39. Mattheus' Waarheid - Een zaaier ging uit om te zaaien
Mattheüs 13:1-9
Deze studie gaat over de gelijkenis van de zaaier, waarin Jezus ons leert over de verschillende reacties op het evangeliezaad en de noodzaak om de akker van ons hart vruchtbaar te houden.
Jezus staat ’s morgens op en gaat, zoals Zijn gewoonte is, naar buiten om tot de schare te spreken. Vandaag is het drukker dan anders: de mensen vertrappen elkaar bijna om niets te missen van wat deze Leraar zal zeggen.
Wanneer Jezus dit gevaar ziet, vraagt Hij Zijn discipelen een vissersboot dicht bij de wal te leggen, zodat Hij die als spreekgestoelte kan gebruiken. Zogezegd, zo gedaan. Dan gaat Hij zitten en begint de Meester te spreken. Hij vertelt een aantal gelijkenissen, waarvan de eerste gaat over een zaaier die het veld opgaat om te zaaien.
Let op: de gelijkenissen van Jezus komen altijd uit het leven van Zijn toehoorders. Zij hoefden maar om zich heen te kijken om de landman te zien die zijn akker bewerkte om hem klaar te maken voor een nieuwe oogst. En toch zit er in die eenvoudige voorbeelden altijd een diepe les verborgen — zo diep dat ik, tweeduizend jaar later, er nog steeds nieuwe inzichten in ontdek.
Normaal let de toeschouwer niet op de korrels die niet op goede grond vallen. Maar de grote Landman ziet elke korrel en belicht juist die. Hij begint niet met het graan dat wél opkomt, maar met dat wat ogenschijnlijk verloren gaat.
Het zaad op de weg
Eerst valt een deel op de weg. Je zou denken dat de mensen erop trappen, maar Jezus noemt de vogels die zich eraan tegoed doen. Het gaat dus niet verloren, maar dient onbedoeld als voedsel voor Gods schepselen, waarvoor de boer het niet bedoeld had.
Jezus geeft zelf ook een andere uitleg: de vogels zijn de gevallen engelen. Zij komen naar mensen die het Woord van Jezus wel horen maar nog niet begrijpen en aannemen. Satan neemt dan de kracht van het evangelie-Woord weg, zodat het niet opkomt.
Het zaad op rotsachtige grond
Dan volgt het deel dat op rotsachtige grond valt. Het schiet snel op en ziet veelbelovend uit. Maar wanneer de zon onbarmhartig schijnt, verdort het, want er is geen vocht om het te voeden.
Jezus zegt dat dit mensen zijn die enthousiast reageren op het Woord, maar zodra verdrukking komt of een ander nieuwtje hun aandacht trekt, geven zij het op en brengen geen vrucht voort. Wee het moment dat zij onder druk komen te staan: de moed ontvalt hen en zij distantiëren zich van de gemeente van God.
Het zaad tussen de dorens
Maar hoor: de Meester gaat verder. Een deel valt op vruchtbare grond waar echter ook doornstruiken groeien. Doorns hebben de eigenschap sneller te groeien dan het graan en het te verstikken.
Was het niet zo dat direct na de zondeval dorens en distels verschenen, waardoor Adam zijn handen vol had? Dit was het gevolg van de zonde. Dorens en distels zijn tot op de dag van vandaag een beeld van de zonde.
Waar het bij Adam en de boeren van nu om letterlijke doorns gaat, moeten wij in ons geloofsleven de akker van onze ziel schoonhouden van zondig onkruid. Ruk het uit met wortel en tak, maar pas op dat je niet ook het graan uittrekt — dat moet nog rijpen.
Jezus wijst vooral op de rijkdom van deze wereld als verstikkende factor. Niet het bezit zelf, maar het najagen ervan ten koste van geestelijke groei.
Goede grond, goed graan
Eindelijk horen wij over het deel dat op goede grond valt. Het komt op, groeit en draagt overvloedige vrucht.
Heb je wel eens een akker opgelopen en aandachtig naar de halmen gekeken? Aanvankelijk dacht ik dat de verschillen in opbrengst metaforisch waren, maar in werkelijkheid zijn er volle aren en magere aren.
Het is duidelijk: Jezus is de Landman, wij zijn de akker, en het zaad is het evangelie. Niet al het zaad valt in goede aarde, zoals je uit eigen ervaring weet.
De Heilige Geest zorgt ervoor dat het zaad beregend wordt met vroege en late regen. Door de vroege regen, wanneer wij het Woord ontvangen, maakt Hij onze ziel vruchtbaar, zodat het uitspruit. Daarom zijn nieuw-bekeerden zo enthousiast.
Maar na verloop van tijd dreigt de akker te verdorren. Dan leidt de Geest ons door dat dorre land met de late regen, zodat wij tot volle wasdom komen en vrucht dragen.
Dit geldt niet alleen voor individuen, maar ook voor de geloofsgemeenschap. Denk aan de geweldige uitstorting van Gods Geest tijdens de Reformatie. Duizenden bekeerden zich en getuigden onder barre omstandigheden. Het leek alsof de hele wereld protestants zou worden.
Maar na de dood van de hervormers stokte de groei — niet alleen in aantallen, maar erger nog: in kennis van het Woord. Daardoor bleven verkeerde leerstellingen van de kerk van Rome als onkruid woekeren in het protestantisme.
Laten wij dagelijks de akker van ons hart inspecteren op onkruid dat er niet hoort. Zeg het maar als je een schoffel wilt lenen.
Piet Westein
P.S.
Jezus gaf heel veel gelijkenissen. Zij zijn bedoeld om ons geloof diepte te geven. Laten wij ze ook zo gebruiken.
