38. Mattheus' Waarheid - Het teken van Jona (Mattheüs 12:38-42)

38. Mattheus' Waarheid - Het teken van Jona

Mattheüs 12:38-42

 

Deze studie gaat over Jezus’ uitspraak over het teken van Jona, en hoe wij de woorden “drie dagen en drie nachten in het hart der aarde” kunnen verstaan zonder in onnodige tijdschema-discussies vast te lopen.

 

De vorige keer hebben wij hetzelfde gedeelte uit Mattheüs 12 behandeld, maar toen zijn wij te kort stilgestaan bij de uitspraak van onze Heiland over het teken van Jona. In deze studie willen wij daar dieper op ingaan.

 

Er zijn nogal wat mensen die een probleem zien in de uitspraak van Jezus dat Hij drie dagen en drie nachten in het hart der aarde zou zijn. Men leest daarin dat Jezus drie dagen en drie nachten dood in het graf zou liggen. Maar dat staat er niet.

 

Hoe moeten wij die uitspraak dan verstaan?

Toen Jezus in de hof van Getsemane gevangen werd genomen, werd Hij naar het huis van de toenmalige hogepriester Kajafas gebracht. In dat huis werd Hij vastgehouden tot Zijn veroordeling. Het ligt voor de hand dat dit niet de eerste keer was dat iemand die men van een religieuze overtreding beschuldigde, in het paleis van de hogepriester gevangen werd gezet tot het vonnis voltrokken was.

 

Voor degenen onder u die wel eens op de plaats van dat gebouw zijn geweest, zal het opgevallen zijn dat er in één van de vertrekken een soort ronde schacht is met daaronder een kleine cel, waarin men iemand kon opsluiten. Deze schacht en cel zijn er nog steeds. Het is heel goed mogelijk dat men Jezus juist daar die eerste nacht na Zijn gevangenneming heeft opgesloten.

 

Wanneer Jezus zegt dat Hij drie dagen en drie nachten in het hart der aarde zal zijn, kunnen wij vanaf dat moment gaan rekenen. Als Hij op donderdag wordt gevangen genomen, is Hij de nacht van donderdag op vrijdag letterlijk in het “hart der aarde”, net zoals van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag.

 

Zo bezien klopt de profetie dat Hij drie dagen en drie nachten in het hart der aarde zou zijn, ook al was Hij de eerste nacht nog niet gestorven.

 

Wanneer de psalmdichter in Psalm 130:1 schrijft: “Uit de diepte roep ik tot U, o HEERE”, kan dat gezien worden als een voorafschaduwing van wat Jezus in die nacht doormaakte. Ik geloof dat Jezus die nacht van Zijn gevangenneming in gebed en roepend tot Zijn Vader heeft doorgebracht.

 

Het is niet mijn bedoeling om iemand die de vaste overtuiging heeft dat Jezus op woensdag is gekruisigd, daarvan af te brengen. Maar misschien is het de moeite waard deze profetie ook eens op een andere manier te overwegen.

 

Wij hebben allemaal de neiging om de tekst te lezen door de bril van onze eigen vooringenomen standpunten. Die bril blijkt echter vaak een vertekend beeld te geven. Wij moeten de tekst steeds opnieuw lezen, alsof het de eerste keer is dat wij hem zien. Dat geldt zeker voor Mattheüs 12:40.

 

Piet Westein

 

P.S.

Als dit stukje u opnieuw aan het denken heeft gezet, is mijn doel al meer dan bereikt. Vergeet niet dat de bijbelse profetieën altijd precies uitkomen. Het is onze geestelijke leesblindheid die het soms moeilijk maakt om ze goed te verstaan.