46. Mattheus' Waarheid - Hij kon op het water lopen
Mattheüs 6:45-52
Deze studie beschrijft hoe Jezus over het water loopt en Petrus Hem tegemoet gaat. Daarnaast wordt de geestelijke betekenis van dit gebeuren toegepast op de kerk en de gelovigen.
Zowel de discipelen als hun Meester waren al vermoeid toen de dag begon. Nu, na weer een dag met die schare, die de Meester ook nog met brood had verzadigd en hun eindeloze vragen had beantwoord, gebiedt Jezus hen om weer in het schip te gaan en naar de overzijde van het meer te varen.
Zij, als visserslui, zagen de bui al hangen. Dat zou wel weer een nacht lang tegen de wind in roeien worden. Dit kon best wel eens een vermoeiende nacht worden. Zij gehoorzamen de Heere en gaan onderweg. Maar zij vorderen maar traag. De zee wordt steeds onstuimiger naarmate de wind meer aanwakkert.
Jezus heeft de schare ook weggezonden. Zelf is Hij, ondanks Zijn vermoeidheid, de berg opgeklommen om met Zijn Vader te spreken. Als Hij klaar is met Zijn gebed, kijkt Hij uit over het meer en ziet dat Zijn discipelen het moeilijk hebben. Hij zal hen een handje gaan helpen.
Nu kan ik mij, zij het met moeite, voorstellen dat Jezus op een vlakke wateroppervlakte kan lopen. Maar dit lijkt meer op een woeste zee. Hoe blijf je hier op de been? Als Hij tenslotte de boot met Zijn discipelen heeft ingehaald, zien zij Hem. Maar in plaats van blij te zijn Hem te zien, denken zij dat Hij een bovennatuurlijk wezen is. Nu hebben zij daar natuurlijk wel gelijk in, maar toch is Hij dezelfde Jezus waar zij nu al al die tijd mee rondtrekken. Zij echter denken dat het een spook is en zij schreeuwen het uit van angst. Niets menselijks is hen kennelijk vreemd.
Als Petrus merkt dat het zijn Meester is, vraagt hij of hij naar Hem toe mag komen en ook op de golven mag lopen. Dat lijkt hem geweldig. Wat zullen die andere elf jaloers zijn als zij dit zien. Jezus komt zijn zwakheid in dit opzicht tegemoet en Hij roept hem tot Zich. Eenmaal uit de boot op de golven vindt hij het toch wel een beetje eng. Die golven zijn toch wel erg hoog en die wind waait wel erg hard, kan dat maar goed gaan.
Zodra hij zijn ogen van Jezus afneemt en op de hoogte van de golven ziet, merkt hij dat hij gaat zinken. In zijn angst roept hij Jezus om hulp. Jezus loopt naar de drenkeling toe en reikt hem de hand en trekt hem uit de golven. Hand in hand lopen zij verder over de zee naar de boot. Op het moment dat zij in de boot stappen, gaat de wind liggen. Johannes in zijn Evangelie weet nog te melden dat zij ook direct de plaats van bestemming bereiken als Jezus in de boot stapt, Johannes 6:16-21.
Wat moeten wij met zo’n stuntverhaal
Laten wij eerst maar eens zien wat voor dingen er in dit verhaal een rol spelen en wat zij geestelijk betekenen. Wij hebben in ieder geval de boot en de zee. De zee is makkelijk, uit Openbaring 17 weten wij dat de zee staat voor volken, talen en natiën. De boot staat voor de kerk waar de gemeente haar heil in zoekt.
Nu hebben wij daarbij Jezus. Hier in dit stuk is Hij buiten de boot. Wij hebben ook de discipelen, zij doen hun uiterste best om behouden te worden. Zij willen door eigen kracht de veilige haven, dat is de hemel, bereiken, maar zij komen ondanks hun inspanning geen stap vooruit.
Wat een prachtig beeld van de christelijke kerk van onze tijd. Vele kerken moedigen hun leden aan om hun uiterste best te doen om hun verlossing te bewerken. Maar bijna iedereen vergeet om het oog op Jezus gericht te houden. Daarom is het misschien wel beter om onze energie te steken in het loven van God om de verlossing die Hij heeft volbracht in Jezus voor ons, in plaats van te kijken hoe heilig wij al zijn en hoe ver wij al gevorderd zijn op het pad van de heiligmaking.
Vergis u niet, ik ben zeker een aanhanger van heiligmaking. Maar ik geloof niet dat wij door onze heiligheid kunnen worden behouden, net zomin als dat de discipelen door eigen kracht de zee konden oversteken.
Wat moeten wij van Petrus leren? Had hij maar beter in de boot kunnen blijven? Kunnen wij als gelovigen ook beter functioneren als wij in de boot, de kerk, blijven? Of is het de bedoeling dat wij uit die boot stappen en aan de hand van de Heere ons werk als evangelist doen en Zijn roem aan de wereld verkondigen?
U begrijpt wel dat het verkondigen van het verlossingsplan aan de ongelovigen de voorkeur verdient boven veilig in de kerkbank te zitten. Maar het wandelen met en aan de hand van Jezus heeft ook zo zijn gevaren. Je hoeft je ogen maar even van onze Verlosser af te nemen om kopje onder te gaan.
Daarom is het advies, of in de boot of buiten de boot, houd je ogen op Jezus gericht. Dan komen wij zeker in een veilige haven. Vergeten wij dat, dan gaat én de boot, de gemeente, én de gelovige, het individu, verloren.
Iedere kerk die Jezus als centrum van haar geloof heeft, kan nooit op de klippen lopen. Geef daarom het roer over aan onze grote Kapitein en vertrouw op Zijn volbrachte werk. Dan zal de paniek die ons zo makkelijk overvalt, spoedig wijken.
Als u zich soms afvraagt wie die storm veroorzaakt en die golven zo hoog opzweept, weet dan dat dat satan is. Hij, de boze, is de grote vijand van de kerk van Christus. Wij hebben niet te strijden tegen vlees en bloed, maar tegen boze geesten in hemelse gewesten. Maar vrees niet, deze vijand heeft door het kruis een dodelijke wond ontvangen. Ja, die wond is ook weer genezen, maar hij zal zeker het onderspit delven als Jezus komt om Zijn bootje met Zijn gemeente thuis te halen.
Piet Westein
P.S.
Mijn advies voor de toekomst is: blijf in de boot, de gemeente. Ook al lijkt de boot nog zo gammel en lekt hij aan alle kanten. In de zee is het veel gevaarlijker. Zorg wel dat Jezus aan boord is en het roer stevig in handen heeft.
