01. Jozef – De profeet en de haat
Inleiding:
Deze studie beschrijft Jozefs roeping als profeet op zeventienjarige leeftijd en de haat van zijn broers. Ze toont parallellen met Jezus' verwerping, Zijn mantel en de reis naar Egypte als profetie voor Gods volk.
Jozef, de elfde zoon van stamvader Jakob, is zeventien jaar oud als God hem roept tot profeet. Deze eerste twee parallelle profetieën hebben wij de vorige keer behandeld (zie Parallel profetieën). Wat wij nu doen, is kijken naar de directe gevolgen wanneer God hem roept om profetieën uit te leggen.
In Jozefs geval was dat de dodelijke haat en nijd van zijn broers. Ook in ons geval kan dat verwijdering veroorzaken tussen familie en vrienden; wees daarom niet verbaasd, het is niet nieuw. In de plaats daarvan krijgen wij een menigte broeders en zusters.
Heeft die leeftijd een betekenis?
Heeft Jozefs leeftijd van zeventien ook een profetische betekenis? Het is de helft van vierendertig. Jezus sterft om zondaars te redden als Hij drieëndertig en een half jaar oud is; in joodse berekening is dat vierendertig, want een deel van een jaar telt als een jaar.
Waarom is de helft, zeventien jaar, zo belangrijk? Als mens kunnen wij, gebruikt als type van Gods Zoon, nooit verder komen dan de aardse helft. Kijk naar Isaäk: ook hij is zeventien als hij, als type van de Messias, door Abraham wordt geofferd.
Hoofdstuk 37 van Genesis begint met Jakob en zijn zonen in het land van hun vreemdelingschap niet hun eigen land, hoewel het beloofd was. Jezus woont op een vreemd land; Zijn thuis is bij de Vader in de hemel. Wij, kinderen van God, zijn vreemdelingen op aarde met heimwee naar ons hemels tehuis.
Het beroep van Jozef en zijn broers is schaapherder. Jezus is de Goede Herder Die Zijn leven gaf voor Zijn kudde, u en ik. Zowel Jozef als Jezus dragen een opvallende mantel die hen apart zet. Jozefs was veelkleurig, verwijzend naar Gods veelkleurige wijsheid en de regenboog als verbondsteken. Jezus’ mantel is uit één stuk, verwijzend naar het evangelie waaraan niemand mag toevoegen of afdoen.
Een gevaarlijke opdracht
Op een dag stuurt vader Jakob Jozef om zijn broers te zoeken en te zien hoe het met hen gaat. Na omzwerven vindt hij hen in Dothan, land van twee bronnen. Zijn broers beramen een plan om hem te doden, omdat hij Gods profetieën verkondigde en op zichzelf toepaste.
Hier zien wij Jozef duidelijk als type van de Messias. Jezus wordt door de Vader naar Zijn volk gestuurd; in Hem gaan alle heilsprofetieën in vervulling. Beiden worden koning: Jozef onderkoning van Egypte, Jezus regeert vanaf des Vaders troon over het universum. Beiden gehaat door eigen volk.
Uiteindelijk verraadt Judas Jezus voor dertig zilverstukken aan een vreemd volk. Op Juda’s raad verkopen Jozefs broers hem voor twintig zilverstukken aan Ismaëlieten. Bij beiden wordt de bloedbesmeurde mantel afgerukt; naakt komen zij in vijandelijke handen.
Ruben wil Jozef redden maar durft niet openlijk te handelen; hij stelt voor hem in een droge put te gooien. Waterputten beloven meer dan ze geven. Dothan: twee bronnen, één droog Jozef gevangen. Jezus zit die nacht in Kajafas’ put. De waterput is Gods Woord, dat nooit teleurstelt.
De broers eten
Zij gooien Jozef in de put, gaan zitten eten een feestmaal: de profeet monddood. Door hun oppositie gaat de profetie juist in vervulling. Hetzelfde bij Jezus’ verraad, verkoop en kruisdood: alle profetieën vervuld, terwijl tegenstanders dachten het te voorkomen.
Broeders en zusters, vergaat het ons anders dan Jozef of Jezus? Wij zijn takken van dezelfde boom. Jezus profeteerde: als zij dit doen aan het groene hout, wat aan ons, het dorre hout? God zendt Jozef als bezorgde Vader; Jezus om kinderen te redden; in de eindtijd een profetisch volk met de drie engelenboodschap.
De Ismaëlieten vervoeren gom, balsem en hars. Jozef reist mee. Bij Jezus’ vlucht naar Egypte geven wijzen mirre, wierook en goud; Jozef leidt de karavaan.
Wie was het bokje?
Vers 31: broers nemen Jozefs pronkkleed, slachten een geitenbokje, dompelen het in bloed om vader te bedriegen. Hoe komen schaapherders aan een geitenbokje? Normaal een ram. Het bokje slachten wij op Grote Verzoendag om het heiligdom te reinigen. Op de bok voor de Heere legde men geen zondige hand; zijn bloed bleef rein.
Daarom een bokje als type: Jozef en Jezus, beide schuldloos. Jozef verdwijnt uit vaders zicht; Ismaëlieten verkopen hem met winst aan Farao’s lijfwacht.
Piet Westein
P.S.
Ik hoop dat het goed afloopt met Jozef, maar ik hou mijn hart vast
