51. Mattheus' Waarheid - Sommige dingen zag Petrus wel goed
Mattheüs 16:13-20
Deze studie laat zien hoe Petrus een juiste belijdenis uitspreekt over Jezus, maar ook hoe die woorden vaak verkeerd worden uitgelegd. Het helpt ons te begrijpen waarop de gemeente van God werkelijk gebouwd is.
Jezus komt tijdens Zijn omzwervingen op een gegeven moment in de omgeving van Caesarea-Filippi. Dit was een stad die naar een Romeinse keizer was genoemd en te zijner ere was gebouwd. Daar aangekomen stelt Jezus een pertinente vraag. Wie zeggen de mensen dat de Zoon des mensen is, luidt Zijn vraag aan hen. Hun antwoord is zeker niet eenduidig. Sommigen zeggen dat Hij Johannes de Doper is, andere mensen hebben het over Jeremia of Elia of één van de andere grote profeten.
Als zij hebben opgenoemd wat de schare die Hem volgen allemaal voor namen in gedachten hebben, stelt Hij hun de vraag als het ware opnieuw. Hij zegt: maar wie zeggen jullie dat Ik ben? En voordat één van Zijn discipelen ook maar zijn mond heeft kunnen openen, roept Petrus: U bent de Messias, de Zoon van de levende God. De reactie van Jezus is: deze uitspraak heb je niet van jezelf. Dit antwoord is door Mijn Vader in de hemel aan je gegeven. En het is dan dat Jezus aan deze Simon, zoon van Jona, de naam Petrus gaf. Van toen aan stond hij bekend als Simon Petrus.
Op wie wordt nu werkelijk de gemeente van God gebouwd?
Het lijkt alsof de kerk van Rome gelijk heeft als zij zeggen dat Jezus Petrus uitkiest om op hem Zijn gemeente te bouwen en dat sinds die tijd alle pausen die macht van Petrus hebben geërfd. Maar laten wij die uitspraak van Jezus eens goed onder de loep nemen. Jezus zegt letterlijk: jij bent Petrus en op deze Petra zal Ik Mijn gemeente bouwen. Nu is er een verschil in de betekenis van Petrus, dat betekent rotsblok, en Petra, dat betekent Rots. Nu moeten wij ons afvragen wat Jezus nu precies bedoelde. Wordt de kerk gebouwd door en op Petrus, het rotsblok, een stukje van de Rots, of op Petra, de Rots?
Wie van deze twee zou Zijn leven geven, Zijn bloed laten vloeien om hen te ontzondigen, was dat Petrus, of was dat de Zoon van God Die de zonden van de wereld wegnam? Het antwoord hoeven wij natuurlijk niet te zoeken. Petrus was niet meer dan een zondig mens die ook een Verlosser nodig had. Hij was net als wij een stukje steen van die Rots Die voor ons geslagen werd. Daarom kan geen enkel mens zich de waardigheid aanmeten om de plaatsvervanger van Jezus op aarde te zijn. Die plaatsvervanger van Jezus op deze aarde is er wel, maar dat is de Heilige Geest van God. Die is door Jezus voor Zijn hemelvaart beloofd en op de pinksterdag op spectaculaire wijze geopenbaard.
En hoe zit dat dan met die sleutels die Petrus zou krijgen?
Dat ligt even wat ingewikkelder. Deze sleutels zijn inderdaad aan de kerk van Jezus Christus gegeven. Maar voor welk slot zijn zij bedoeld? Het is naar mijn mening waar dat als wij tegen iemand zeggen: je zonden zijn je vergeven, en die mens voldoet aan de voorwaarde die door God in de Schrift wordt genoemd, dan is dat waar, omdat die persoon dan naar Jezus is gegaan, zijn zonden heeft beleden en gereinigd is door het bloed van het Lam. Die sleutels zijn bedoeld om het hart van God te ontsluiten, zodat de zondaar toegang heeft tot het hart van Hem Die Zijn leven voor iedere zondaar gaf die verlossing zoekt.
Had Petrus dan geen bijzondere rol in dat verlossingsplan? Mede doordat hij zijn Heere driemaal heeft verloochend. Niet door het verloochenen, maar door de bittere tranen die hij weende en het berouw dat hij had na die verloochening. Hij, Petrus, heeft ervaren wat het is om je zondelast bij Jezus te brengen en daarvan verlost te worden. Dat hij begrepen heeft hoe die sleutels moeten worden gebruikt, zien wij op de pinksterdag als de Geest in Zijn volheid op de apostelen wordt uitgestort. Het is dan dat het met name Petrus is die aan al die mensen die geroepen hebben: kruisig Hem, bekendmaakt dat ook zij behouden kunnen worden als zij zich bekeren en laten dopen. Hier gebruikt Petrus die sleutels op de manier waarvoor zij gegeven zijn.
Ook u en ik mogen ieder om ons heen die sleutels op die manier aanbieden. Ik hoop dat, wanneer u dat doet, het even effectief zal zijn. Als Petrus het doet, worden er drieduizend aan de gemeente toegevoegd. Petrus deed het, zoals u weet, met gevaar voor eigen leven. Het bracht hem min of meer direct in conflict met de geestelijke macht van die tijd, die hem in de kerker wierp. Als u die sleutels aanneemt en ook zo gebruikt, kan het zijn dat u dat ook meemaakt. Maar vrees niet, Petrus werd door een engel uit de gevangenis geleid, dat kan u ook overkomen, of niet.
Piet Westein
P.S.
U hoeft Jezus niet eerst driemaal te verloochenen voordat u die sleutels krijgt. De zonden die u in het verleden hebt gepleegd, zijn al ruim voldoende om de verlossing te ervaren en het aan anderen aan te bieden.
