29. Mattheus' Waarheid - Ook rijken kunnen Zijn roepstem horen (Mattheüs 9:9-13)

29. Mattheus' Waarheid - Ook rijken kunnen Zijn roepstem horen

Mattheüs 9:9-13

 

In deze studie zien we hoe Jezus een zondige tollenaar roept tot discipelschap en daarmee laat zien dat niemand buiten het bereik van Zijn genade valt. De tekst laat ons nadenken over bekering, vergeving en ware navolging.

 

De roeping van Mattheüs

Jezus had zojuist een verlamde genezen. Even verderop kwam Hij bij een tolhuis. Voor dat tolhuis zat iemand die tol hief van de mensen die daar passeerden. In het heden kennen wij tolhuisjes nauwelijks meer; het begrip “tol” is grotendeels vervangen door belasting, zoals onze wegenbelasting.

 

U begrijpt natuurlijk dat de tollenaars destijds niet erg geliefd waren. Zij werkten immers voor de Romeinse overheersers. Veel van hen werden aangesteld uit de Samaritanen, een volk waar de Joodse bevolking al een hekel aan had. Een tollenaar moest zijn functie kopen en na het afdragen van de tolgelden aan de Romeinen moest hij ervoor zorgen dat hij zelf niets tekort kwam. Dat dit niet altijd eerlijk gebeurde, laat zich raden. Deze tollenaars werden dan ook over één kam geschoren met de zondaars.

 

Het is juist deze tollenaar die uit de mond van Jezus hoort: “Volg Mij.” Het wonder is dat hij dit ook zonder aarzeling doet. Voordat zij hun reis voortzetten, geeft Mattheüs, door Marcus en Lukas Levi genoemd, een groot feest voor Jezus en Zijn discipelen. Daarbij nodigt hij zijn vrienden uit, die eveneens als zondaars bekendstonden. Soort zoekt soort, zouden wij zeggen. Voor onze tollenaar was het moeilijk om heilige vrienden te maken, want die keken hem met de nek aan.

 

Zondaars aan tafel

Tijdens dit feest komen de Farizeeën naar de discipelen van Jezus met de vraag: “Waarom eet uw Meester met deze zondaars?” De discipelen weten geen antwoord te geven. Wanneer zij de vraag aan hun Meester voorleggen, zegt Hij dat Hij juist is gekomen om de zieke zondaren te genezen. De Farizeeën en Schriftgeleerden kenden de weg naar het Koninkrijk reeds, of konden die kennen. Het waren juist de verloren schapen die moesten worden teruggebracht bij de kudde.

 

Hoe bekeer je een rechtvaardige?

Het was niet vreemd dat de Farizeeën vroegen waarom Jezus onder het dak van een zondaar wilde zijn. Hun vraag was zelfs niet onterecht. Ook in Nederland kennen wij de uitdrukking: “Vertel mij wie uw vrienden zijn, en ik zal u zeggen wie u bent.”

 

In Israël werd men pas als zondaar beschouwd als men langere tijd geen tempelbelasting en tienden had betaald. Dan werd men uitgeschreven uit de boekrol waarin iedere Jood van acht dagen en ouder stond geregistreerd. Wie daarin niet meer voorkwam, werd niet langer als medegelovige behandeld en stond dus buiten de maatschappij. Wie met zulke mensen omging, werd zelf als onrein beschouwd. Deze strenge behandeling moest anderen afschrikken om niet buiten de lijntjes te kleuren.

 

Kon iemand zich dan niet meer bekeren? Zeker wel. Men moest naar de tempel gaan, de priester zijn zonden belijden, achterstallige belastingen en tienden betalen en het bad der wedergeboorte ondergaan. Daarna werd men opnieuw ingeschreven in de boekrol van de levenden. In hoeverre men daarna weer volledig geaccepteerd werd, is onzeker. Waarschijnlijk kostte dat tijd, want broeders en zusters vergeven elkaar niet altijd even gemakkelijk. Zo is het waarschijnlijk altijd geweest.

 

Een ander soort bekering

In het geval van Jezus en Mattheüs verliep die bekering heel anders. Jezus zag in het hart van Mattheüs een diep verlangen om vrij te worden van de lokstem van satan. Hij was zijn zonden beu. Mattheüs herkende in Jezus een Vriend die zijn zonden kon vergeven. Misschien had hij al gehoord van de genezing van de verlamde en de vergeving die daarbij plaatsvond. In elk geval werd hij direct een evangelist en bracht hij zijn zondige vrienden met Jezus in contact, zodat ook zij konden delen in de blijheid van zijn verlossing van de zondenlast.

 

Roeping tot getuigen

Heeft u zelf die neiging ook niet, nu u weet dat Jezus al uw zonden heeft afgewassen, omdat u in Hem het bad der wedergeboorte hebt ondergaan en Zijn bloed u heeft vrijgemaakt van de vloek van de wet die de tweede dood brengt? U kunt nu toch niet meer zwijgen over die Vriend die u niet veroordeelt, maar voor altijd bij u wil wonen? Zeg het voort, vooral tegen zondaars die deze boodschap ook nodig hebben. Misschien kunt u zelfs hun vriend worden. Probeer wel hun zonden te mijden!

 

Piet Westein

 

P.S.

Ik vraag mij af of Mattheüs bevriend is geraakt met Zacheüs. Dat was toch ook een bekeerde tollenaar die Jezus is gaan volgen?