35. Mattheus' Waarheid - Jezus en zijn neef Johannus (Mattheüs 11:2-15)

35. Mattheus' Waarheid - Jezus en zijn neef Johannus

Mattheüs 11:2-15

 

Deze studie gaat over de relatie tussen Jezus en Johannes de Doper, hun rollen in Gods heilsplan, en de betekenis van Johannes als voorloper van de Messias en de ‘Elia die komen zou’.

 

Jezus zendt Zijn discipelen uit

Jezus had Zijn twaalf uitgekozen discipelen op een evangelisatietocht gezonden om de weg voor Hem te bereiden. In al die dorpen waar de discipelen waren geweest, was de weg vrij voor Jezus om Zijn leer te prediken.

 

Dit was een zware tegenvaller voor satan en zijn engelen. Zij dachten dat door de gevangenneming van Johannes, die door God als de wegbereider van Zijn Zoon was gezonden, Gods plannen waren verijdeld. Maar zie: nu was er niet één wegbereider, maar twaalf. In heel Israël, in ieder dorp, klonk de blijde boodschap: Jezus van Nazareth is de Messias die komen zou.

 

Deze boodschap werd bevestigd door wonderen en tekenen die zowel Jezus als Zijn discipelen deden. Over Jezus staat in vers 1 van het elfde hoofdstuk geschreven dat Hij zich in die tijd vooral bezighield met lesgeven en prediken.

 

En die arme Johannes maar wachten

Hoe lang Johannes heeft gedoopt en gepreekt voordat hij gevangen genomen werd, weten wij niet. Het is echter niet onredelijk te veronderstellen dat hij na drieënhalf jaar werd gedood, net als Jezus. Hij wordt immers niet voor niets de voorloper van Jezus genoemd.

 

Johannes werd een half jaar vóór Jezus geboren, begon dus een half jaar eerder op zijn dertigste met zijn openbare werk, en zou daarom rond zijn drieëndertigste in de gevangenis kunnen zijn gezet, waar hij werd onthoofd. Hoe het ook zij, wat wij wel zeker weten, is dat hij in de gevangenis van Herodes zijn getuigenis bleef voortzetten. Hij was zo door de Heilige Geest gedreven, dat hij de koning zelf van zonde betichtte en hem vertelde dat hij in overspel leefde met de vrouw van zijn broer.

 

Hoewel Herodes dat niet prettig vond, was het toch vooral de koningin die plannen maakte om Johannes uit de weg te ruimen. Kennelijk mocht Johannes bezoek ontvangen, want zijn volgelingen brachten een boodschap naar Jezus.

 

De vraag die zij stelden, kwam hierop neer: “Bent U werkelijk de Messias die komen zou, of verwachten wij nog een ander?” Men zou verwachten dat Jezus eenvoudigweg had kunnen antwoorden: Ja, Ik ben de Christus.

 

Maar in plaats daarvan wees Hij de volgelingen van Johannes op de wonderen. Hij gaf hen de opdracht te vertellen over de opwekking van doden en het herstel van lammen. Opvallend is dat Jezus de opwekking van doden niet als hoogtepunt noemt, maar de verkondiging van het evangelie aan de armen.

 

In de tijd van Jezus waren armen van nog minder aanzien dan nu. Toch spreekt Jezus hier vooral over de armen van geest: zij die nauwelijks bekend zijn met het Woord van het evangelie, vaak omdat degenen die dit Woord wél kennen, de priesters en de Levieten, hun taak niet volledig hebben uitgevoerd.

 

Wat Johannes met deze boodschap van Jezus heeft gedaan, weten wij niet. Wel weten wij dat hij kort daarna door Herodes werd onthoofd.

 

Zo werd Johannes ook in zijn dood een voorloper van Jezus. Jezus zou, net als Johannes, midden in Zijn werkzame leven worden gedood vanwege Zijn verkondiging. Deze zondige wereld verdraagt nu eenmaal geen heiligen.

 

Iedereen die het evangelie predikt en de wet van God zichtbaar maakt in woord en daad, wordt door de wereld als een bedreiging gezien. Vervolging zal zeker hun deel zijn.

 

Wilt u daarentegen populair zijn in deze wereld, wees dan een beetje oecumenisch en ga met de grote menigte mee. Dan zal men u met rust laten. Maar de Heilige Geest zal uw hart voortdurend verontrusten. Johannes sprak vrijuit, net als Jezus, en wij weten wat er met hen is gebeurd. Er zouden nog vele getuigen komen die hetzelfde lot zouden ondergaan.

 

Hij was de Elia die komen zou

Als Johannes de Doper de vervulling was van de profetie uit Maleachi 4:1-6, dan was zijn dienstwerk inderdaad van korte duur. Die profetie spreekt over iemand die in de geest van Elia zou komen om de weg voor de Messias te bereiden.

 

Ook in onze tijd is er grote behoefte aan een dergelijke voorloper, die de Wederkomst van dezelfde Messias voorbereidt, misschien wel meer dan destijds.

 

Wie wil die roeping nu vervullen? Wie dat wil, moet bereid zijn zich aan te sluiten bij een kleine, onpopulaire minderheid die de zonden van de gelovigen zonder omwegen aan het licht brengt.

 

U weet wat er gebeurde met de eerste en de tweede Elia. Met wat geluk ondergaat u het lot van de eerste Elia, die door God levend ten hemel werd opgenomen. Toch is dat niet gegarandeerd.

 

Ik geloof dat de gemeente van God die de laatste Elia-boodschap verkondigt, daar wel voor in aanmerking komt. Maar zolang wij nog leven vóórdat Jezus komt op de wolken van de hemel, moeten wij met grote dringendheid en kracht het evangelie verkondigen.

 

Nu u weet wat er met Elia in de tijd van de koningen gebeurde, en met Johannes, de Elia van Jezus’ dagen, kunt u ongeveer voorzien wat de oprechte gelovigen te wachten staat die Gods wet als levensmaatstaf durven verkondigen.

 

Zoals Elia door koningin Izebel werd bedreigd en Johannes door de vrouw van Herodes werd omgebracht, zo zal het ook zijn in de tijd vlak voor de Wederkomst.

 

Laat die wetenschap u niet verontrusten. Blijf trouw aan het evangelie, want wie lijdt om Christus’ wil, zal met Hem delen in de overwinning. Blijf getrouw tot de dood, en u zult de kroon van het leven ontvangen.

 

Piet Westein

 

P.S. 

U hoeft niet per se een kamelenharen mantel te dragen om die boodschap te verkondigen. Het kleed van Christus’ gerechtigheid is echter wel een vereiste, en dat is voor ons allen beschikbaar. See you in heaven.