7. Zacharia

Hij zag hem vliegen

 

Of al deze verschillende visioenen in één keer aan de profeet worden getoond, wordt niet helemaal duidelijk. Maar omdat zij elkaar direct opvolgen, lijkt het niet onlogisch. Het zesde visioen begint in ieder geval weer met: Toen ik mijn ogen opsloeg. Kennelijk was zijn blik eerst naar beneden gericht, op deze aarde. Het is pas als hij zijn blik omhoog richt, naar de hemel, dat hij iets onverklaarbaars ziet. Hij ziet een boekrol die door het luchtruim vliegt. Deze boekrol moet wel helemaal open gerold zijn, want de profeet weet direct te vertellen wat zijn maten zijn. Hij geeft die maten als twintig el lang en tien el breed. Daarna neemt de engel weer het woord, en zegt: Dit is de vloek die uitgaat over het hele land. Volgens de inhoud van deze boekrol, wordt iedereen die steelt, van nu aan weggevaagd. Ook wordt iedereen die liegt (een valse eed aflegt), van dit ogenblik af vernietigd. Ik heb deze boekrol er op uit gestuurd, zegt de Here, om als hij in het huis van een dief komt, of in het huis van iemand die een valse eed aflegt, in Mijn naam, en de boekrol daar blijft overnachten, hij dat huis, zowel het houtwerk als ook de stenen zal vernietigen.

 

Een parallel met openbaring 14:6-13?

Johannes zag een engel die vliegt in het midden van de hemel. Dat is zeker niet hetzelfde als een boekrol. Wel kondigen ze allebei het oordeel aan over degenen die Gods wetten niet serieus nemen. Ook zijn ze allebei in de hemel te zien, en vliegen zij. Het zijn beiden visioenen van God, en bedoeld voor iedereen die ze waarneemt.

 

Heilige maten

Wat te zeggen over de maten die worden genoemd? De getallen hebben in het Hebreeuws meer te zeggen dan in onze taal. Het getal tien is de jod, dat betekent de hand die stil staat. Het getal twintig betekent de hand die bezig is (in beweging). Maar waar vinden wij die handen aan het werk? Dat het niet om de hand van een mens gaat, zal iedereen wel duidelijk zijn, het gaat immers over een oordeel over de zondige mens in dit visioen. Het moet hier wel gaan over de hand van God, die zijn oordeel aankondigt over de zondaars. Wij moeten daarom kijken naar een plaats waar Gods wet is, en Zijn heiligheid geopenbaard wordt. Deze heiligheid van God vinden wij uitsluitend in Zijn heilige tabernakel. 

 

Laten wij daarom eens naar de maten van die tabernakel kijken. De binnen maat van het heilige der heiligen, was tien bij tien bij tien el, hier zien wij dat getal tien, ook was hier de wet met zijn tien geboden. Het getal twintig vinden wij in het heilige, dat is de ruimte vóór het heilige der heiligen. In het heilige der heiligen is het stil, niemand mocht daar binnen komen, behalve de hogepriester, en dat slechts éénmaal per jaar. Hier staat het getal tien centraal, de hand van God die stil staat, Zijn wet, die in de ark van het verbond ligt, is onveranderlijk. Het getal twintig vinden wij in de heilige plaats, dit was immers twintig el lang. Hier was de hand van God in beweging, hier kwam de priester meerdere keren op een dag, o.a. om het bloed van het zondoffer te brengen, en zo de zonden van de zondaar op het heiligdom te doen overgaan.

 

Weten en doen

De boekrol die Zacharia ziet vliegen, verbeeldt daarom niet alleen de wet, (de tien) en daarmee het oordeel, maar ook de manier om verlost te worden, (de twintig) het werk van God voor iedereen die zijn zonden belijdt en ze laat. Iedereen die de zonde liefheeft en ze zeker niet wil laten zal door die wet die door de Heilige Geest in hem woont, (wij zijn dat huis in dit visioen) worden vernietigd.

 

Wij moeten dat heiligdom maar opnieuw bestuderen, zowel het aardse alsook het hemelse heiligdom. Ons eeuwige leven kon er weleens vanaf hangen.

 

Piet Westein