19. Oordeel en Genade - Een akker met bloed gekocht
2 Koningen 9:16-37
Jehu, de zoon van Nimsi, generaal van het leger van Israël, is net door een naamloos gebleven profeet tot koning gezalfd. De opdracht die de profeet daarbij had gekregen was in onze ogen misschien nogal wreed. Zij luidde: Ga en roei het hele geslacht van Achab en Izebel uit. Je zou kunnen zeggen: ze hadden het er ook wel naar gemaakt.
Achab had in opdracht van zijn vrouw Izebel veel van de profeten van God gedood, zodat Elia dacht dat hij alleen was overgebleven. Daarnaast had hij ook zijn buurman Naboth en diens zonen laten doden toen hij zijn land wilde hebben (2 Koningen 9:26). Nu is Jehu onderweg om die rekening bij koning Joram, de zoon van Achab, en diens nakomelingen in te dienen.
Daar rijdt Jehu in zijn strijdwagen, gevolgd door een deel van het leger van Israël. Op de toren van Jizreël ziet men hem al van verre in een grote stofwolk de stad naderen. Joram is er niet gerust op. Hij heeft niemand opdracht gegeven om te komen, dus wat is hier aan de hand? De koning besluit een bode te sturen met de vraag of alles wel goed is.
Wanneer de bode bij Jehu en zijn mannen aankomt en zijn vraag stelt, krijgt hij van Jehu te horen: daar heb je niets mee te maken, sluit je maar aan bij mijn leger. Ook een tweede bode, die met dezelfde vraag gestuurd wordt, moet zich bij het leger van Jehu aansluiten.
Daarop staat koning Joram van zijn ziekbed op, kleedt zich aan en gaat zelf poolshoogte nemen. Op het moment dat hij bij Jehu komt en vraagt of hij in vrede komt, roept Jehu: Wat vrede, zolang de hoererij van je moeder Izebel met haar tovenarij voortduurt?
Wanneer Joram dit hoort, keert hij zich om en probeert te vluchten. Hij roept Achazia, de koning van Juda die achter hem rijdt, toe: Verraad, Achazia. Terwijl zij proberen te vluchten, schiet Jehu een pijl tussen de schouderbladen van Joram, door zijn hart. Op dat moment rijden zij langs de akker die van Naboth was geweest, en Jehu geeft bevel om het lijk van Joram daar neer te werpen, zodat de vogels en de dieren zich aan zijn lijk kunnen tegoeddoen. Zo gaat de profetie van Elia in vervulling.
Achazia ziet wat er is gebeurd en probeert te vluchten, maar Jehu en zijn mannen schieten ook op hem totdat zij hem treffen. Hij weet nog naar Megiddo te ontkomen, waar hij aan zijn verwondingen sterft. Zijn lijk wordt door zijn knechten naar Jeruzalem gebracht, waar hij bij zijn voorvaderen wordt begraven.
De dood van Izebel
De opdracht van de profeet die Jehu had gezalfd was nog niet geheel vervuld. Izebel, de vrouw van Achab, die Israël in diepe afgoderij had geleid en voor wie geen misdaad te groot was, leefde nog. Maar ook zij zou haar straf niet ontlopen.
Jehu rijdt naar Jizreël, naar het koninklijk paleis. Wanneer hij daar aankomt, heeft Izebel zich mooi gemaakt. Als Jehu haar op de bovenverdieping voor het open raam ziet zitten, roept hij naar de hovelingen die naast haar staan: Wie is er met mij? Wanneer enkelen naar hem kijken, roept hij: Werp haar naar beneden.
Toen zij haar van de hoogte op het plein wierpen, spatte haar bloed tegen de muren. Jehu liet zijn paarden en wagen over haar heenrijden, voordat hij het paleis binnenging om de troon te claimen. Toen zij later naar haar lichaam zochten om haar te begraven, vonden zij niets dan haar schedel, handen en voeten. De rest hadden de honden opgegeten. Zo werd de profetie van Elia letterlijk vervuld.
Welke Izebel is er nu?
Een verschrikkelijk verhaal als wij het zo lezen. Maar deze Izebel zien wij in het boek Openbaring terug. Daar is zij een beeld van een afgodische, geestelijke macht, met dezelfde karaktertrekken. Wij vinden haar in Openbaring 2:19-25. De beschrijving die daar van haar wordt gegeven, doet denken aan de kerk van Rome met haar afgodsbeelden en haar kinderen, dat wil zeggen de kerken die haar leer volgen.
Dit betekent echter niet dat wij, die geen afgodsbeelden in onze kerk hebben, ons niet schuldig kunnen maken aan een deel van haar leer. Zijn deze dingen niet geschreven tot onze waarschuwing, opdat wij niet in dezelfde valkuil vallen? Iedere kerk die een leer verkondigt die afwijkt van de Bijbel, moeten wij wantrouwen en duidelijk afwijzen. Dat is onze opdracht en ook ons voorrecht.
Maar let er wel op dat wij ons hier niet op laten voorstaan. Wij hebben allemaal dingen in ons leven die wij moeten veranderen, en dáár moeten wij ons op richten. Koningin Izebel van Israël mag dan vreselijke zonden hebben begaan, en haar geestelijke tegenhanger in Rome mag een valse leer propageren, wij kunnen die dingen zien en aanwijzen. Maar hoe staat het met de onvolkomenheden in ons eigen hart en gedrag? Zien wij die ook zo scherp, en willen wij die ook veranderen? Of blijft de Izebel in ons hart gewoon op haar troon zitten zonder dat wij het merken?
Ik wil eindigen met de oproep: Bekeer u, want het Koninkrijk van God is nabijgekomen. Er is gelukkig nog tijd.
Piet Westein
P.S.
Achab had buiten Izebel nog vele andere vrouwen, want hij had zeventig zonen. Over zijn dochters horen wij niets. Ik ben benieuwd wat er met hen allemaal gaat gebeuren. Ik houd mijn hart vast, want Jehu is een moordlustig man.