03. Het licht op de vrouw in de Bijbel - Paulus en vrouwen in de bediening
Een diepgaande Joods-Messiaanse studie
Bedekte hoofden, profetie en stilte
Inleiding
In de kerk waar ik in mijn jeugd naartoe ging, moesten vrouwen “stil” zijn en een hoofdbedekking dragen. Dat schrijft Paulus in zijn brieven. Verder in de Bijbel vinden we er nauwelijks aanwijzingen voor. In de Thora wordt er niet over geschreven. Ook hebben we in eerdere studies gezien hoe Paulus zelf met vrouwen omging. Hij noemt vrouwen dienaressen, medearbeiders, leraren, mentors, apostelen, huisgemeenteleiders en vrouwen die hun leven voor hem hebben gewaagd.
(Zie mijn studie: 02. Het licht op de vrouw in de bijbel - Vrouwen die met Paulus arbeiden)
Dit is, in mijn ogen, het gevaar van het bestuderen van slechts een deel van de Bijbel. Vaak concentreert men zich op het Nieuwe Testament, omdat het Oude Testament “voorbij” zou zijn of “te moeilijk”. Regelmatig wordt slechts één tekst naar voren gehaald, zonder verder te lezen en te onderzoeken. En laten we eerlijk zijn: als vrouwen “stil” zijn en het Woord van God niet uitdragen, wie heeft daar baat bij? Wie wil graag dat het Woord niet verspreid wordt en dat we allemaal vooral “stil” zijn? Vul het zelf maar in.
De helft van Gods gemeente laat dan haar talenten liggen, begraven, zoals in de gelijkenis in Matteüs 25:14-30, waarin Jezus vertelt over de man die naar het buitenland gaat en zijn drie dienaren het beheer van talenten toevertrouwt. Dan zijn vrouwen als die dienaar met het ene talent: het wordt begraven en niet gebruikt om het evangelie uit te dragen.
1. De passages van Paulus
1 Korinthe 11:2-16 – “Vrouwen moeten hun hoofd bedekt houden”
1 Korinthe 14:34-35 – “Vrouwen moeten stil zijn in de gemeente”
1 Timotheüs 2:12 – “Ik sta niet toe dat een vrouw leert”
Paulus zegt dus dat vrouwen moeten zwijgen, zich moeten onderwerpen en bedekt moeten zijn. Maar hij zegt óók dat vrouwen bidden en profeteren (1 Korinthe 11). Dat lijkt tegenstrijdig, zeker in het licht van hoe Paulus verder in zijn brieven over vrouwen schrijft. Daarom onderzoeken we deze teksten op grondtekst, historische context en Joods/Messiaanse uitleg. Dan ontstaat er een heel ander beeld. Laten we ook kijken naar de Joodse context, want Paulus was een Joodse rabbi.
1.1 Paulus geeft vrouwen gezag (1 Korinthe 11:2-16)
De grondtekst: het Griekse woord exousia en vrouwelijk gezag
In 1 Korinthe 11:10 staat: “Daarom behoort een vrouw gezag (exousia) te hebben over haar hoofd.” De Griekse zin luidt: “echein exousian epi tēs kephalēs”. Deze constructie betekent in het Nieuwe Testament steeds “gezag/controle hebben over”: zie Matteüs 9:6, Openbaring 11:6 en 1 Korinthe 7:37. Craig Blomberg, een bijbelgeleerde, bevestigt dit.
De betekenis van exousia
Het woord komt van exesti, “het is toegestaan/het is mogelijk”. De betekenis van exousia is: vrijheid, macht, recht of toelating.
Bewijs uit Paulus zelf:
1 Korinthe 7:4 – wederzijds gezag over elkaars lichaam
1 Korinthe 8:9 – vrijheid
1 Korinthe 9:4-5 – recht
Wat Paulus tegen de mannen zegt
Paulus stelt in vers 10 dat de vrouw zelf gezag heeft over haar hoofd. In de Joodse context was dit uiterst radicaal. De pater familias (het familiehoofd) bepaalde de kleding van vrouwen. In de Talmud (Ketubot 72a-b) leest men dat onbedekt haar grond voor scheiding kon zijn, gebaseerd op Numeri 5:18 (het sota-ritueel). Dit was de Joodse praktijk.
Paulus keert dit om: vrouwen krijgen exousia - autonomie over hun eigen hoofd. Dit is bevrijdend, geen vorm van onderwerping.
Conclusie deel 1
Exousia betekent nergens onderworpenheid. Het betekent juist macht, recht of vrijheid. Daarom luidt de juiste interpretatie:
“Een vrouw behoort gezag over haar hoofd te hebben.”
1.2 Vrouwen stil in de gemeente? (1 Korinthe 14:34-35)
De verzen zeggen: “De vrouwen zwijgen in de gemeenten, want het staat hun niet toe te spreken.” Sommige oude manuscripten plaatsen deze verzen echter na vers 40. Tekstgeleerden zien ze daarom soms als een mogelijke latere toevoeging, niet afkomstig van Paulus zelf.
Het Griekse woord sigatōsan betekent niet “altijd zwijgen”, maar “zich stilhouden/ophouden met verstoren”. Paulus corrigeert de chaos in Korinte, waar iedereen door elkaar sprak.
Vrouwen werden aangesproken op het stellen van vragen tijdens de samenkomst. Dat moesten zij, volgens Paulus, thuis aan hun eigen mannen vragen. Dit past in de synagogepraktijk, waar vrouwen apart zaten (Berachot 34a).
Maar wat met profetie? Joel 2:28 zegt: “Uw zonen en dochters zullen profeteren.” Paulus neemt dit over: vrouwen bidden en profeteren (1 Korinthe 11), maar wel in orde. Er is geen totaalverbod. Vrouwen als Priscilla onderwezen Apollos (Handelingen 18).
De stilte in 1 Korinthe 14 heeft dus betrekking op wanorde, niet op bediening.
1.3 “Ik sta niet toe dat een vrouw leert” (1 Timotheüs 2:12)
In 1 Timotheüs 2:12 staat: “Maar ik sta niet toe dat een vrouw leert, ook niet dat zij over de man heerst.” Het Grieks bevat twee woorden: didaskein (onderwijzen) en authentein (domineren, usurperen (onrechtmatig toe-eigenen)). De combinatie duidt niet op een algemeen leerverbod, maar op het misbruiken van macht tijdens het onderwijzen.
Het traditionele “autoriteit uitoefenen” is een versimpelde vertaling. In oud-Griekse literatuur (Liddell-Scott en papyri) heeft authentein een negatieve lading: volledige macht nemen of misbruiken.
Paulus beschermt in deze brief de gemeente tegen dwaalleer (1 Timotheüs 1:3-4). Efeze was een centrum van sectarische stromingen. Hij geeft daarom een tijdelijke instructie voor orde en veiligheid. Het is geen universeel, voor alle tijden geldend verbod.
Rabbijnen leerden vrouwen de Thora thuis (Sota 20a), maar profetessen als Hulda spraken publiek (2 Koningen 22). Paulus beschermt de gemeente tegen verkeerde leraren, niet tegen vrouwen. Vrouwen als Febe en Junia hadden leidinggevende en apostolische rollen.
Er is orde: Christus het hoofd van de man, en de man het hoofd van de vrouw. Maar ook wederkerigheid: vrouwen profeteren, mannen leiden. Gelijk in waarde, verschillend in roeping.
Algemene conclusie
Paulus bevrijdt vrouwen, geeft hun exousia (gezag), erkent hun profetische roeping en betrekt hen als medearbeiders. Zijn woorden zijn niet gericht op onderdrukking, maar op orde in chaotische situaties. In Joods-Messiaans licht wordt duidelijk dat de Geest op allen wordt uitgestort, zoals in Handelingen 2 staat.
Laat je talenten dus niet begraven, gebruik ze om het Woord van God uit te dragen.
Greetje Jansen
