23. Oordeel en Genade - Joahaz koning van Israël (2 Koningen 13:1-9)

23. Oordeel en Genade - Joahaz koning van Israël

2 Koningen 13:1-9

 

Wij hebben gezien dat men Joas, net als Jezus, als baby al probeerde te doden. Als zevenjarig kind werd hij al tot koning gekroond. Van zijn moeder weten wij dat haar naam Sibja was. Zij kwam uit Berseba en was vermoedelijk één van de bijvrouwen van zijn vader Ahazia.

Joas deed alles wat God geboden had zolang de priester Jojada leefde en hem onderwees. Ook het volk van Juda volgde de jonge koning in het aanbidden van God. Toch bleef men op de bergen en heuvels de oude altaren gebruiken, die eerdere generaties hadden gebouwd, om daar offers te brengen.

 

Het herstel van de tempel

Toen Joas de tempel inspecteerde, ontdekte hij bouwvallige gedeelten die al lang geen onderhoud meer hadden gezien. Zijn opdracht aan de priesters was dan ook: al het geld dat zij ontvingen mocht voortaan uitsluitend gebruikt worden voor het herstel van de tempel.

Maar in zijn drieëntwintigste regeringsjaar was er nog steeds niets gebeurd. Na een ernstig gesprek met de priester Jojada, waarin de koning duidelijk maakte dat hij dit niet langer zou tolereren, kwam Jojada in actie.

De priester nam een gesloten kist, boorde een gat in het deksel en plaatste die in de voorhof, naast het brandofferaltaar. Vervolgens werd het volk uitgelegd dat deze kist niet als versiering diende, maar bestemd was voor vrijwillige gaven om de tempel te herstellen. Iedere keer wanneer de kist vol was, werd het geld geteld en direct aan de bouwvakkers uitbetaald. Zo vorderde het herstel van de tempel stap voor stap. Er werd geen toezichthouder aangesteld om de financiën te controleren, alles gebeurde in goed vertrouwen.

 

Dreiging van Hazaël

Jarenlang ging alles voorspoedig in Juda. Totdat Hazaël, de koning van Aram (Syrië), oorlog voerde tegen de Filistijnen van Gath. Nadat hij die stad had ingenomen, richtte hij zijn blik op Jeruzalem.

Om een belegering te voorkomen, gaf Joas hem al het goud en zilver dat hij in Jeruzalem kon vinden. Hij leegde zelfs zijn eigen schatkamer, en ook de tempelschatten moesten eraan geloven. Toen Hazaël dit alles zag, nam hij genoegen met de buit en keerde terug naar zijn land.

Maar Joas heeft hier niet lang van kunnen genieten. Kort daarna smeedden enkele van zijn dienaren een complot en doodden hem. Zijn zoon Amazia volgde hem op als koning.

 

Geleerde lessen

Wat leren wij uit deze geschiedenis? Waar vinden wij de antitypische vervullingen voor onze tijd, en waar zien wij Christus in dit alles?

Het christocentrische ligt voor de hand. Zowel Jezus als Joas werden als kind met de dood bedreigd. Beiden werden later, midden in hun leven, door hun eigen volksgenoten vermoord, terwijl zij het goede voor hun volk zochten. Joas gaf tweemaal bevel om de tempel te herstellen, en Jezus reinigde tweemaal de tempel.

 

De tempel van God in onze tijd

Hoe staat het met de tempel van God in onze dagen? Is de tempel nu niet in de hemel, en zal deze op de grote verzoendag door God Zelf worden gereinigd? Of moeten wij ook beseffen dat ons lichaam een tempel is van de Heilige Geest, en dat het hoog tijd is dat deze relatie in rechte staat wordt hersteld?

 

Verantwoord omgaan met middelen

Een opvallend detail is dat er in Joas’ dagen geen controle was op de uitgaven van het geld voor de tempelbouw. Moeten wij dat positief zien als een blijk van vertrouwen, of juist als een tekortkoming?

In onze tijd is het van levensbelang dat er openheid en verantwoording is in het beheer van kerkelijke financiën. Een jaarlijkse inzage kan veel problemen en verleidingen voorkomen. Het houdt mensen eerlijk en voorkomt dat het geld van de gemeente voor verkeerde doelen wordt aangewend.

Maar hoe zit het met onze persoonlijke uitgaven? Geven wij God ook inzage in waar wij ons geld aan besteden? Of denken wij dat wij daar zelf vrij in zijn? Zijn niet al onze goederen en ons geld door God aan ons toevertrouwd, juist om ons te toetsen hoe wij het gebruiken?

Het is een pijnlijke vraag, maar noodzakelijk om bij stil te staan. Wij kunnen onszelf afvragen: is dit de beste manier om met onze tijd, energie en middelen om te gaan?

Ik wens u veel wijsheid bij het nadenken hierover.

 

Piet Westein

 

P.S.
Let op: vanaf dit punt lopen de koningen van Juda en Israël door elkaar. Sommigen dragen dezelfde of bijna dezelfde namen. Het is gemakkelijk ze te verwarren, en dan ontstaat er al snel een Babylonische spraakverwarring. We beginnen nu met Joahaz, die koning wordt van Israël.