52. Mattheus' Waarheid - Je zal maar maanziek zijn
Mattheüs 17:14-21
Deze studie gaat over de genezing van een jongen die zwaar gebonden was en wat dit leert over geloof, geestelijke strijd en verantwoordelijkheid. Het laat zien hoe noodzakelijk het is om ons vertrouwen volledig op God te stellen.
Jezus is net met Zijn discipelen van de berg der verheerlijking afgedaald als het volgende probleem zich aandient.
Negen van de twaalf van Zijn discipelen zijn beneden aan de berg gebleven bij de schare die Hem volgt. Nu was daar een man met zijn zoon op het toneel verschenen. Deze man had de vraag bij de volgelingen van Jezus neergelegd om zijn zoon, die een ernstige geestelijke aandoening had, te genezen. Die vraag was niet zo vreemd, daar iedereen wel had gehoord dat ook Zijn discipelen waren uitgezonden met de kracht om te genezen. Dit was al wel een tijdje geleden, maar die kracht was je toch niet zomaar kwijt?
De naam van die ziekte wordt ons genoemd als maanziek. Wat wij daar precies onder moeten verstaan, wordt in het eerste deel niet goed duidelijk. Wij weten slechts dat het om een soort vallende ziekte gaat die de jongeman regelmatig in het vuur of het water laat vallen, met als gevolg brandwonden en gevaar op verdrinking. Het is pas als Jezus met Zijn drie uitverkoren vrienden weer onder hen is en in deze situatie ingrijpt, dat het duidelijk wordt dat deze jongen in de klauwen van satan is. Geen arts zal hem kunnen genezen.
Hij heeft iemand nodig die sterker is dan de demon die hem gevangen houdt. Het lijkt vreemd dat er staat dat Jezus deze demon bestraft. Je zou toch denken dat demonen er altijd op uit zijn om mensen het leven zuur te maken, dat zit nu eenmaal in hun karakter. Maar kennelijk hebben ook deze boze geesten de keuze in wat zij doen en moeten zij verantwoording aan God afleggen voor de keuzes die zij maken. Hoe het ook zij, deze demon verlaat de knaap, die daarna weer gezond is.
Dit verhaal heeft nog een vervolg. De discipelen spreken Jezus erop aan waarom deze demon niet naar hen heeft geluisterd en zij hem niet konden uitdrijven. Zijn antwoord daarop is dat hun geloof daartoe niet toereikend was. Ook zij worden vermaand door de Rabbi, Hij noemt hen kleingelovigen. Ook vraagt Hij Zich af hoelang Hij nog bij hen zal zijn. Er komt een tijd dat Hij niet langer de hand zal kunnen vasthouden en hen als een kind kan leiden.
Is iedere zieke door een demon bezeten?
Wij hebben te maken met een dubbel dilemma. Sommigen van ons geloven dat iedereen die ziek is dat wordt omdat zij een demon de vrijheid geven om in hen te wonen. Anderen geloven het tegenovergestelde, namelijk dat satan mensen niet ziek maakt, maar dat ziekte een gevolg is van een menigte van oorzaken. Dat kan zijn van virussen, bacteriën of andere ziekteverwekkers tot trauma’s, en dat die ziekten heel goed door een arts kunnen worden behandeld.
Ikzelf denk dat het misschien wat genuanceerder ligt. Ik denk dat in de grote strijd tussen God en satan de mens vaak slachtoffer wordt. Als wij in die strijd geen of de verkeerde kant kiezen, kunnen wij ook niet verwachten dat wij beschermd worden door hemelse wezens. Gods engelen zijn altijd om ons heen en zijn tot ons gezonden om ons te beschermen tegen de kwade machten, als wij daarom vragen.
U heeft wel eens gehoord van beschermengelen, die bestaan ook echt. Hoewel er mensen zijn die ze op het niveau zien van de kerstman of Sint Nicolaas. Denk vooral niet dat het van die schattige kleine babyachtige dreumesjes zijn die wij vaak in kerken zien afgebeeld. Het zijn machtige wezens die zich gelukkig voor ons gewoonlijk verborgen houden, maar voor de gevallen engelen zeker waarneembaar zijn. Deze hemelse wezens zijn deel van de grote strijd die er in het universum woedt tussen hen die God willen dienen en hen die zich bij de tegenstanders hebben aangesloten.
Ik hoop dat u uw keuze ook al gemaakt heeft en dat die positief is. Maar wat doet u eraan als u, net als deze jongen, door satan bezeten bent en al uw beslissingskracht is u ontnomen? Kunnen wij hier nog van schuld spreken? Laten wij aannemen dat hij van zijn jongste dagen die ziekte al had. Het is slechts omdat de vader de moeite neemt om hem naar de grote Heelmeester te brengen dat hij verlost en genezen wordt.
Dit laat ons zien hoe groot onze verantwoording is voor onze medemens die Jezus nog niet kent. Als wij deze medemens niet in contact met Jezus kunnen brengen, is en blijft zijn toestand hopeloos. Dan blijft satan hem in het vuur, een beeld van het eindoordeel, en het water, een beeld van de onbekeerde volken, drijven. Vergeet niet dat wij medeverantwoordelijk zijn voor de geestelijke toestand van de mensen in onze omgeving. Als wij zwijgen op het moment dat wij kunnen getuigen en wij doen het niet, dan zijn wij medeschuldig aan de staat waarin onze medemens zich bevindt.
Was het u al opgevallen dat de drie discipelen die bij Hem waren op de berg, Hem zien in Zijn Goddelijke glorie, en de negen in het dal Hem Zijn wonderen zien doen in Zijn menselijke toestand? Wij moeten omhoog reiken in het geloof om Hem als Gods Zoon te zien of zo te leren kennen. Hier op aarde zal Hij Zich aan ons openbaren als het Lam van God dat voor ons geslacht is. Maar dat neemt niet weg dat Hij, buiten het Lam, ook de Koning van het universum is en wij Hem bij de wederkomst zo ook zullen leren kennen.
Laten wij Hem hier in al Zijn functies leren kennen, zodat wij in de hemel niet een vreemde zullen ontmoeten.
Piet Westein
P.S.
Slaat satan ook zijn klauwen soms in u om u gevangen te nemen? Sla dan een loflied aan en loof God met luide stem, en satan zal van u vlieden. Dat is een zekerheid.
