29. Oordeel en Genade - Koning Hizkia opent de deuren
2 Kronieken 29
De eerste daden van een jonge koning
Koning Hizkia was vijfentwintig jaar oud toen hij de troon van Juda besteeg. In de eerste maand van zijn regering liet hij de deuren van de tempel van God weer openen. Die waren door zijn vader, de goddeloze koning Achaz, gesloten. Nu kon het volk opnieuw hun offers brengen op de plaats die God Zelf had aangewezen. Ook de eredienst, zoals die door Hem was voorgeschreven, werd weer in ere hersteld. De priesters en de Levieten konden God opnieuw loven, zonder angst voor vervolging.
Direct na zijn zalving riep Hizkia de priesters en Levieten bijeen in de voorhof en droeg hun op het heiligdom te reinigen. Alles wat onrein was en aan de afgoden gewijd, moest verwijderd worden. Niet alleen het gebouw, ook de priesters en Levieten zelf moesten zich reinigen en heiligen, zodat zij dienst konden doen voor de heilige God.
Een heilige op de troon
Wij mogen ons gerust afvragen: hoe kan een godvrezende koning voortkomen uit een man als Achaz? Het ligt voor de hand dat zijn opvoeding vooral door zijn moeder werd beïnvloed, en dat hij onderwijs kreeg van een priester of profeet. Hoe het ook zij: wij mogen dankbaar zijn dat er eindelijk weer een heilige op de troon van Juda zit.
Hizkia begreep heel goed dat alle ellende van de afgelopen jaren het gevolg was van de trouwbreuk van het volk. Daarom moest het hele volk het verbond met God vernieuwen. Vroeg in de morgen bracht Hizkia de leiders bijeen in de voorhof van de tempel. Daar stonden de priesters en Levieten al klaar om offers voor de koning en het volk te brengen aan God.
De eredienst hersteld
Hizkia had erop aangedrongen dat de muziekinstrumenten, die David voor de eredienst had laten maken, weer gebruikt zouden worden. Onder het geluid van muziek en gezang van de Levieten werden de offers gebracht. Er werden echter zoveel dieren geofferd dat men priesters tekortkwam. Niet alle priesters hadden zich gereinigd, terwijl de Levieten dat wel hadden gedaan. Daarom moesten de Levieten hen helpen, een uitzonderlijke zaak, want normaal gesproken was het uitsluitend de taak van de priesters om de offerdieren te slachten en op het altaar te brengen.
Het vernieuwen van het verbond was een ernstige zaak. Het volk beloofde alle afgoden uit het land te verwijderen, de wetten van God trouw te houden en de rechtspraak eerlijk te laten verlopen. Beloven is echter één ding, er zich werkelijk aan houden is iets heel anders. Daarom lag er een zware verantwoordelijkheid bij de koning en de leiders om hierop toe te zien. Want van oudsher volgt het volk zijn leiders – in goede én in kwade zaken.
Wie heeft voor ons de deur geopend?
Als wij deze geschiedenis lezen, mogen wij onszelf de vraag stellen: wie heeft voor ons de deur geopend? Het antwoord ligt voor de hand. Toen Jezus stierf aan het kruis van Golgotha, scheurde God Zelf het voorhangsel van de tempel van boven naar beneden. Daarmee werd de toegang tot de troon van God – de ark van het verbond – geopend voor ieder die tot Hem komt.
Sindsdien heeft de oprechte gelovige geen andere middelaar nodig dan Christus. Hij is onze Hogepriester en ons Offerlam. Met Zijn bloed heeft Hij ons gereinigd, zodat wij zelf onze dankoffers en gebeden tot God mogen brengen.
Hoe zit het dan met de reiniging van de priesters en Levieten? Volgens Jezus, Paulus en Petrus zijn wij allen een koninklijk priesterschap. Moeten ook wij ons niet reinigen voordat wij onze dankoffers brengen in het hemelse heiligdom?
Opvallend in deze geschiedenis is dat de priesters lakser waren in het reinigen dan de Levieten. Een les voor leiders in de gemeente: wie dicht bij het altaar staat, moet zich des te meer bewust zijn van de heiligheid van de God die hij dient. Dagelijkse reiniging en bekering zijn nodig om onze afhankelijkheid van Zijn vergeving te beseffen.
Is de doop dan niet voldoende om ons rein te maken? Zeker, maar net als de priesters zich telkens bij het koperen wasvat moesten reinigen, zo hebben ook wij dagelijkse bekering nodig. Zo blijven wij in een levende afhankelijkheid van Gods genade.
Een geopende deur in de eindtijd
In Openbaring 3:8 zegt God dat Hij voor Zijn volk een geopende deur heeft gegeven die niemand kan sluiten. Omdat Jezus nu in de hemel is, mogen wij erop vertrouwen dat deze deur daar geopend is. Of er in de hemel letterlijk deuren zijn weten wij niet, maar duidelijk is dat wij in onze tijd een dieper inzicht hebben gekregen in het werk van het hemelse heiligdom dan de generaties vóór ons.
Door het bestuderen van het aardse heiligdom hebben wij zicht gekregen op het hemelse. Wij weten dat Jezus de weg tot de Vader voor ons heeft ontsloten. Laten wij er onze dagelijkse studie van maken, zodat wij niet in duisternis hoeven te wandelen.
Met broederlijke groet,
Piet Westein
P.S.
Tot dusver gaat het goed onder koning Hizkia. Maar zal hij deze weg ook blijven gaan? En lukt het hem om het volk mee te nemen in deze richting? En hoe zit het met de door God ingestelde feesten, waar al generaties geen aandacht meer voor is geweest? Zou Hizkia de moed hebben om die opnieuw in ere te herstellen?
Daarover meer in de volgende studie.