17. Mattheus' waarheid - Wat is ware rijkdom (Mattheüs 6:19-24)

17. Mattheus' waarheid -  Wat is ware rijkdom 

Mattheüs 6:19-24

 

Deze overdenking gaat over Jezus’ onderwijs over bezit en ware rijkdom. Wat bedoelt Hij met “schatten in de hemel” en hoe mogen gelovigen omgaan met aardse middelen in het licht van Gods Koninkrijk?

 

Het advies van Jezus over bezit

Het advies waarmee Jezus hier begint, is kenmerkend voor hoe Hij, de Schepper van hemel en aarde, naar bezit kijkt. Hij zegt dat wij ons geen schatten op aarde moeten verzamelen, waar zij gestolen kunnen worden en verouderen. Hij, die alles bezit omdat Hij alles gemaakt heeft, wijst op de hemel als de juiste opslagplaats voor ons vermogen.

 

Dat advies zal wel goed zijn, maar wij die op aarde wonen, de huur moeten betalen en met de belastingdienst te maken hebben, moeten hier toch ook enige schatten bezitten? Of heeft Jezus het hier helemaal niet over onze bankrekening of ons geldelijk vermogen?

 

Het zou zoveel eenvoudiger zijn als God een bankrekening hier op aarde had waar wij geld op konden storten, maar dat is niet zo. Voor zover het om geldelijk bezit en onze verantwoordelijkheid daarvoor gaat, zijn wij aangewezen op de Kerk. Het is goed dat God hier op aarde een Kerk heeft waar wij onze tienden en andere gaven kunnen brengen. Laten wij hopen dat de mensen die deze schatten beheren, dat doen op een manier die de goedkeuring van God en Zijn volk kan wegdragen.

 

En die schatten in de hemel dan?

Dat die schatten geen deel uitmaken van ons geldelijk vermogen weten wij inmiddels. Zijn dat dan onze goede daden? Worden die in de hemel opgeslagen? Is daar een rekeningnummer op onze naam waar onze goede en slechte daden tegen elkaar worden weggestreept?

Als wij voor de rechtertroon verschijnen en er zijn meer goede dan slechte daden, zitten wij dan goed, en gaan wij met een overschot aan zonden verloren? U voelt wel dat dit wringt.

Ik zal u mijn gedachten hierover geven. Alles wat wij hier op aarde doen, vormt ons karakter. Dit karakter is het enige wat wij mee kunnen nemen als Jezus komt om ons thuis te halen. Het is deze schat die in de hemel zal zijn.

Door deze schat worden wij niet behouden. Geen van onze goede daden wordt meegewogen in het oordeel, en om geen van onze zonden gaan wij verloren. Wij worden behouden door de kruisdood van onze Messias alléén. Hierdoor worden al onze zonden weggewassen.

 

Maar de wet van God eist toch ook dat wij als christenen uitblinken in goede daden? Als nu alles wat wij als zondige mensen aanraken onrein wordt, zijn ook onze goede daden onrein. Zij kunnen ons niet helpen om behouden te worden. Daarom worden gelovigen behouden zonder dat hun daden daaraan iets kunnen toevoegen.

 

Met andere woorden: wij worden niet behouden door onze goede daden, noch gaan wij verloren door onze slechte daden. Wij worden behouden door het geloof, door wat Jezus voor ons heeft gedaan. Niet alleen is Jezus gestorven voor onze zonden, maar Hij heeft ook geleefd om ons een zondeloos en perfect leven toe te rekenen. Zijn schatten worden onze schatten, en onze schulden zijn Zijn schulden. Als ons verlangen naar de hemel is, dan zijn Zijn schatten onze schatten. Dat is geen slechte ruil.

 

De lamp van het lichaam is het oog

Wat moet ik met deze uitspraak? Gaat het hier om een letterlijk oog? Nee toch? Gaat het hier niet om onze waarneming? Wij nemen dingen waar en kennen daar een waarde aan toe.

Als wij een positief karakter ontwikkelen, zullen wij de dingen in ons leven ook positief beoordelen. Laten wij dan alles wat wij hier op aarde waarnemen zien in het licht van het evangelie en bedenken dat alles wat ons oog ziet, geschapen is door onze hemelse Vader. Dat geldt ook voor onze medemens, die net als wij een kind van God is.

Laten wij onze ogen gebruiken om de grootheid van God te zien in alles wat wij waarnemen. Doen wij dat niet, dan wandelen wij volgens Jezus in de duisternis. Waarom zouden wij de duisternis kiezen boven het licht?

 

God of de Mammon

Jezus keert hier terug naar Zijn oorspronkelijke thema: geld. Hij zegt: Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de één haten en de ander liefhebben, of hij zal zich aan de één hechten en de ander minachten. Gij kunt niet God dienen én de Mammon.

Veel duidelijker kan Hij zich niet uitdrukken. Je zou bijna de neiging krijgen om je hele vermogen weg te geven om maar van die verantwoording af te zijn. Maar is dat wat Jezus van ons vraagt? Of vraagt Hij ons om op een christelijke manier om te gaan met het vermogen dat Hij ons heeft toevertrouwd?

 

Ik denk aan de twee koperen muntjes die een weduwe in het bijzijn van Jezus en Zijn discipelen in de offerkist van de tempel wierp. Dit was heel haar vermogen. Zij had ook kunnen kiezen om dat geld te gebruiken om brood te kopen voor die dag.

God werd niet rijker van die twee koperen munten. Zij zou die dag óf niet eten, óf iemand anders om hulp moeten vragen. Toch zegt de Meester dat er tot en met de wederkomst over deze daad van vrijgevigheid gesproken zal worden.

Maar ook dit lost onze worsteling met bezit niet op, vooral niet bij wie gezegend zijn met een meer dan gemiddeld vermogen. Moeten wij zoeken om dat vermogen ten koste van alles te vermeerderen, omdat wij rentmeesters van God zijn over wat Hij ons heeft gegeven? Of moeten wij zoeken naar mensen die het nu meer nodig hebben dan wij, en zo onze dankbaarheid tonen aan Hem die het ons in bruikleen gaf?

Ik kan u geen eenduidig antwoord geven. Ik ben, net als u, verantwoordelijk voor de talenten en het vermogen dat God mij heeft toevertrouwd. Ook ik zal mijn verantwoording moeten afleggen bij de wederkomst, als mij gevraagd wordt: wat heb je met je tijd en met je vermogen gedaan? Waar zijn de talenten die Ik je heb toevertrouwd?

 

Piet Westein

 

P.S.

Het is maar goed dat de Meester dit onderwerp behandeld heeft, zodat wij niet in duisternis hoeven te tasten en zonder dat te beseffen de Mammon zouden dienen in plaats van Jezus. Wij hebben allemaal leiding nodig in dit onderwerp. Laten wij daarom dagelijks om wijsheid vragen, want Hij zal ons zeker niet afwijzen.