9. Zacharia

Vier wagens

 

Dit visioen van de vier wagens, is de laatste van deze serie. Deze acht visioenen, vinden plaats tussen het tweede jaar en het vierde jaar van koning Darius de koning van het Medo-Perzische rijk. Soms lijken die visioenen wel als een serie, op één dag gegeven te zijn. Hoe dat ook zij, wij weten dat zij aan de profeet Zacharia zijn gegeven, kort nadat een deel van het volk van Israël uit de Babylonische ballingschap was teruggekeerd. Het grootste deel van de teruggekeerden was van de stammen Juda en Levi, maar ook van de andere stammen was er een handvol terug gekomen. Al deze acht visioenen die de profeet krijgt, zijn profetisch en zijn gegeven om het volk te bemoedigen in deze moeilijke eerste jaren na de teugkeer. Satan doet zijn uiterste best, om het plan van God voor Zijn volk te doen mislukken.

 

Dit achtste en laatste visioen waar wij naar zullen kijken, gaat over vier wagens. Zacharia kijkt weer om zich heen, en ziet vier wagens. Zij komen tussen twee bergen vandaan, het bijzondere aan die bergen is dat zij helemaal van koper zijn. Voor de eerste wagen stonden rode paarden. Voor de tweede wagen zwarte, voorde derde wagen waren de paarden wit en voor de vierde en laatste wagen wordt de kleur van de paarden niet werkelijk gegeven. Er wordt slechts van gezegd dat zij gevlekt zijn en sterk. Als de profeet vraagt waar deze paarden heengaan, dan krijgt hij als antwoord: Deze gaan uit naar de vier windstreken onder de hemel. De vaste standplaats van de paarden was (is?) naast de troon van God. De zwarte paarden gaan naar het Noorderland, (Babel) de witte gaan hen achterna, terwijl de gevlekte sterke paarden naar het Zuiderland gaan. (Egypte) Deze sterke paarden komen aanrennen, en willen weggaan om de hele aarde te doorkruisen. En Hij zei: ga heen en doorkruis de aarde. Toen die paarden de aarde doorkruisten riep God hem toe: Zie, die naar het Noorderland gegaan zijn, brengen Mijn geest in het Noorderland tot rust.

 

Met paard en wagen

De uitleg van het visioen, ligt niet direct voor de hand. Maar daar de paarden bij God vandaan komen, moeten wij het ook in het licht van Gods handelen met de mens zien. Wij hebben in Daniël twee gezien dat God de geschiedenis van deze wereld in vier koninkrijken voorzegt. Als wij dat principe hier bij dit visioen van Zacharia met zijn vier wagens ook zo toe passen, dan is het interessant om te zien, dat de twee eerste rijken, Babel en Medo-Perzië inderdaad ook uit het Noorden kwamen, de richting waarin de eerste twee wagens gingen. Hoewel er staat dat deze paarden uitgaan naar de vier windstreken, gaan er twee naar her Noorden één naar het Zuiden en één doorkruist de hele aarde. Het is dus niet zo dat zij alle vier een windrichting kiezen. Waar in Daniël, het vierde rijk, dat van Rome, blijft en zich over de hele wereld verspreid, daar zien wij hier de sterke gevlekte paarden de hele aarde doorkruisen. Het visioen vertelt dat de witte en de zwarte paarden Gods Geest in het Noorderland tot rust brengt. Deze rust was net waar het volk van Israël op dat moment behoefte aan had. Zij hadden rust nodig om hun stad en hun land weer op te bouwen.

 

Bergen van koper.

Als een metaal in een profetie zo duidelijk wordt genoemd, dan moeten wij kijken of het ook een profetische toepassing verdraagt. De getalswaarde van koper is zes, het is ook zo dat de mens op de zesde dag is geschapen. Maar wat hebben die bergen dan met ons als mensen te maken?

Bij Jeruzalem liggen inderdaad twee bijzondere bergen. De ene is de berg Moria, de ander is de olijfberg. Tussen deze twee bergen ligt het dal van Josafat. Dit was het dal waar Juda zijn vreselijke afgoden had opgesteld, waar zij ook hun kinderen aan de afgoden hadden geofferd. Dit dal werd later de vuilstortplaats van Jeruzalem. Nog weer later werd de naam veranderd naar Gehenna, waar het begrip van een eeuwig brandende hel vandaan komt. Dit hele visioen komt daarmee in het licht van het eind oordeel over deze hele wereld te staan. God laat zijn strijdwagens (U en ik,)  over de hele wereld gaan, zodat de mensen de laatste genade boodschap nog eenmaal kunnen horen, en de Geest van God toe kunnen laten in hun hart, als zij de boodschap horen en aannemen zal Hij rust brengen in hun onrustig hart. Als u die rust al bezit, breng die dan ook aan anderen. Heeft u hem nog niet open dan uw hart voor de Geest, dan heeft u niets te vrezen van dat Gehenna.

 

Piet Westein