06. Zacharia - In Babel gezaaid
Zacharia 4
Deze studie bespreekt Zacharia's vijfde visioen van de gouden kandelaar met olijfbomen, gericht op Zerubbabel's tempelbouw door Gods Geest. Het benadrukt geestelijke kracht boven menselijke moeite en roept op tot reiniging van Gods tempel in de eindtijd.
Een gouden kandelaar
In het begin van het vijfde visioen van Zacharia komt de engel die hem de visioenen toont weer naar hem toe. Maar hij doet iets anders dan wat hij tot nog toe gedaan heeft. Hij moet hem een soort wakker maken. Of de profeet werkelijk slaapt, wordt niet helemaal duidelijk, het wordt in ieder geval niet beschreven als een profetische droom. Op de vraag van de engel wat hij ziet, is zijn antwoord: Ik zie een gouden kandelaar met een oliehouder aan de top. Deze zevenarmige kandelaar had zeven toevoerbuizen voor de lampen erbovenop.
Er waren ook twee olijfbomen die boven de kandelaar uitstaken. Als Zacharia aan de engel vraagt wat het te betekenen heeft, vraagt de engel: Weet je dat dan niet? Op het ontkennende antwoord van de profeet zegt de engel: Dit is het woord van de Heer tot Zerubbabel: Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest, zegt de Here der Heerscharen. Wie ben jij, grote berg? Voor Zerubbabel wordt jij een vlakte; hij zal de gevelsteen naar voren brengen met gejubel: Genade, genade zij hem. Toen kwam het Woord van de Heer weer tot mij: De handen van Zerubbabel hebben dit huis gegrondvest, zijn handen zullen het ook voltooien, en je zult weten dat de Here der Heerscharen mij tot je gezonden heeft. Want wie veracht de dag der kleine dingen? Zij zullen zich verblijden als zij het paslood zien in de hand van Zerubbabel. Deze zeven zijn de ogen van de Heer, die de gehele aarde doorlopen.
Zacharia vraagt dan: Wat zijn die twee olijfbomen links en rechts van de kandelaar, en die twee olijftakken die door gouden buizen goud laten vloeien? De engel zegt: Weet je dat niet? De profeet zegt: Nee, mijn heer. De engel zegt dan: Dit zijn de twee gezalfden die voor de Heer van de ganse aarde staan.
Je moet het maar net weten
Het visioen gaat dit keer niet over de hogepriester Jozua, maar over de landvoogd Zerubbabel. Wat zoveel betekent als: in Babel gezaaid (verwekt). Het lijkt daarom dat hij in Babel is geboren. Niet zo vreemd, als je bedenkt dat het volk zeventig jaar in ballingschap is geweest. De meeste mensen die naar Israël gingen, waren in Babel geboren en opgegroeid. De engel die met Zacharia spreekt, vraagt hem keer op keer of hij wel begrijpt wat hij ziet. Het antwoord is even zo vaak: nee. Ik vind dat niet zo verwonderlijk. Als ik die olijfbomen en de zevenarmige kandelaar had gezien, dan had ik dat net zo min begrepen. Het is pas als de engel zegt: niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest, dan begint het te dagen.
De zevenarmige kandelaar
In dit hele visioen is het de zevenarmige kandelaar, die wij in het heiligdom van de tempel zien, die centraal staat in dit visioen. Het bijzondere hier is dat er een speciale oliehouder aan de top van de kandelaar is, die op zijn beurt weer gevuld wordt door twee olijfbomen, die er links en rechts van staan. Daar de zevenarmige kandelaar staat voor het licht van de Heilige Geest, is het niet verwonderlijk dat God hem hier ook gebruikt als een beeld daarvan.
Nu wordt de olijfolie, zeker in de profetie, altijd als een beeld van het werk van de Geest gebruikt. (Zie de wijze en de dwaze maagden, Mattheüs 25). Het volk was juist teruggekeerd uit Babel, zij hadden van zichzelf weinig kracht om zich tegen hun vijanden te verzetten, waarvan zij er veel hadden. Daarom is de belofte in deze profetie zo geruststellend: het werk zou niet door kracht noch door geweld volbracht worden (eigen werken), maar door het werk van de Geest van God.
De olijfbomen
Dan komt de engel met de vraag: weet je wel wat die olijfbomen (olijftakken) betekenen? Ook hier weet Zacharia geen antwoord op te geven. De engel helpt ook hier de profeet uit de droom. Het zijn de twee gezalfden, zegt hij, die voor het aangezicht van God staan. In de tijd waarvoor deze profetie vooral was bedoeld, zijn er twee door God aangewezen leiders van Zijn volk. De ene was de hogepriester Jozua, de ander de landvoogd Zerubbabel. Beiden waren zij gezalfd met de heilige zalfolie en apart gezet voor hun respectievelijke taken.
De ene leidde de religieuze macht (Jozua), de ander de politieke macht (Zerubbabel). In het boek Openbaring zien wij deze olijfbomen ook weer verschijnen. Zie Openbaring 11:3-4. Daar wordt verwezen naar Mozes als de politieke leider en wetgever, en Elia staat daar als beeld van de profeten door wie God Zijn volk waarschuwt.
Toen en nu
De visioenen die Zacharia ontvangt, zijn hard nodig. Zij zijn nu ongeveer drie jaar terug in met name Jeruzalem. Het land heeft in die drie jaar slechts misoogsten voortgebracht. Wel hebben zij de fundering van de tempel gelegd, ook hebben zij een brandofferaltaar gebouwd. Zij hebben echter de bouw van de tempel niet voortgezet. Zij vertelden elkaar dat het nog niet de tijd was om de tempel te herbouwen. Terwijl de profetieën van Daniël heel duidelijk zeiden dat zij dat wel moesten doen. Wij mogen, of liever gezegd moeten, onszelf afvragen of die tijd zo anders was dan de onze. Ook nu zien wij dat de kerken leeglopen.
Wie willen er in onze tijd opstaan om net als in de tijd van Jozua en Zerubbabel zich in te zetten om het volk van God te leiden en op te bouwen? Zerubbabel zou volgens deze profetie de gevelsteen met gejuich naar voren dragen onder het roepen: Genade, genade zij hem. Die gevelsteen moet toch wel belangrijk zijn als hij hier zo specifiek wordt genoemd. Op een gevelsteen staat veelal de naam van óf de bouwer óf de persoon die de opdracht tot de bouw heeft gegeven. In het geval van de tempel is dat God Zelf. Hij is degene voor wie die tempel bestemd was. Wij weten dat deze profetie ook is uitgekomen. Letterlijk in de tijd van Jozua en Zerubbabel, maar deze profetie zag ook, net als de profetieën van de profeet Daniël, op een verre toekomst.
Ook in de tijd van Zacharia was het centrale thema: herstel en reinig de tempel, en neem de wet van God weer serieus. Toen het volk van Israël dat begreep en deed, heeft God dat grote werk voor hen mogelijk gemaakt.
Ook voor ons lijkt het werk om de hele wereld bekend te maken met de boodschap van het evangelie door zo'n relatief kleine kerk onmogelijk, maar als wij ons onderwerpen aan Gods voorschriften en geloven in Zijn almacht, dan zal Hij dat grote werk zeker mogelijk maken. Iedereen die gehoor heeft gegeven om net als in de tijd van Zacharia uit Babylon te gaan en deel te worden van Gods laatste gemeente, heeft het voorrecht om deze boodschap nog eenmaal aan de wereld te laten horen. Maar het moet wel een luide roep zijn.
Piet Westein
