Een kans in dit leven

Een kans in dit leven

Eén kans in dit leven

 

Tijdens een Bijbelstudie vroeg iemand mij eens of we werkelijk maar één kans hebben. Eén kans om het goed te doen in dit leven. Is er echt geen tweede kans?

 

Helaas moest ik haar teleurstellen: de Schrift leert nergens een tweede kans na dit leven. Er bestaan veel theorieën:
– dat na de opname van de gelovigen de achtergeblevenen alsnog een kans zouden krijgen;
– dat de doden opgewekt worden en zich dan kunnen bekeren;
– dat ongelovigen na hun sterven nog een bepaalde tijd ontvangen om zich alsnog om te keren;
– of zelfs de opvatting dat uiteindelijk iedereen in de hemel komt.

Het klinkt aantrekkelijk, zo’n tweede kans: geen strijd, geen verdrukking, geen vervolging, geen persoonlijke verantwoordelijkheid. Het komt allemaal wel goed, zo zegt men dan. Maar de Bijbel spreekt een andere taal.

 

Noach - 120 jaar genadetijd

Neem het voorbeeld van Noach. Hij heeft volgens Genesis 6-7 120 jaar gebouwd aan de ark. Gedurende die hele periode hadden de mensen ruimte om zich te bekeren.

De Joodse traditie bevestigt dit treffend:
Midrasj Rabbah, Bereisjiet Rabbah 30:7: God gaf Noach 120 jaar om te bouwen “opdat de mensen zouden vragen wat hij deed en tot inkeer zouden komen.”
Maar behalve Noach, zijn vrouw, zijn drie zonen en hun vrouwen, acht mensen in totaal (vgl. 1 Petr. 3:20), ging niemand de ark binnen.

 

Wonderen bekeren de mens niet

Als kind dacht ik dat wanneer God hier op aarde maar grote wonderen zou doen, de mensen vanzelf wel overtuigd zouden raken. Maar de geschiedenis van Noach leert het tegendeel.

Het wonder dat de dieren twee aan twee naar de ark kwamen (Gen. 7:8–9) heeft niemand tot bekering gebracht. De rabbijnen zagen dit net zo: wonderen overtuigen de mens niet blijvend.
Ze schrijven: “Zodra de angst voorbij was, vergaten zij het wonder en begonnen zij opnieuw te klagen.”  Israël begon kort na de indrukwekkende wonderen bij de Schelfzee (Ex. 14–15), alweer te morren.

Wonderen wekken verwondering, maar brengen geen bekering voort.

 

God sloot zelf de deur – het teken van het einde van genadetijd

Soms probeer ik mij voor te stellen hoe het geweest moet zijn: de dieren die in paren naar binnen trokken; Noach en zijn gezin die de ark binnengingen; en dan dat indrukwekkende moment dat God Zelf de deur sloot (Gen. 7:16).

Ook dit wordt in de Joodse traditie bevestigd:
 Talmud, Sanhedrin 108b: wanneer God de deur sloot, was de tijd van tesjoeva (bekering) definitief voorbij.
Er was geen touwladder, geen zijdeur, geen reddingsboot.

Zo is het ook nu: wij hebben één kans, in dit leven. Daarna is de genadetijd voorbij.
(Vgl. Hebreeën 9:27: “Het is de mensen beschikt eenmaal te sterven, en daarna het oordeel.”

 

Zeven dagen beproefd vóór de vloed

Noach en zijn gezin zaten vervolgens nog zeven dagen in de ark voordat het water kwam (Gen. 7:10). Ook zij werden beproefd.

De rabbijnen geven hier een diepe achtergrond bij:
Noach 11: deze zeven dagen waren dagen van rouw en beproeving, een test van vertrouwen, terwijl de wereld hen bespotte.

Wat zullen ze bespot zijn. Wat zullen de mensen gelachen hebben.
Ook nu worden gelovigen bespot wanneer zij eenvoudig geloven wat er staat, een zesdaagse schepping (Gen. 1–2) of een wereldwijde vloed (Gen. 6–9).

Maar God vraagt trouw, niet populariteit.

 

De keuze tussen leven en dood

Wij hebben een genadige God. Hij geeft ons een keuze: leven of dood, zegen of vloek (Deut. 30:19).
In de rabbijnse traditie heet dit: chajjim u’mawet - leven of dood.

Wat kies jij, trouw of liever populair blijven bij de mensen.

 

Greetje Jansen