09 De wijngaard van Naboth

Lees eerst 1 Koningen 19, dan heeft u het hele verhaal.

 

Achab de koning van Israël, was rijk en machtig, hij bezat een heel koninkrijk, hij had zeer veel goud en zilver, maar zijn hart ging uit naar iets wat hij niet krijgen kon. Naboth, een inwoner van Jizreël had de pech dat zijn wijngaard naast het paleis van de koning lag. De koning wilde van die wijngaard een moestuin maken, maar Naboth wilde die niet aan Achab verkopen, niet voor geld of goede woorden. Het antwoord van Naboth was altijd: Ik kan die niet verkopen, want het is de erfenis van mijn familie.  In Israël was het namelijk zo dat iedere stam een stamgebied had gekregen. Binnen de stam had iedere familiegroep een stuk land en binnen de familiegroep, ieder gezin. Dat land kon niet permanent worden verkocht, ieder vijftigste jaar ging dat land altijd weer naar de familie waar het van was. Achab wilde dat land permanent in bezit krijgen, door ruil of koop.

 

Toen het Achab niet lukte, werd hij depressief, hij ging op bed liggen en wilde niet eten. Maar dan komt zijn vrouw Izebel op de proppen. Wat ben jij nou voor een koning, sta op en gebruik je koninklijke macht, sta op en wees vrolijk, ik zal je deze wijngaard geven. Wat hier volgt is een onteigeningsprocedure, die hoewel jammer genoeg niet uniek in de geschiedenis is, toch zo doortrapt gemeen is, dat God zelf ingrijpt en zijn oordeel er over uitspreekt.

 

Izebel schrijft een brief aan alle oudsten en edelen van de stad waarin Naboth woont. Die brief bevat specifieke aanwijzingen hoe deze Naboth veroordeeld en gedood moet worden. Men maakt een groot feest en zet Naboth op de ereplaats, dan zoekt men twee mensen die er niet tegenop zien om een valse eed af te leggen. Zij zweren dat Naboth, en de koning en God verlaten heeft. Van een verdediging van de kant van Naboth wordt niet gesproken. Het vonnis wordt direct voltrokken, men sleurt hem tot buiten de stad en daar stenigt men hem. Toen men deze verschrikkelijke gewelddaad gepleegd had, schreef men een brief aan Izebel, met de vermelding dat de opdracht was uitgevoerd.

 

Zodra Izebel dit hoorde ging ze naar Achab en zei: Sta op en neem de wijngaard van Naboth maar in bezit, want hij leeft niet meer. Hoewel Achab de wijngaard zonder geld verkreeg, bleek later de prijs toch veel te hoog te zijn. Want het woord van de Heer komt tot Elia met de woorden: Maak u gereed, ga naar Achab de koning van Israël, hij is op weg om de wijngaard van Naboth in bezit te nemen. Als je hem ziet zeg dan tegen hem: Zo zegt de Here: Ter plaatse waar de honden het bloed van Naboth hebben opgelikt, zullen de honden ook uw bloed oplikken.

 

Toen Achab Elia zag, zei hij: Zo, heb je mij gevonden, mijn vijand? Ja, zegt Elia ik heb je gevonden, omdat je je ziel verkocht hebt om kwaad te doen in de ogen van God, zal God u wegvegen. Alle mannen van het huis van Achab zullen sterven, van hoog tot laag. Ook Izebel zal door de honden opgegeten worden. Achab is één van de meest zondige koningen van Israël geweest, aangezet door zijn vrouw Izebel, die geworden is tot een bijwoord voor zondige vrouwen.

 

Een onmogelijke bekering.

Zodra Achab de woorden van Elia hoort, scheurt hij zijn kleren, als teken van berouw, doet een rouwgewaad om zijn lichaam en begint te vasten. Er staat, hij liep met lome tred, dat wil zegen hij kon het ene been nauwelijks voor het andere krijgen. Elia is nauwelijks thuis of het woord van God komt weer tot Elia: Heb je gezien dat Achab berouw heeft? Hij heeft zich voor Mij vernederd, ga en vertel hem, dat deze straffen niet in zijn tijd over hem zullen komen. Ik zal wachten tot zijn zoon regeert, dan zal Ik het onheil doen komen.

 

Hier eindigt de geschiedenis over de wijngaard van Naboth, maar zonder geestelijk uitleg is dit slechts een gruwel verhaal waar wij weinig van kunnen leren.

 

Hoop voor de grootste zondaar.

Wijn staat in de bijbel vaak als een beeld van het bloed van Jezus. De wijngaard is daarom een beeld van het volk van God, dat de verlossing door het bloed van Gods Zoon aanbiedt. De verlossing is nooit te koop, noch door goede daden noch voor geld. Hier, in deze geschiedenis, hebben wij de politieke macht, de koning, direct naast de afgodische religieuze macht, Izebel. Door de hele wereldgeschiedenis heen, zien wij dat de politieke macht, altijd de kinderen van de ware God vervolgt, daartoe aangezet door de religieuze macht die in de hand van satan is. Hoewel Achab de God van Israël goed kent, is hij niet van plan zich te onderwerpen aan Zijn geboden, nee, hijzelf maakt uit wat hij wel kan en wil doen. Toch bespeuren wij een zekere aarzeling bij hem, om zijn tegenstander, Naboth, uit de weg te ruimen. Nu zien wij een andere religieuze macht opdoemen, Izebel. Waar Naboth de kerk van Christus vertegenwoordigt, daar is Izebel een beeld van de vrouw in rood gehuld, (zo zien wij haar later in de bijbel, in het boek de Openbaring). Hier gebruikt de religieuze macht de politieke macht om invloed te verwerven, en de politieke macht de religieuze macht, om zijn doel te bereiken. Dit is een standaard gegeven, in de grote strijd tussen goed en kwaad.

 

Waar Achab door het woord van God, gebracht door zijn profeet, geraakt wordt, zien wij bij zijn vrouw Izebel, geen enkele wroeging. Daarom kunnen wij als wij deze geschiedenis naar onze tijd vertalen, ook niet verwachten dat de afvallige kerk, in het boek de openbaring Babylon genoemd, zich als kerk zal bekeren. Wij moeten de individuen in deze religieuze macht benaderen en hen duidelijk maken dat zij dat Babylon moeten verruilen, voor de ware kerk van Christus, zodat zij inwoners kunnen worden van het Jeruzalem van God dat in de hemel is.

 

Als deze geschiedenis iets duidelijk maakt is het wel dat zelfs de grootste zondaar, in dit verhaal koning Achab, als hij zich oprecht bekeert, en zijn zonden belijdt en laat, vergeven kan worden. In het geval van Achab weten wij niet in hoeverre hij oprecht bekeerd was. Hij sterft spoedig na deze geschiedenis, in een veldslag tegen zijn oude vijand de koning van Aram.

Wij hoeven hem ook niet te oordelen, dat oordeel is ons (nog) niet gegeven. Wij zijn hier en nu slechts geroepen om te getuigen van het evangelie, één van de voorbeelden die wij hierbij kunnen gebruiken, is dat God zo ver gaat in Zijn vergevende liefde, dat hij zelfs een zondaar als Achab wil vergeven. Als een man als Achab vergeving ontvangt, dan kunnen u en ik er zeker van zijn dat er ook voor ons een plaats is in dat nieuw Jeruzalem.

 

Piet Westein.

 

P.S.

De profetie die God via de profeet Elia aan Achab gaf over de manier van zijn dood en die van zijn vrouw Izebel, zijn tot op de letter in vervulling gegaan.