26. Mattheus' Waarheid - Wie heeft er zin om Jezus te volgen? (Mattheüs 8:18-22)

26. Mattheus' Waarheid - Wie heeft er zin om Jezus te volgen?

Mattheüs 8:18-22

 

In deze studie lezen we over twee mannen die Jezus wilden volgen, maar met heel verschillende motieven. Hun reactie laat ons zien wat het werkelijk betekent om een discipel van Jezus te zijn.

 

Jezus trok met een menigte mensen door Galilea. Op een bepaald moment zag Hij al die mensen om Zich heen en besloot naar de overkant van het meer van Galilea te varen. Maar voordat Hij dit kon doen, kwam er een Schriftgeleerde naar Hem toe met de woorden dat hij een volgeling van Jezus wilde worden. Hij zei zelfs: “Meester, ik zal U volgen waar Gij ook heengaat.”

 

Een Schriftgeleerde met voornemens

Dit roept een aantal vragen op. De man was een Schriftgeleerde, wat betekende dat hij waarschijnlijk zelf ook leerlingen had aan wie hij onderwijs gaf. Normaal gesproken zouden zulke mannen eerder concurrenten dan volgelingen van elkaar zijn. Toch moet deze Schriftgeleerde aan de woorden van Jezus hebben gemerkt dat Hij een andere, diepere kennis had dan hijzelf bezat.

 

Als Schriftgeleerde had je een theologische opleiding gevolgd aan één van de scholen die verbonden waren aan de tempel. Aan deze scholen gaven mannen als Hillel en Gamaliël les, beiden grote geleerden in hun tijd. Als je geluk had, kon je zelfs les krijgen van Kajafas, de hogepriester, en dan had je natuurlijk een streepje voor. Jezus echter werd door deze theologen gezien als een rondtrekkende prediker zonder formele opleiding, of zoals men nu zou zeggen: een theoloog van de koude grond.

 

De reactie van Jezus is opmerkelijk. Hij, Die gekomen was om Zijn volk te roepen tot bekering en hen tot Zijn volgelingen te maken, zegt: “De vossen hebben holen en de vogels van de hemel hebben nesten, maar de Zoon des mensen heeft geen plaats om Zijn hoofd neer te leggen.” Dit is geen uitspraak die bedoeld is om mensen enthousiast te maken om Hem te volgen, maar wel een eerlijke waarschuwing. Geen gouden beloften, maar uitzicht op ontberingen.

 

Wat er met deze Schriftgeleerde is gebeurd en of hij Jezus werkelijk is gevolgd, weten wij niet. De Schrift vermeldt het niet. In mijn ogen zijn er maar twee mogelijkheden: hij behoorde tot degenen die riepen: “Kruisigt Hem,” of tot degenen die riepen: “Gezegend is Hij, Die komt in de Naam van de Heer.”

 

Een ander voorbehoud

Er komt echter nog iemand uit de schare, ook hij wil Jezus volgen. Maar deze man maakt een voorbehoud. Hij zegt: “Heer, sta mij toe dat ik eerst mijn vader ga begraven.” Dat klinkt voor ons als een begrijpelijk en terecht verzoek. Wij denken al snel dat zijn vader net was overleden en dat hij hem nog moest begraven, zoals de plicht van een zoon betaamt.

 

Maar dit verhaal speelt zich af in het Midden-Oosten, tweeduizend jaar geleden. Toen werden overledenen op dezelfde dag nog begraven. De vader van deze man was dus zeker niet overleden. Wat hij eigenlijk aan Jezus vroeg, was: “Laat mij naar huis gaan, en wanneer mijn vader gestorven is en ik mijn erfenis heb ontvangen, zal ik U volgen.”

 

Ook Jezus’ antwoord is niet gemakkelijk te begrijpen. Hij zegt: “Volg Mij, en laat de doden hun doden begraven.” U begrijpt dat dit niet letterlijk bedoeld kan zijn, want een dode kan geen ander begraven. Jezus bedoelde hier geestelijk doden, mensen die niet tot bekering zijn gekomen en slechts met aardse zaken bezig zijn in plaats van met het Koninkrijk van God.

 

Dit gedeelte gaat dus niet over het negeren van onze plicht om voor onze dierbaren te zorgen of hen te begraven. Jezus’ punt is dat wij God altijd op de eerste plaats moeten zetten en daarnaast onze naasten dienen met alles wat in ons vermogen ligt.

 

Ons eigen voorbehoud

Hoe zit dat met ons? Hebben wij ook onze voorbehouden? Willen wij Jezus wel volgen, maar pas wanneer alle aardse zaken geregeld zijn en de weg voor ons veilig lijkt? Of durven wij, zoals de Mensenzoon, de onzekerheid tegemoet te treden, niet wetend waar wij ons hoofd zullen neerleggen?

 

Betekent dit dat iedere christen verplicht is om een zwervend bestaan te leiden? Nee, waarschijnlijk moeten wij het zo verstaan dat wij bereid moeten zijn alles op te geven wanneer Jezus dat van ons vraagt. Wij moeten ons aardse gerichtheid loslaten en in plaats daarvan leren wandelen op het smalle pad dat leidt naar het Nieuwe Jeruzalem.

 

Piet Westein

 

P.S.

Jezus was toch van plan naar de overkant van het meer van Galilea te varen? Waarom was Hij dan nog hier? Het volgende gedeelte zal ons tonen dat het volgen van Jezus nooit saai is. Ik ben benieuwd of deze zeereis zonder moeilijkheden zal verlopen.