42. Mattheus' Waarheid - Drie korte gelijkenissen
Mattheüs 13:44-52
In deze studie bespreekt Jezus drie korte gelijkenissen over de waarde van het Koninkrijk der hemelen. Ze laten zien wat het kost om dit Koninkrijk te vinden en hoe wij daarmee moeten omgaan.
De lengte van een gelijkenis is niet bepalend voor de belangrijkheid ervan. Nu is het natuurlijk zonder meer waar dat ieder woord dat van de lippen van Jezus kwam van zeer grote waarde is. Toch spreken sommige gelijkenissen ons meer aan dan andere. Ook is het zo dat sommige gelijkenissen makkelijker te verstaan zijn dan andere.
De volgende paragraaf heeft er drie voor ons in petto. Zij zijn alle drie maar klein. Sommige zijn maar één tekst lang. Toch hebben zij een diepe les voor hen die ernaar zoeken.
Het Koninkrijk der hemelen
De eerste gelijkenis gaat weer over een akker, net als de laatste twee gelijkenissen waarnaar wij hebben gekeken. Alleen wordt er nu niets gezaaid en toch vindt iemand er iets, een grote schat. Maar het probleem is dat die akker niet van de vinder van die schat is. De gelukkige verkoopt alles wat hem toebehoort en daarmee koopt hij de akker met daarin de schat. Deze korte gelijkenis vertelt ons de essentie van het Evangelie.
In deze gelijkenis zijn wij, de gelovigen, de akker. God is de Man Die naar de schat zoekt die in ons begraven ligt. Hij verkoopt alles wat Hij heeft, Hij geeft Zijn leven voor ons. Of is de betekenis dat onze medemensen de akker zijn en dat wij er alles voor over moeten hebben om die mensen tot volgelingen van Jezus te maken?
U ziet, het werkt in beide gevallen. Alleen ligt in het tweede geval de verantwoording bij ons en kost het ons alles wat wij hebben. Of, medegelovigen, is de wereld hier het gebied waar satan over heerst en kunnen wij slechts worden vrijgekocht van de slavernij door de dood van onze Heiland? U heeft nu drie keuzemogelijkheden. Moeilijk, niet waar? Maar zeker de moeite waard om over na te denken.
Van de volgende gelijkenis kunnen wij zeggen dat hij een parallel is van de eerste. Alleen gaat het hier niet over een akker, maar over iets wat uit de zee komt. Het is een parel van zeer grote schoonheid die daardoor bijna onbetaalbaar is. Ook hier moet de koopman, het lijkt hier te gaan om een handelaar in kostbare stenen, alles op alles zetten om die parel te kunnen kopen.
De eerste schat kwam uit de aarde, een parallel met daar waar de gelovigen zijn. Nu gaat het over een schat uit de zee. In het boek Openbaring, het zeventiende hoofdstuk, zien wij dat de wateren staan voor de volken en natiën, ofwel de ongelovigen. Ook daar heeft onze Heiland nog schatten liggen. Ook daar heeft Hij Zijn leven voor gegeven. Ook daar moeten wij zoeken of er nog schatten zijn die wij aan de voeten van onze Heiland kunnen leggen.
Ik weet dat onze opdracht groot is en dat wij, hoewel wij natuurlijk blij zijn dat wij zelf gered zijn door het bloed van het Lam, het misschien moeilijk vinden om alles op te geven en ook de boer op te gaan om die schatten voor het Koninkrijk van God op te zoeken en ze te brengen in de schatkist van het Koninkrijk van God. Maar het is in Gods Rijk zo gesteld dat de gevonden schatten allemaal de kans krijgen zelf ook schatgraver te worden voor onze Koning Jezus.
Ik had u gezegd dat er drie gelijkenissen waren in deze paragraaf. Laten wij dan ook naar die derde kijken. Hij ziet er heel anders uit dan de eerste twee. Het gaat hier in deze gelijkenis om een schriftgeleerde die een discipel wordt van het Koninkrijk der hemelen.
Het is dus iemand die kennis heeft van de Heilige Schriften, maar Jezus nog niet kende als zijn Messias. Nu hij de Heiland der wereld heeft leren kennen en Hem heeft aangenomen als zijn Zaligmaker, kan en wil deze man zijn kennis in dienst stellen van dat nieuwe Koninkrijk. Hij zal alles wat hij in het verleden heeft geleerd in een totaal nieuw licht zien.
Al de kennis die hij heeft van de profetieën zal hij nu vervuld zien in wat God heeft gedaan in de dood en opstanding van Zijn Zoon Jezus Christus. Dit gold natuurlijk niet alleen voor de letterlijke schriftgeleerden uit de tijd van Jezus. Ook in onze tijd zijn er geleerde mensen die de Bijbel tot hun studieobject hebben gemaakt en denken de wijsheid in pacht te hebben, die de profetische diepte nog niet hebben doorgrond.
Als zij bekeerd worden, en dat kan, moeten zij al wat zij hebben geleerd in een totaal nieuw daglicht leren lezen.
En denk vooral niet dat ik het hier alleen heb over theologen. Ik heb het hier over ieder van ons die beladen is met de kennis van de generaties voor ons, onze ouders en grootouders, die ons naar hun beste weten hebben opgevoed in wat zij als eeuwige waarheid zagen. Het kan zomaar zijn dat wij dat opnieuw moeten bestuderen en opnieuw moeten interpreteren in het licht van de nieuwe kennis die wij hebben opgedaan.
Laat u vooral leiden door de Geest, Die u naar het Woord zal leiden.
Piet Westein
P.S.
Wees wijs, maar vooral niet eigenwijs.
