Mattheus' waarheid - Zij gingen het schip in
Mattheus 8:23-27
Deze studie beschrijft de gebeurtenis op het Meer van Galilea, waar Jezus de storm stilt, en trekt geestelijke lessen over geloof, angst en vertrouwen in de Heere te midden van stormen in het leven.
Zij gingen het schip in
De hele schare die Hem vanaf de berg der zaligsprekingen had gevolgd, laat Jezus achter. Slechts de twaalf discipelen die Hij heeft uitgekozen, volgen Hem in het schip, als je tenminste zo’n klein vissersbootje een schip kunt noemen.
Hoewel het Meer van Galilea een plas water is waar je makkelijk overheen kunt kijken, is het voor vissersboten nog niet ongevaarlijk. De valwinden van de bergen zijn zeer verraderlijk. Zij komen onverwacht en veroorzaken vrij hoge golven, zowel toen als nu.
Jezus had de hele dag de schare onderwezen en hun zieken genezen. Voor alle vragen die men Hem stelde, had Hij aandacht gehad. Nu was Hij moe. Hij had het moede hoofd neergelegd en liet zich in slaap wiegen door de golfbeweging.
Maar de onverwachte storm is zo hevig dat de discipelen, toch ervaren vissersmannen, vreesden voor hun leven. In doodsnood roepen zij Jezus uit Zijn welverdiende slaap: “Heere, help ons, wij vergaan!” De reactie van Jezus is nogal laconiek. Hij zegt: “Waarom zijn jullie zo bang, kleingelovigen?” Daarna staat Hij op en spreekt tot de zee en de wind. Deze schrikken zo dat het doodstil wordt. Zijn volgelingen zijn stomverbaasd. Dit hebben zij nog nooit meegemaakt. Hun vraag is dan ook: “Wie is Deze, dat zelfs de wind en de golven naar Hem luisteren en doen wat Hij zegt?”
Hebben wij Jezus ook aan boord van ons scheepje?
De hele nieuwe kerk van Jezus Christus was in deze vissersboot. Als satan zijn plan om deze boot met Jezus en Zijn discipelen te vernietigen had kunnen uitvoeren, was zijn doel geslaagd. Hij had al meerdere keren getracht Jezus te doden, maar tot nog toe had hij gefaald.
Satan wist wat er te gebeuren stond. In het land der Gadarenen had hij een paar mensen volledig in zijn macht. Nu hij geen succes had met de grote storm, zou hij deze twee woestelingen op Jezus afsturen. Zij waren door de inwoning van zijn satanische geesten vrijwel onverslaanbaar.
Toen Jezus en Zijn discipelen eindelijk hun doel bereikten, kwamen deze bezetenen hen dan ook schreeuwend tegemoet. De boze geesten zagen de bui al hangen. Zij hadden Zijn almacht net gezien toen Hij de storm tot zwijgen had gebracht. Deze gevallen engelen waren bevreesd voor hun toekomst. Waar moesten zij heen als zij uit deze mensen werden verjaagd?
Zij vroegen Jezus om een gunst, en vreemd genoeg luistert Jezus naar hen. Hij laat hen in de kudde zwijnen varen die in de nabijheid graasden. Maar noch zij, noch de kudde zwijnen voeren daar wel bij. De zwijnen, met in zich de boze geesten, verdwijnen in de zee en worden niet meer gezien. Zo zien wij dat: wie een zee opzweept voor een ander, er zelf door wordt verzwolgen.
Onreine mensen houden onreine dieren
Je vraagt je af wat deze Joden in het land van de Gadarenen moesten met al die zwijnen? Dit waren toch onreine beesten die niet gegeten mochten worden? De Schrift zegt dat het een talrijke kudde was.
Het gevolg van dit wonder van Jezus is dat de waanzinnigen weer gezond worden en dat de zwijnen waanzinnig worden. Dit moge voor ons een les zijn: satan is altijd op zoek naar leegstaande huizen, mensen, om hen in bezit te nemen.
Hoe meer ruimte wij hem geven, des te minder wij nog zeggenschap hebben over onze vrije wil. Jezus heeft ons geschapen met een vrije wil. Ook al gebruiken wij die wil verkeerd, God dwingt ons niet en neemt die vrije wil niet weg. Satan daarentegen is niet van de vrije wil, hij wil over ons heersen.
Als hij een huis, een mens, ziet leegstaan, kraakt hij het en gaat daarin wonen. Hij is een meesterkraker. Mijn advies aan u is dan ook: geef Jezus een plaats in uw hart en doe de deur op slot. De machten der duisternis zijn geen fijne huurders. Binnen de kortste keren maken zij er een zwijnenstal van, en zij gaan niet weg als je het ze vriendelijk vraagt.
Type en antitype
De boot is een type van de gemeente van Jezus Christus, met andere woorden, de kerk. De discipelen en degenen die later door hun getuigenis zouden worden bekeerd, zitten in de boot, en in deze tijd dus in de kerk.
Waar de discipelen Jezus letterlijk bij zich hadden, daar is nu de Heilige Geest aanwezig in de kerk. Als er daarom noodweer in de kerk komt, en dat het komt is zeker, laat God ons niet zonder leiding.
Wij, Zijn kerk, hoeven slechts te roepen om hulp en Hij, de Geest, helpt.
Piet Westein
P.S.
Het is nooit rustig geweest op die zee waarop dat bootje dobbert waarin de kerk van Jezus zich bevindt. Maar wij kunnen er zeker van zijn dat het niet zal vergaan voordat het de oever van het hemels Kanaän bereikt. Wij moeten echter wel blijven roeien natuurlijk. Heeft u al eelt op uw handen?
