36. Mattheus' Waarheid - Jezus en Baälzebub
Mattheüs 12:22-37
Deze studie gaat over één van Jezus’ meest indrukwekkende wonderen: de genezing van een bezetene, en over de ernstige waarschuwing die Hij daarna geeft met betrekking tot het lasteren van de Heilige Geest.
Een machtig wonder
Jezus heeft veel verschillende wonderen verricht. Ja, Hij heeft zelfs doden opgewekt. Maar het wonder dat hier wordt beschreven, vind ik één van de meest aangrijpende.
Men was gewend om, als er in de familie iemand ziek of bezeten was, die persoon naar de grote Heelmeester te brengen. Zo gebeurde het ook in dit geval. Hier was iemand die door de prins der duisternis gevangen werd gehouden. Bovendien was deze mens blind en stom, waardoor hij niet eens om hulp kon roepen. Men moest hem letterlijk aan de voeten van Jezus brengen.
Jezus zag in het hart van deze mens een diepe honger om verlost te worden van de ketenen van de duistere machten. De Meester verloste hem niet alleen van zijn lichamelijke beperkingen, maar ook van zijn geestelijke duisternis.
Nu kon deze mens God loven: de riemen van zijn tong werden losgemaakt, zijn ogen werden geopend, zodat hij het scheppingswerk van God kon zien. De schare die dit meemaakte, juichte God lof toe en was bereid Jezus als de door God gezonden Messias te erkennen.
De reactie van de Farizeeën
Maar er waren ook Farizeeën en Schriftgeleerden aanwezig. Hun reactie was geheel anders. Zij bevonden zich in een moeilijk parket. Door deze onmiskenbare wonderen waren zij eigenlijk verplicht Jezus te erkennen als een door God gezonden Verlosser. Maar dat zouden zij nooit doen, want dan moesten zij zich aansluiten bij wat zij neerbuigend het “onwetende volk” noemden.
Daarom probeerden zij Jezus zwart te maken in de ogen van het volk, dat overtuigd was dat Hij ten minste een profeet was, door God gezonden. Hun verklaring luidde: “Hij drijft de demonen uit door de kracht van Beëlzebub, de overste der demonen.”
Hoe logisch is dat argument? God had door Zijn Heilige Geest in volle mate aan Zijn Zoon de macht gegeven over de machten der duisternis. Keer op keer had Hij, de Zoon van God, satan zijn prooi afgenomen. En telkens, wanneer de demon was uitgedreven, moest hij op zoek naar een nieuwe prooi, iemand die niet beschermd was, die geen relatie had met zijn Schepper.
Ik vraag mij af: wie was werkelijk door Beëlzebub bezeten? Was dat Jezus, zoals de Farizeeën beweerden, of waren zij dat zelf? Zij bezaten kennis van de heilige Schriften, en de Geest van God probeerde hun hart te overtuigen. Maar zij verzetten zich tegen die Geest en gaven zich over aan de tegenstander.
De ernstige waarschuwing van Jezus
Jezus gaf hun nog eenmaal een ernstige waarschuwing: “Als Ik door de Heilige Geest de duivel uitdrijf, dan is het Koninkrijk van God tot u gekomen. Wie Mij belastert, zal vergeving ontvangen, maar wie de Heilige Geest lastert en Hem met satan gelijkstelt, zal dat niet vergeven worden, nu niet en ook niet in de toekomende wereld.”
Zondigen tegen de Heilige Geest
Er zijn nogal wat christenen die bang zijn dat zij gezondigd hebben tegen de Heilige Geest en daarom niet behouden kunnen worden. Maar hebben zij daarin gelijk? God heeft ons Zijn Heilige Geest juist gegeven om ons te overtuigen van zonde.
Hoe zou een mens, die door de Geest overtuigd wordt van zijn of haar gevallen staat, tegen diezelfde Geest kunnen zondigen? Die angst komt meestal voort uit het feit dat wij als mens geneigd zijn afspraken met God te maken: “Heere, als U mij helpt in deze nood, zal ik deze zonde nooit meer doen.”
Wanneer die moeilijke periode voorbij is en wij toch weer struikelen, denken wij vaak dat dit de onvergefelijke zonde is en dat wij voor eeuwig van Gods liefde zijn afgesneden. Maar dat is niet zo.
Wij moeten geen overeenkomsten sluiten met God op grond van menselijke beloften — dat gaat altijd mis.
Ik geloof persoonlijk dat wij, hoe groot onze zonden ook zijn, altijd bij onze Schepper terecht kunnen voor vergeving. De God die het hele universum schiep en in stand houdt, is ook bij machte om ons, nietige mensen, onze zonden te vergeven — hoe talrijk die ook zijn.
Dat betekent niet dat dit een vrijbrief is om te blijven zondigen. Wij, die weten dat onze zonden de Zoon van God het leven kostten, zullen de zonde haten. Wij zullen vluchten naar het kruis en onze tekortkomingen daar neerleggen, biddend om gewassen te worden in het bloed van het Lam van God, dat de zonden van de wereld wegneemt.
De zonde tegen de Geest ligt juist daarin dat men ontkent dat God bij machte is om zonden te vergeven, dat men de kracht van Gods genade verwerpt en de Geest die overtuigt tot zwijgen brengt.
Daarom is mijn advies: luister naar de Geest wanneer Hij u overtuigt van zonde. Wegen uw zonden zwaar op u, en fluistert satan u in dat God nooit van zo’n zondaar als u zou kunnen houden, zing dan lofliederen tot eer van God. Satan haat lofzang, vooral wanneer ze komt van hen die hij bijna heeft overtuigt dat ze verloren zijn.
Vergeet niet: de Schepper van het heelal kan u een nieuw hart scheppen, als u Hem daarom vraagt. Bidt daarom met geloof en vertrouwen.
Piet Westein
P.S.
Laten wij, die de Schriften goed kennen, niet in dezelfde val trappen als de Schriftgeleerden uit Jezus’ tijd. Zij noemden goed kwaad en kwaad goed. Wij zijn niet beter dan zij. Wees gewaarschuwd, en verwarrend het werk van de Heilige Geest niet met dat van boze geesten.
