempel op rust. Nu roept hij voor de laatste maal tot God om kracht. Terwijl hij zich buigt en tegen de pilaren duwt beginnen zij te wankelen. Plots ziet men de doodsangst op het gezicht van Delila, zijn verraadster, als zij ziet wat er gaat gebeuren. Zij valt van haar zilveren troon voorover voor de voeten van Simson. Met Simson sterven niet alleen Delila en de stadsvorsten, maar ook drieduizend van de belangrijkste Filistijnen.

Van de tempel van Dagon blijft weinig meer over dan een puinhoop. Ook het grote beeld van Dagon is niet meer te repareren, er zijn slechts onherkenbare brokstukken van over.

De bevolking van de stad, neemt de dode lichamen van de stadvorsten en geeft hun een luisterrijke begrafenis. Als de familie van Simson zich meldt, mogen ook zij het lichaam van hem meenemen en begraven. Maar, als men tenslotte het verpletterde lichaam van Delila onder de brokstukken van het Dagonbeeld vindt, geeft men haar de schuld van al deze rampspoed. Haar lichaam wordt buiten de stad geworpen, de honden wisten er wel raad mee. *

*Ik heb mij hier en daar wat vrijheden in de tekst veroorloofd, om er een vloeiend verhaal van te maken. Ik hoop dat u dat begrijpt.

 

Simson als beeld van de bruid van Christus in de eindtijd

In dit laatste stukje over het leven van Simson, zien wij hoe de politieke macht, (de stadsvorsten) in een afgodstempel zit om die afgod ook te aanbidden. Als wij hier een profetie in willen zien over de tijd van Jezus en onze tijd dan moeten wij daar de nadruk op leggen.

In de tijd van Jezus zien wij, dat de haat van de politieke macht, zich al kort na zijn geboorte manifesteert en Hem wil doden (de kindermoord in Bethlehem). Als Jezus Zijn leer gaat verkondigen maakt de religieuze macht van Zijn tijd ook direct plannen om Hem te doden. Zij maken daar ook gebruik van de financiële macht (de dertig zilverstukken die zij aan Judas geven). Uiteindelijk gebruiken zij de politieke macht om Jezus te kruisigen. Een nauwsluitende parallel met de tijd van Simson. Het verschil is dat hier, in plaats van dat hun gevangene, Jezus, blind is, Zijn tégenstanders verblind zijn, hoewel zij hun ogen open hebben.

Aangezien de richter, Simson, hier sterft, zal de nadruk vooral moeten vallen op de tijd vlak voor de wederkomst. Ook dan zal iedereen die op aarde overblijft sterven. Wij daarentegen zullen eeuwig leven krijgen. Ook nu zien wij dat de politieke machten hun greep op het volk beginnen te verliezen. Bij Simson was het ook zo, dat zij hem alleen konden overwinnen met de hulp van een vrouw (de religieuze macht). De Filistijnen maakten- dankbaar gebruik van nog een andere macht, de financiële of economische wereld (de vijf-en-vijftighonderd zilverstukken.)

Hier in deze geschiedenis over Simson zien wij wat er met ons in de eindtijd gebeurt, zouden wij het verbond met God verbreken. Vergeet niet dat de wet van God in de verbondskist (de ark) ligt. Breken wij én moedwillig én tot onze dood, Zijn wet, dan verbreken wij het verbond, wij verliezen dan ook Zijn bescherming. Zonder de wet van God zijn wij net zo blind als Simson, nadat men hem de ogen uitstak.

Er zijn voor de ware gelovigen altijd drie machten die tegen hen samenzweren. Een surrogaat Christendom, een door de valse religie beïnvloedde en misbruikte politiek en de economische macht (kopen en verkopen). Deze drie oefenen altijd een sterke invloed op elkaar uit. Deze machten zullen proberen ons, ware gelovigen, gevangen te houden. Of door geldzucht (de economische macht), door honger naar wereldse macht, (de politiek) of door een hunkering om voor vol te worden aangezien (een oecumenische kerk).

 

De pilaren

Als Simson aan de jongen vraagt waar de pilaren zijn, waarop de afgodstempel rust, dan wordt hij daar naartoe gebracht. Als dit alleen op een letterlijke tempel duidt, dan is dat moeilijk voor te stellen dat een zo groot gebouw, (er konden drieduizend mensen op het dak) op slechts twee pilaren rust. Als wij het echter als een type zien van alle afgodische machten van de eindtijd, politiek en religie samen, dan zal als deze twee steunpilaren omvallen de hele samenleving instorten. Wij moeten maar even wachten tot onze Simson komt, dan zal de Antichrist wel van zijn troon vallen.

 

Piet Westein

 

P.S.   Laten wij ons niet laten verblinden door al dat geschitter wat satan ons aanbiedt. Wij zijn erfgenamen van een veel groter hemels goed. Laat de mensen ons maar bespotten. Hopelijk weten zij niet beter, en bekeren zij zich nog.