40. Mattheus' Waarheid - Goed zaad of slecht zaad
Mattheüs 13:24-30
Deze studie gaat over de gelijkenis van het tarwe en onkruid, waarin Jezus ons leert over Gods geduld met de gemeente tot aan de oogst, en de noodzaak om ons aan het zaaien te wijden in plaats van het oordelen.
Nu begint Jezus weer met een nieuwe gelijkenis. Hij is net klaar met de zaaier die uitging om te zaaien. In deze gelijkenis gaat het in wezen om twee zaaiers. De eerste is kennelijk de eigenaar van de akker, waar Hij op zaait. Hij ziet het graan opkomen en wortelen schieten.
Maar na enige tijd, wanneer al die groene puntjes halmen zijn geworden, komen de knechten van deze landeigenaar naar Hem toe en vragen: “Heer, hebt U geen goed zaad gezaaid op de akker?” Het antwoord is uiteraard bevestigend. Er is geen boer die eraan piekert om slecht zaad op de akker te strooien.
Maar hoe kan het dan, vragen zij, dat er zoveel onkruid tussen het graan groeit? De Heer antwoordt: “Dat heeft Mijn vijand gedaan.”
Wie is wat in de gelijkenis?
In een gelijkenis is niets wat het lijkt, vandaar de naam gelijkenis. Het letterlijke verhaal uit de zichtbare wereld maakt iets duidelijk uit de geestelijke werkelijkheid. Laten wij proberen te ontdekken wat wij hieruit kunnen leren.
De Eigenaar van de akker is God Zelf. De akker zijn wij. Het zaad is de boodschap van het evangelie. De knechten zijn zij die voor de Heer werken. De vijand is de duivel. Zijn zaad, dat wat hij uitstrooit, is de leugen.
Satan weet dat hij met openlijke leugens weinig succes boekt. Daarom gebruikt de vijand van alle waarheid zaad dat sterk lijkt op goed graan, daarom is het zo bedrieglijk. Zijn leugens lijken veel op de waarheid.
Zelfs als het graan opgroeit, kan men nauwelijks onderscheiden wat goed graan is en wat onkruid. De reactie van de Heer verschilt sterk van die van de knechten. Zij bieden aan het onkruid ver voor de oogst uit te trekken. Maar de Heer weet dat dit het risico met zich meebrengt dat het graan meekomt.
“Wacht tot de oogst,” is Zijn advies. “Dan kun je duidelijk zien wat graan is en wat onkruid. Het onkruid wordt bijeengebonden in bossen om verbrand te worden, terwijl het goede graan naar de schuren van de Heer gaat.”
Wat zijn hier de schuren? Is dat niet in de eerste plaats Zijn kerk, waar het graan wordt opgeslagen? Uiteindelijk zal dat goede graan naar Zijn hemelse gewesten worden overgebracht, net zoals het onkruid zijn plaats vindt in het vuur dat het vernietigt.
Zo vinden de zondaars de eeuwige dood, samen met de vijand die hen verleidde. En zij die naar God luisterden, vinden het eeuwige leven bij Hem Die eeuwig leven in Zichzelf heeft.
U ziet dat de werkknechten van deze Heer, hoewel hier slaven genoemd, een belangrijke taak hebben in zowel de evangelieverkondiging als in de afrekening bij de oogst.
Laat dat onkruid wieden maar aan Gods Geest over
In dit verhaal zijn wij de slaven of werkknechten van de Heer van de akker. Onze opdracht is vooral het zaaien van dat evangeliezaad van het Koninkrijk. Onze voorkeur gaat echter uit naar onkruid wieden.
Wij zien haarscherp de zonden van onze medebroeders en -zusters, maar onze eigen zonden wat minder scherp. Dat betekent niet dat wij de zonden in de gemeente niet mogen, of zelfs moeten, duiden, zolang dat maar gepaard gaat met een traan van verdriet in onze ogen.
Mosterdzaad en zuurdesem
Nu volgt de gelijkenis van het mosterdzaadje. Ik weet weinig van landbouw, maar wel dat de grootte van het zaad niet de grootte van de plant bepaalt. Zelfs machtige bomen kunnen uit zeer kleine zaden voortkomen. Zo ook met het mosterdzaadje: eenmaal gezaaid, groeit het uit tot bijna boomgrootte.
Zo werkt het ook met het evangeliezaad. Een woord op het juiste moment kan iemands leven totaal veranderen. Hetzelfde geldt voor zuurdesem: een klein beetje zuurdeeg in een grote hoeveelheid deeg doet het geheel rijzen.
Zo is het met het evangelie van het Koninkrijk van God. Eenmaal aangenomen, zal het op een dag al onze gedachten, woorden en daden bepalen. En als wij iets van dat zuurdeeg dat ons gevormd heeft, doorgeven, verrijkt dat ook de ander.
Zo is dat Woord van Jezus, tweeduizend jaar geleden gesproken, vandaag nog steeds springlevend voor ieder die het hoort.
Piet Westein
P.S.
Ik zou zeggen: zeg het voort! Hoe meer van het Woord u weggeeft, des te rijker wordt u zelf. Dit zuurdeeg maakt u geen zuurpruim.
