45. Mattheus' Waarheid - Geen grootgrutter in de buurt (Mattheüs 14:13-21)

45. Mattheus' Waarheid - Geen grootgrutter in de buurt

Mattheüs 14:13-21

 

Deze studie behandelt de wonderbare spijziging van de vijfduizend en de geestelijke lessen die daarin verborgen liggen. Het benadrukt de verantwoordelijkheid van gelovigen om het Brood des Levens uit te delen.

 

Jezus gaat met Zijn twaalf discipelen in een schip om naar een eenzame plek te varen, waar Hij hoopte dat de schare Hem enige tijd met rust zou laten. Marcus weet daarbij nog te vermelden dat Jezus dat ook doet omdat de discipelen oververmoeid dreigen te worden, Marcus 6:30-32. Jezus had hen uitgezonden om het Evangelie in alle dorpen te verkondigen, nu waren zij volgens Jezus aan een korte vakantie toe. Hoe lang zij geëvangeliseerd hadden, wordt jammer genoeg niet vermeld.

Nu is het meer van Galilea niet zo groot dat je niet kunt raden waar een schip heenvaart. Je kunt er overheen kijken. Dat is ook precies wat die grote schare doet. In plaats van te wachten tot Jezus en Zijn discipelen weer terugkomen, begon die hele meute te lopen en zij waren nog eerder op die eenzame plek dan het scheepje dat Jezus en Zijn medewerkers vervoerde.

 

Hebben evangelisten geen recht op snipperdagen?

Als de discipelen de boot met Jezus voor de wal brengen, ziet het daar zwart van de mensen. Daar gaat je vakantie, zullen zij gedacht hebben. Jezus stapt aan wal en begint gelijk met Zijn werk als Geneesheer. Alle zieken die in de schare zijn en bij Hem worden gebracht, heeft Hij aandacht voor. Iedereen wordt door Hem aangeraakt en genezen.

Maar wat een rustdag had moeten zijn, spoedt zich ten einde en de mensen moeten wat eten, want zij zijn ver van de bewoonde wereld, met geen Lidl in de buurt. Jezus stelt Zijn discipelen voor om de schare te eten te geven. Maar de discipelen zien slechts moeilijkheden, voor hen lijkt het onmogelijk om aan dat verzoek te voldoen.

Aanvankelijk stellen zij Jezus voor om al die mensen weg te sturen, zodat zij in de dorpen in de wijde omtrek brood kunnen kopen. Als dat geen haalbare kaart lijkt te zijn, komen zij tot de ontdekking dat zij vijf broden en twee vissen hebben. Volgens Johannes blijkt er een jongen te zijn die dat als lunchpakket bij zich heeft.

Nu lijkt mij dat vijf broden en twee vissen op vijfduizend monden niet toereikend is. Toch laat Jezus de schare in groepen plaatsnemen en laat het voedsel bij Zich brengen. Dan geschiedt het wonder. Hij, die de hemel en de aarde gemaakt heeft en onderhoudt, begint het brood te breken en aan Zijn discipelen uit te delen. Zij, op hun beurt, delen het uit aan de schare.

Dat wat tot dat punt onmogelijk leek, geschiedt. Het hongerige volk eet en wordt zo verzadigd dat de grond bedekt raakt met hompen brood en stukken vis die overschieten. Zo veel zelfs dat Jezus Zijn helpers gebiedt alles op te ruimen en in manden te doen. Twaalf manden vol houden zij uiteindelijk over.

 

Wat zijn de lessen van dit wonder voor ons

Nu zijn die wonderen van Jezus natuurlijk erg spectaculair. Maar Hij doet er honderden en als wij van die wonderen geen geestelijke les kunnen leren, maar alleen het spektakel zien, zal dat ons hart niet zo gauw veranderen.

Wij als kerk moeten, net als Jezus in Zijn tijd, zorgen dat wij goed zichtbaar zijn. De menigte moet naar ons toe getrokken worden door de woorden die wij spreken. Ik geef toe dat het wat makkelijker gaat als God ons ook de macht geeft om wonderbaarlijke genezingen te doen. Toch gaat het in eerste instantie meer om de leer die Jezus verkondigt dan om de wonderen.

De discipelen zelf waren net terug van een zendingsreis en hadden daar vele wonderen gedaan. Nu Jezus van hen vraagt de schare te voeden, denken zij er kennelijk niet aan dat God de almacht heeft om, net als met de Israëlieten in de woestijn, hen op een wonderbare manier te voeden als zij erom zouden vragen.

Mijn vraag is waarom Jezus geen manna uit de hemel liet regenen voor hen. Dat had Hij toch al veertig jaar lang gedaan toen zij in de woestijn waren? Die hemelse schuren waren toch niet helemaal leeg?

Of moeten wij leren dat Hij, Jezus, dat Brood is dat uit de hemel is neergedaald voor ons? Let op dat het niet Jezus is die het brood aan de mensen uitreikt, maar Zijn discipelen. Zo is het ook met het Woord van het Evangelie. Wij ontvangen dat Woord, maar het is doordat wij, Zijn volgelingen, het uitreiken dat het vermenigvuldigd wordt. Houden wij dat Woord voor onszelf, dan krimpt het en tenslotte verdwijnt het geheel. Dit geeft ons een geweldige verantwoordelijkheid.

Johannes weet ons in zijn Evangelie nog te vertellen dat dit wonder vlak voor de Paasdagen gebeurt. Ook vertelt hij dat die vijf broden die de jongeman bij zich heeft, gerstebroden zijn. Nu is het zo dat rond Pasen de gersteoogst valt. Dit hele wonder gebeurt mede doordat de schare moet leren dat Jezus het gerstebrood is dat uit de hemel is neergedaald, zodat de hele wereld gevoed zou kunnen worden. Jezus zou op Paasdag sterven voor iedereen die Hem zou aannemen als het rantsoen voor de hele wereld.

Nu wordt in de Evangeliën duidelijk gezegd dat het al laat in de dag is als Jezus dit wonder doet. Ik denk dat wij dit mogen toepassen op de tijd waarin wij leven. De wereldgeschiedenis is ver gevorderd. Het ware Evangelie is schaars geworden. De wereldbevolking smacht naar het Brood des Levens. Wie willen er opstaan om dat brood te laten vermenigvuldigen?

Het moet gebeuren en het zal gebeuren. Maar gaat u deel uitmaken van die groep die de hand aan de ploeg zal slaan?

 

Piet Westein

 

P.S.
Wat denkt u dat belangrijker is: letterlijk brood uitdelen aan al die hongerlijders in de Sahel, of geestelijke voeding zodat zij het eeuwig leven kunnen vinden? Of zijn wij geroepen om het beide te doen?