34. Mattheus' Waarheid - Evangelisten dragen geen rugzak
Mattheüs 10:1-42
In deze overdenking lezen we hoe Jezus Zijn twaalf discipelen uitzendt om het evangelie te verkondigen aan Israël. Hij instrueert hen eenvoudig te reizen, te genezen, zegen te spreken en vervolging te verwachten.
De uitzending van de discipelen
Jezus roept Zijn speciaal uitgekozen twaalf discipelen bij elkaar. Hij instrueert hen om als zendelingen door het land te reizen en de boodschap van het evangelie in ieder dorp en gehucht te verkondigen. De lijst van namen begint met Petrus en eindigt met Judas Iskariot. Sommigen menen hieruit dat Petrus de belangrijkste discipel was en later de eerste paus werd, maar dat betwijfel ik. Judas staat als laatste omdat deze lijst pas jaren na zijn verraad werd gepubliceerd.
Jezus stuurt hen uitsluitend naar het volk van Israël. Hij zegt uitdrukkelijk dat zij zich nog niet tot de heidenen of Samaritanen mogen wenden. Israël was toen nog het uitverkoren volk. Deze speciale status zou het pas verliezen nadat zij, drieënhalf jaar na de dood en opstanding van onze Meester, de ware gelovigen begonnen te doden en te vervolgen, waarvan Stefanus een van de eersten was.
Eenvoudig op reis
Jezus adviseert hen geen geld of andere voorzieningen mee te nemen. Ik vraag mij af of Judas de clubkas aan een ander toevertrouwde of die toch maar meenam. Ik vertrouw die man niet, begrijp je?
Daar gaan zij, twee aan twee. De eerste zieke die vol verwachting naar hen kijkt, krijgt net als bij de Meester handen opgelegd. Zij roepen God aan, en zie: een wonder, hij geneest. Zij zijn blijer en verbaasder dan de geholpene zelf. Het werkt.
Al snel komen anderen: gekwelden en bezetenen. Wie in geloof tot hen komt, wordt genezen. Niet alleen zieken zoeken hulp, ook velen willen nu luisteren naar de evangelieboodschap. Voor voedsel en onderdak wordt dagelijks gezorgd. Het is zeldzaam dat men hen niet helpt. Zo volbrengen zij hun opdracht en keren met verhalen terug naar Jezus.
De vredegroet
In ieder dorp en huis wensen zij de zegen van God toe. Toch zijn er dorpen en huizen die hen niet ontvangen. Jezus had hun gezegd dat de vredegroet die zij daar spreken, dan tot henzelf zou terugkeren. Dat lijkt vreemd, alsof men een voorraad vredegroeten bij zich heeft. Maar deze zegen oefent een directe en indirecte invloed uit. Jezus zei dat in het oordeel rekening gehouden zou worden met wat die dorpen en huizen met die vredegroet gedaan hadden.
Hoe zwaar weegt de zegen van God?
In onze maatschappij wensen wij elkaar zelden nog de zegen van God toe. Het wordt als te vroom gezien. In de kerk spreekt de predikant aan het einde van de preek de zegen uit, maar voelt de gemeente die last? Verandert het hun dagelijks geloofsleven? En wat met hen die de zegen niet waarderen? Keert die terug naar de spreker?
Moet deze zegen hardop worden uitgesproken, of kan het ook fluisterend? Wanneer de Geest ons aanspoort om te gaan folderen, moeten wij bij iedere brievenbus een zegen achterlaten, of volstaat een algemene zegen aan het eind? Vergeet niet: het is een opdracht van onze Heiland Zelf om die zegen uit te spreken wanneer wij de hand aan de ploeg slaan in Zijn wijngaard.
Vijanden en vervolging
Mensen die het evangelie afwijzen, kunnen uw vijanden worden. Jezus waarschuwt dat zij zich in vijandschap tot ons keren. In het heden lijkt dat nog geen probleem, maar ik denk dat vervolging weer zal toenemen als deel van satans arsenaal.
Gelukkig is ons beloofd dat wij zonder angst kunnen getuigen, want de Schepper God zal Zijn engelen om ons heen legeren. Zij die met ons zijn, zijn meer en machtiger dan zij die tegen ons zijn. Slechts een derde van de engelen viel; twee derde bleef God trouw. Deze trouwe engelen beschermen ons dagelijks tegen boze geesten. Zonder hen zou geen christen op aarde kunnen leven, want dit is het domein van de slang.
Wie liever naar satan luistert dan naar Jezus, zal ons verraden en het leven moeilijk maken, menend God een dienst te bewijzen. Vrees hen niet. Er moet duidelijk worden wie Gods kinderen zijn en wie de tegenstander toebehoren. Mijn oproep is: ga en strijd, werk van de morgen af. Christus maakt u sterk; straks is het werk gedaan.
Piet Westein
P.S.
Ik wil u de vredegroet niet onthouden. Moge de zegen van onze Schepper, de inwoning van Zijn Geest en de hoop op de komst van de Zoon ons deel zijn. Wie kan ons dan nog scheiden van de liefde van God?
