25. Oordeel en Genade - What is in a name? (2 Kronieken 25)

25. Oordeel en Genade - What is in a name? (2 Kronieken 25)

25. Oordeel en Genade - What is in a name? 

2 Kronieken 25

 

Joas, de koning van Juda, regeert voor een deel van zijn koningschap gelijktijdig met Joas, de koning van Israël. Nadat Joas van Juda door zijn hovelingen vermoord wordt, verdwijnt die naamsverwarring. Amazia wordt koning in plaats van zijn vermoorde vader.

Wij zien in Amazia een redelijk Godvrezende koning. Toch lag er voor hem nog een rekening die moest worden vereffend. De hovelingen die zijn vader hadden vermoord, liet hij ombrengen. Het bijzondere is dat hij zich niet vergrijpt aan de kinderen van deze koningsmoordenaars. Hij hield zich aan het gebod dat de kinderen niet gedood mogen worden om de zonden van de vaders, maar dat ieder om zijn eigen zonden berecht moest worden. Dit stond duidelijk in de wet van Mozes geschreven.

Daarna zien wij dat Amazia, net als David, zijn volk laat tellen om te weten hoeveel soldaten hij kon oproepen. Het blijkt dat er in Juda en Benjamin driehonderdduizend soldaten waren. Dit vond hij niet genoeg. Hij huurde van Israël nog eens honderdduizend man. Hij had er honderd talenten zilver voor over om die huursoldaten in te zetten. Dat was in die tijd een geweldig bedrag, waardoor hij zijn volk verarmde.

Maar zie, daar komt een profeet van de Heer met een waarschuwingsboodschap naar koning Amazia. De boodschap luidt: Laat u niet in met de troepen die u gehuurd hebt van Israël, want God is niet met hen. Als u hen toch meeneemt, zal God u doen struikelen. God kan u helpen of Zich tegen u keren.

Het antwoord van koning Amazia luidt: Wat moet ik dan doen met die honderd talenten zilver die ik betaald heb? Maar ook hierop heeft de profeet een antwoord: God kan u dat zilver dubbel en dwars vergoeden, als u maar naar Hem wilt luisteren.

Zo gebeurde het dat Amazia de honderdduizend man weer wegstuurde naar hun eigen land, zonder van hun diensten gebruik te maken. Dat dit niet in goede aarde viel bij deze mannen is begrijpelijk, zij waren woedend.

Nu Amazia de Israëlieten had weggestuurd, bond hij de strijd aan met de Edomieten in het Zoutdal en versloeg hen. Tienduizend mannen doodde hij en tienduizend nam hij gevangen. Dan doet hij iets waar wij slechts ons hoofd over kunnen schudden. Hij voert hen naar de top van een berg en gooit hen allemaal in de afgrond. Niemand liet hij in leven, zij vielen allemaal te pletter.

Dit was slechts het begin van zijn misdaden. Hij nam bij de buit die hij behaalde ook de afgodsbeelden van de Edomieten mee en begon die te aanbidden. De Israëlieten die hij had weggestuurd, hadden nog een appeltje met hem te schillen. Deze honderdduizend man deden een inval in Juda, veroverden een paar steden, doodden drieduizend mannen en plunderden het hele gebied.

Daar komt die profeet van God opnieuw naar de koning met de boodschap: Waarom hebt u die goden meegenomen van de Edomieten? Deze hebben hun eigen aanbidders toch ook niet kunnen helpen? Dit bevalt Amazia niet. Hij antwoordt: Wie heeft jou eigenlijk tot mijn raadsman benoemd? Als je je mond niet houdt, laat ik je doden. De profeet kiest eieren voor zijn geld en zegt: Ik zie dat God je in het ongeluk wil storten, omdat je niet naar mijn raad wilt luisteren.

Hierna wil Amazia zijn geschil met Israël op de spits drijven en zendt een boodschap naar de koning van Israël met de uitnodiging: Laten wij elkaar ontmoeten met onze legers en zien wie de sterkste is. Joas, de koning van Israël, maakt hem belachelijk. Hij waarschuwt hem het niet te doen, omdat hij zichzelf en zijn rijk dan te gronde zou richten. Maar Amazia was te eigenwijs om te luisteren. Hij valt Israël toch aan, maar wordt verslagen en gevangen genomen door Joas. Zelfs Jeruzalem wordt veroverd en de muur wordt gedeeltelijk afgebroken. Uiteindelijk wordt Amazia, net als zijn vader, door zijn hovelingen vermoord.

 

Luisteren naar God is niet altijd makkelijk

Ook in onze tijd hebben wij de profeten van God die ons trachten te waarschuwen. De Bijbel staat vol advies en onderricht over hoe wij ons behoren te gedragen. Ook onze herders in de gemeente zijn aangesteld om ons te wijzen wanneer wij een verkeerde weg bewandelen.

Hoe moeilijk vinden wij het als wij op onze fouten worden gewezen? Is niet het eerste wat bij ons opkomt: kijk naar jezelf, jij bent ook niet heilig? Willen wij niet vaak gewoon onze eigen gang gaan? Toch zijn het juist de zogenaamde kleine zonden die correctie nodig maken. Zegt het Woord niet: Vang voor ons de kleine vossen die de wijngaard bederven? De grote, voor ieder zichtbare zonden, zijn wel duidelijk. Maar als wij dichter bij Jezus leven, zal het licht dat van Hem uitgaat onze zonden helder aan het licht brengen.

Ik vraag mij af of het de bedoeling is dat wij dat licht gebruiken om de tekortkomingen van onze broeders en zusters bloot te leggen, of dat dit licht gegeven is om zelf in dat licht te wandelen en de kleine vossen te vangen die onze wijngaard onveilig maken. Ik weet dat beide op zijn tijd nodig zijn, maar zulk advies wordt vaak het gemakkelijkst met een theelepel aangenomen en met een kruiwagen uitgedeeld.

Laten wij iedereen die ons tracht te corrigeren, danken voor hun waarschuwingen, ervan uitgaande dat zij dit doen voor ons welzijn en niet om criticasters te zijn.

Laten wij leren van Amazia. Toen hij net koning werd, volgde hij de wet van God. Later viel hij voor de afgoden en wilde hij niet meer luisteren naar de profeten. Daardoor was zijn einde, net als dat van zijn vader, tragisch. Laten wij in ons leven een ander pad kiezen en ons laten gezeggen, ook al doet het soms pijn.

 

Piet Westein

 

P.S.
Hoe komt het toch dat er zo weinig goede dingen van de koningen worden beschreven in de Bijbel? Het lijkt wel een ononderbroken lijdensweg van zondaren die over een zondig volk heersen. Ik vraag mij af of onze heersers nog steeds zo zijn. Leren wij dan nooit van de fouten in de geschiedenis van de mensheid? Laten wij ons licht laten schijnen, misschien helpt het.