41. Mattheus' Waarheid - Goed zaad of slecht zaad (Mattheüs 13:24-30)

41. Mattheus' Waarheid - Goed zaad of slecht zaad (Mattheüs 13:24-30)

41. Mattheus' Waarheid - Goed of slecht zaad

Mattheüs 13:24-30

 

In deze studie legt Jezus uit hoe goed en slecht zaad samen opgroeien tot de oogst. De gelijkenis leert ons hoe God uiteindelijk het onderscheid maakt tussen waarheid en leugen.

 

Nu begint Jezus weer aan een nieuwe gelijkenis. Hij is net klaar met de zaaier die uit ging om te zaaien. Hier in deze gelijkenis gaat het in wezen om twee zaaiers. De eerste is kennelijk de eigenaar van de akker waar Hij op zaait. Hij ziet het graan opkomen en wortelschieten.

Maar na enige tijd, als al die groene puntjes halmen geworden zijn, komen de knechten van deze landeigenaar naar Hem toe en vragen: Heere, hebt U geen goed zaad gezaaid op de akker? Het antwoord is uiteraard bevestigend. Er is geen boer die er ook maar over piekert om slecht zaad op de akker te strooien.

Maar hoe kan het dan, vragen zij Hem, dat er zoveel onkruid tussen het graan groeit? De Heere antwoordt hun: Dat heeft Mijn vijand gedaan.

Wie is wat in de gelijkenis?

In een gelijkenis is niets wat het schijnt. Daarom ook de naam gelijkenis. Het letterlijke verhaal uit de waarneembare wereld probeert ons iets duidelijk te maken uit de geestelijke werkelijkheid. Laten wij proberen wat wij hieruit kunnen leren.

De eigenaar van de akker is God Zelf. De akker zijn wij. Het zaad is de boodschap van het Evangelie. De knechten zijn zij die voor de Heere werken. De vijand is de duivel. Zijn zaad, dat wat hij uitstrooit, is de leugen. Hij, de satan, weet dat als hij zijn leugens openlijk als leugens verkondigt, hij maar weinig succes zal boeken.

De vijand van alle waarheid gebruikt dan ook zaad dat veel op goed graan lijkt, daarom is het zo bedrieglijk. Zijn leugens lijken redelijk veel op de waarheid. Zelfs als het graan opgroeit, kan men maar nauwelijks zien wat goed graan is en wat onkruid blijkt te zijn.

De reactie van de Heere is ook duidelijk anders dan die van de knechten. Zij bieden aan om het onkruid uit te trekken, ver voor de oogst. De Heere weet dat als je dat probeert, er een groot risico is dat het graan met het onkruid verloren gaat. Wacht maar op de oogst, is Zijn advies. Dan kun je goed zien wat graan is en wat onkruid.

Het onkruid wordt bijeengebonden in bossen om te worden verbrand. Het goede graan daarentegen gaat naar de schuren van de Heere.

Wat zijn hier de schuren? Is dat niet in de eerste plaats Zijn Kerk, waar het graan wordt opgeslagen? Uiteindelijk zal dat goede graan natuurlijk naar Zijn hemelse gewesten worden overgebracht. Net zo goed als dat het onkruid een tijdelijke plaats vindt in het vuur dat hen vernietigt. Zo vinden de zondaars de eeuwige dood, samen met de vijand die hen heeft verleid. En zij die naar God hebben geluisterd, vinden het eeuwige leven samen met Hem Die eeuwig leven in Zichzelf heeft.

U ziet dat, hoewel de werknemers van deze Heere hier slaven worden genoemd, zij een heel belangrijke taak hebben in zowel de evangelieverkondiging alsook in de afrekening aan het eind, in het oordeel wanneer de oogst wordt binnengehaald.

 

Laat dat onkruid wieden maar aan Gods Geest over

Wij zijn in dit verhaal de slaven of werknemers van de Heere van de akker. Onze opdracht is vooral het zaaien van dat Evangeliezaad van het Koninkrijk. Onze voorkeur is echter onkruid wieden. Wij zien haarscherp de zonden in onze medebroeders en zusters en misschien wat minder scherp onze eigen zonden.

Dat betekent niet dat wij de zonden in de gemeente niet mogen of zelfs moeten duiden, zolang dat maar met een traan van verdriet in onze ogen gepaard gaat.

 

Mosterdzaad en zuurdeeg

Nu volgt de gelijkenis van een mosterdzaadje. Ik weet heel weinig van landbouw, maar ik weet wel dat de grootte van het zaad niet de grootte van de boom of plant bepaalt. Zelfs machtige bomen kunnen soms uit zeer kleine zaden voortkomen.

Zo kennelijk ook met het mosterdzaadje. Als men het zaait, blijkt de plant bijna de grootte van een boom te bereiken. Zo ook het Evangeliezaad. Het kan zijn dat een woord, op de juiste tijd gesproken, het leven van een mens totaal kan veranderen.

Zo werkt het ook met zuurdesem. Je hoeft maar een klein beetje zuurdeeg in een grote hoeveelheid deeg te doen om het hele deeg te laten rijzen. Zo is het ook met het Evangelie van het Koninkrijk van God. Als het eenmaal is aangenomen, zal het op een dag al onze gedachten, woorden en daden bepalen.

En als wij iets van dat zuurdeeg, dat ons heeft gevormd, weggeven, zal dat ook die ander verrijken. Zo is dat Woord van Jezus, 2000 jaar geleden gesproken, vandaag de dag voor ieder die het hoort nog steeds springlevend.

 

Piet Westein

 

P.S. 

Ik zou zeggen: zeg het voort. Hoe meer van het Woord dat u weggeeft, des te rijker wordt u. Dit zuurdeeg is overigens niet iets waar u een zuurpruim van wordt.