31. Mattheus' Waarheid - Twee vrouwen met een probleem (Mattheüs 9:18-26)

31. Mattheus' Waarheid - Twee vrouwen met een probleem (Mattheüs 9:18-26)

Twee vrouwen met een probleem

Mattheüs 9:18-26

 

In deze overdenking lezen we over twee vrouwen die allebei lijden hebben ervaren, maar die door hun geloof genezing ontvingen van Jezus. Hun verhalen lopen door elkaar en wijzen profetisch heen naar Gods werk onder Israël en de heidenen.

 

De overste van de synagoge

Terwijl Jezus Zijn discipelen uitlegt wat Hij bedoelt met de gelijkenissen, worden zij plotseling onderbroken. De overste van de plaatselijke synagoge komt gehaast op Hem afgelopen en werpt zich voor de Meester neer. De man vertelt dat zijn dochter zojuist is overleden.

 

In de verslagen van Marcus en Lukas verloopt het verhaal iets anders: daar is het dochtertje ernstig ziek en sterft zij terwijl Jezus onderweg is. Beperken wij ons echter tot wat Mattheüs schrijft, dan lijkt het onvoorstelbaar dat iemand tot een wonderdoener komt met het verzoek een dode op te wekken. Zelfs voor de discipelen moet dat vreemd hebben geklonken.

 

De andere vrouw

Wij hebben hier te maken met twee verhalen die zich tegelijk voltrekken. Terwijl Jezus achter het hoofd van de synagoge aanloopt, worden zij omringd door een grote menigte, zodat zij nauwelijks vooruit kunnen komen.

 

Plotseling staat Jezus stil. Hij kijkt rond, alsof Hij iemand zoekt, en vraagt: “Wie heeft Mij aangeraakt?” Petrus reageert verbaasd: “Meester, iedereen raakt U aan!” Maar Jezus zegt: “Ik heb kracht van Mij uit voelen gaan.”

 

Dan komt een bevende vrouw naar voren. Zij biecht op dat zij Hem heeft aangeraakt in de hoop te worden verlost van haar kwaal. Zij leed al twaalf jaar aan bloedvloeiingen, had haar hele vermogen uitgegeven aan dokters, maar was nooit geholpen.

 

Let op de opmerkelijke parallel: een jonge vrouw van twaalf jaar oud is net gestorven, terwijl een oudere vrouw al twaalf jaar ziek is. Beide vrouwen zoeken hun redding bij Jezus, en in Hem is kracht om hen te genezen.

 

Ik geloof dat deze vrouwen een symbolische betekenis hebben. De oudere vrouw beeldt het volk Israël uit, en het meisje van twaalf jaar de nieuwe gemeente uit de heidenen. De oude vrouw, Israël, heeft eeuwenlang bloedoffers gebracht in de hoop daardoor van haar zonden verlost te worden. Het jonge meisje, de gemeente uit de heidenen, heeft tot dan toe nooit het licht van het evangelie gezien en is daardoor in geestelijke dood. Jezus is gekomen om zowel Israël als de heidenen het licht van het evangelie te brengen en redding aan te bieden aan ieder die in Hem gelooft.

 

De woorden die Jezus tot de zieke vrouw spreekt, maken duidelijk dat er meer is gebeurd dan een lichamelijke genezing. Hij zegt: “Uw geloof heeft u behouden.” Wie tot Jezus komt voor genezing van de dodelijke ziekte die zonde heet, ontvangt niet alleen tijdelijk leven, maar eeuwig leven met Hem.

 

De opwekking van het meisje

Aangekomen in het huis van de overste van de synagoge, vraagt Jezus allen het huis te verlaten. Hij zegt dat het kind slaapt. Men lacht Hem uit, maar Jezus spreekt over de doodsslaap. Alleen de vader, de moeder en drie discipelen, Petrus, Jacobus en Johannes,  mogen mee naar binnen.

 

Daar neemt Hij het kind bij de hand en zegt: “Talitha koem,” wat betekent: “Kind, Ik zeg u, sta op.” En het wonder gebeurt: het kind staat op. Niet alleen is zij levend geworden, ook de ziekte die haar had gedood, is verdwenen.

 

Zo zal het ook zijn bij de wederkomst, als de graven opengaan. Dan zullen al onze zwakten en ziekten verdwenen zijn. Wij zullen de frisheid en kracht van de jeugd ervaren, en vermoeidheid zal slechts een herinnering zijn.

 

Jezus geeft de ouders van het meisje vervolgens de opdracht haar te eten te geven. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar als het kind symbool staat voor de nieuwe christelijke gemeente, betekent dit dat zij nog gevoed moet worden met kennis van Christus. Zij moet de heilsgeschiedenis nog leren kennen.

 

Diezelfde opdracht geldt ook voor ons: iedereen die nieuw is in het geloof, moet gevoed worden met het Woord van God. Daarom is het noodzakelijk dat wij zelf dagelijks uit de Schrift putten, opdat wij iets hebben om uit te delen aan anderen.

 

Het geheim en de opdracht

Opnieuw zien we iets opvallends: Jezus verbiedt dat het wonder direct bekendgemaakt wordt. Toch was het onmogelijk dit geheim te bewaren. Wie wist dat het meisje gestorven was en haar daarna levend zag, moest dit wel vertellen. De beste manier om een geheim wereldkundig te maken is door erbij te zeggen: “Vertel het maar niet verder.”

 

Hoe het de genezen vrouw later is vergaan, weten wij niet. Maar hoe het het oude volk Israël is vergaan, weten wij des te beter. Israël bleef vasthouden aan het offeren van het bloed van letterlijke lammeren en verwierp grotendeels het betere bloed van het Lam van God. Voor ons ligt daar nog steeds een heilige opdracht: dit verlossende bloed aanbieden aan iedere Jood en heiden die wil luisteren.

 

Piet Westein

 

P.S.

Hoe is het eigenlijk met u? Hoe lang is het geleden dat u een bad hebt genomen in het bloed van Christus?