30. Mattheus' Waarheid - Hoe lang is het geleden dat u gevast hebt?
Mattheüs 9:14-17
In deze studie staat de vraag centraal waarom de discipelen van Jezus niet vastten, terwijl de volgelingen van Johannes en de Farizeeën dat wel deden. Jezus antwoordt met twee gelijkenissen, die duidelijk maken dat met Zijn komst een nieuwe tijd is aangebroken.
De vraag over vasten
Wij hebben net gezien dat de Farizeeën Jezus en Zijn discipelen aanvielen omdat Zij met tollenaars en zondaars omgingen. Dat was te verwachten. Maar nu komt er een afvaardiging van de volgelingen van Johannes de Doper met een kritische vraag: “De volgelingen van de Farizeeën en van Johannes vasten regelmatig, maar U en Uw discipelen doen dat niet. Hoe zit dat eigenlijk?”
Deze vraag, hoe terecht misschien ook, houdt tegelijk een zekere veroordeling in. Een ondertoon van: wij zijn heiliger dan jullie. Ook met deze vraag gaan de discipelen naar Jezus. Zijn antwoord is: “Ik ben de Bruidegom, jullie zijn Mijn gasten. Het kan toch niet zo zijn dat jullie op dit feest niets te eten of te drinken krijgen?”
Jezus sluit Zijn antwoord af met een profetie: er zullen dagen komen dat de Bruidegom van hen zal worden weggenomen. Dán zullen zij vasten. Hoeveel trek in eten denkt u dat de discipelen hadden toen zij hun Meester aan het kruis zagen sterven? Ik denk dat vasten en bidden toen vanzelf kwamen, zonder voorschrift.
Ik geloof heilig in de kracht van vasten, ook voor lichamelijk herstel bij vele klachten. Maar vooral als middel om God te naderen in gebed voor een bijzondere zaak. Toch mogen wij het nooit gebruiken alsof wij God daarmee konden overhalen. Niet in de houding van: “Ik heb gevast, dus moet U mijn gebed verhoren,” maar liever: “Heere, ik wil Uw wil doen, wat het mij ook kost. Laat mijn verlangen overeenkomen met Uw wil.”
Kleding verstellen
Wat zegt Jezus nu verder? “Een nieuwe lap moet je niet op een oud kledingstuk zetten, want als je het kledingstuk wast, zal de nieuwe lap krimpen en het gat uitscheuren.” Dat is waar, een goed advies voor iedereen die met textiel werkt. Maar wat heeft dat met vasten te maken?
Nog voordat de toehoorders zijn uitgepraat, vervolgt Jezus met een ander beeld: “Men giet geen nieuwe wijn in oude zakken, want die nieuwe wijn gist nog. Als je dat doet, zullen de zakken scheuren, en ben je zowel de wijn als de zakken kwijt.” Ook dat klinkt praktisch, maar wat betekent het geestelijk?
De betekenis van de beelden
Laten wij deze beelden nader bekijken. De vraag ging over vasten. Nu was vasten geen gebod van God, maar een gebruik dat in die tijd door mensen was ingesteld. Met de komst van Jezus was er een nieuwe tijd, een nieuwe lap, aangebroken. De oude gebruiken hadden hun kracht verloren en konden niet langer dwingend worden voorgeschreven.
En de nieuwe wijn? De oude zak staat symbool voor de geloofsgemeenschap die de priesters en de Farizeeën hadden gevormd. Op zichzelf was dat niet verkeerd, maar hun regels waren verstard. Er moest iets nieuws komen. Nu is het wel mogelijk om nieuwe wijn in oude zakken te bewaren, maar dan moeten die zakken eerst volledig worden schoongemaakt, dagenlang in schoon water weken, en dan zijn ze weer bruikbaar.
Zo is het ook met iedere bekeerling: al het oude moet worden losgelaten. De bekeerling moet door het bad van de wedergeboorte, de doop, zodat er plaats komt voor de zuivere leer van Christus.
Nieuwe tijd, nieuwe leer
Nu wij gezien hebben wat Jezus bedoelde met die twee beelden, de niet gekrompen lap en de nieuwe wijn in oude zakken, begrijpen wij dat Hij sprak over de nieuwe leer die Hij, de grote Leraar, bracht. Oude gewoonten afleren is vaak moeilijker dan nieuwe aanleren. Zo is het ook in ons geloofsleven. Wij houden vast aan wat wij altijd gehoord hebben van ouders en voorgangers, en denken dat dat niet verkeerd kan zijn, ook al staat het anders in de Bijbel.
Wij zijn daarin niet veel anders dan de volgelingen van de Farizeeën en de Schriftgeleerden. Daarom moeten wij stoppen met vertrouwen op wat mensen denken en leren, en ons bezighouden met wat de Bijbel werkelijk zegt.
Piet Westein
P.S.
Het vasten waar het hier om gaat, is niet slechts het zich onthouden van voedsel, maar vooral het zich ontledigen van onze eigen gedachten en ons laten vullen met de leer van Jezus.
