24. Mattheus' Waarheid - Je kunt maar beter een goede baas hebben (Mattheüs 8:5-13)

24. Mattheus' Waarheid - Je kunt maar beter een goede baas hebben

Mattheüs 8:5-13

 

In deze studie zien we hoe een Romeinse hoofdman met groot geloof Jezus benadert en wat zijn vertrouwen ons leert over geloof, nederigheid en ware reiniging.

 

De berg waar Jezus Zijn volgelingen had onderwezen moet in de buurt van Kapernaüm hebben gelegen, want de volgende gebeurtenis vindt daar plaats. Zodra Jezus de stad binnenkomt, loopt een Romeinse soldaat op Hem af. Dat dit geen gewone legionair is, kun je wel zien aan zijn officiersuniform. Hier komt een hoofdman, een officier over een afdeling.

 

Hij spreekt Jezus aan met: “Heer,” en vertelt dat bij hem thuis één van zijn knechten ziek is. Niet alleen dat, de knecht is volledig verlamd en heeft hevige pijn. Jezus’ reactie op deze boodschap is: “Zal Ik komen om hem te genezen?” Maar de hoofdman kent de regels die in Israël gelden voor de omgang met buitenlanders die geen Joden zijn. Hij weet dat als een Jood het huis van een heiden binnengaat, hij zichzelf bezoedelt; ook het omgekeerde geldt.

 

De hoofdman zegt daarom: “Heer, ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt. Spreek slechts één woord, en mijn knecht zal genezen.” Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat deze Romeinse officier een proseliet is,  niet helemaal een heiden, maar wat men ook wel een Jodengenoot noemde. Mogelijk heeft hij het bad der wedergeboorte ondergaan, misschien zelfs de besnijdenis, en mocht hij de voorhof der heidenen betreden. Toch werd hij door de meeste Joden niet als volledig Jood geaccepteerd.

 

De hoofdman vervolgt: “Ik weet hoe het werkt. Als ik een soldaat een opdracht geef, voert hij die direct uit. Daarom geloof ik dat wanneer U een bevel geeft aan de ziekte om te verdwijnen, die U zal gehoorzamen. Spreek dus alstublieft dat woord, zodat mijn knecht zal genezen.”

 

Jezus, Die tot dan toe veel ongeloof en twijfel onder Zijn volksgenoten had ervaren, was verbaasd. Hij riep uit: “Moet je horen wat deze Romein zegt! In heel Israël heb Ik niemand gevonden met zo’n groot geloof!”

 

Hoe kun je de wonderen van Jezus christocentrisch zien?

Met deze geloofsdaad leren zowel Zijn discipelen als wijzelf hoe wij met Jezus als Verlosser en Messias om moeten gaan. Wij, hoewel wij het geloof in Jezus hebben aangenomen en onszelf zien als kinderen van het nieuwe Koninkrijk, blijven in Gods ogen onrein door onze zonden. Daarom, telkens wanneer wij voor de troon van Zijn genade verschijnen om onze zonden te belijden, gaat onze onreinheid over op Hem en worden wij rein verklaard.

 

Waar het bij de knecht van de hoofdman ging om een letterlijke genezing, gaat het bij ons om geestelijke reiniging. Dat betekent niet dat wij niet ook met onze lichamelijke zwakheden en ziekten tot Hem mogen komen; Hij is nog steeds bereid en in staat om ook onze ziekten te genezen.

 

Een genezing met een belofte en een profetie

Nadat de hoofdman zijn geloof in Jezus heeft uitgesproken en Jezus Zijn verwondering heeft gedeeld, vertelt Jezus Zijn volksgenoten dat er een tijd zal komen waarin mensen uit de hele wereld kinderen van Zijn nieuwe Koninkrijk zullen worden. Zij zullen feestvieren aan tafel met Abraham, Izak en Jakob. Maar de kinderen van Zijn uitverkoren volk zullen de uitnodiging tot dat feest niet allemaal aannemen.

 

De hoofdman moet met stomheid geslagen zijn toen hij dit hoorde. Niet alleen werd zijn knecht genezen, maar ook hijzelf, en ieder die deze Rabbi als zijn Verlosser aannam, kon binnengaan in dat nieuwe Koninkrijk van God. De machtige God van Israël, over Wie hij zoveel had gehoord, zou ook zijn God zijn. Hij zou niet langer een vreemdeling en bijwoner zijn, want God had ook hem, een zondaar uit de heidenen, lief. Vol vreugde wilde hij naar huis terug om het aan iedereen te vertellen. Ja, natuurlijk wilde hij zien of zijn knecht genezen was, maar deze boodschap was nog veel belangrijker dan de genezing zelf.

 

Hoofdman, verlamde of schare?

Wie zijn wij? Zijn wij de verlamde, die in grote pijn is en niet de mogelijkheid heeft om zelf naar Jezus toe te gaan? Of zijn wij de hoofdman, die, hoewel hij slechts weinig kennis van het ware geloof heeft, voor zijn knecht Jezus raadpleegt en voor zijn genezing bidt? Of behoren wij tot de schare, die erbij staat, geniet van het spektakel, maar geen deel heeft aan wat er werkelijk gebeurt?

 

Dat zijn vragen waarop ieder alleen voor zichzelf een antwoord kan geven, en zelfs dan is het nog niet zeker dat het juiste antwoord is gevonden. Persoonlijk houd ik het erop dat ik één van de schare ben, een geïnteresseerde toeschouwer, zolang het mij niet te veel moeite kost.

 

Betekent de uitspraak van Jezus, dat de kinderen van het Koninkrijk buitengeworpen zullen worden, dat de Joden niet behouden kunnen worden? U voelt wel aan dat dit nooit de bedoeling kan zijn. Jezus kwam om de zonden van de hele wereld te dragen. Zou Hij dan Zijn uitverkoren volk in zijn geheel verwerpen? Nee, ieder, ook de Jood, die Hem aanneemt als Verlosser, zal een plaats hebben in het nieuwe Koninkrijk waar Hij op de troon zal zitten. Wat een goede boodschap om door te geven.

 

Piet Westein

 

P.S.

Laten wij maar de rol van de hoofdman op ons nemen. Wij mogen met deze kennis alle zondezieken en verlamden, die zelf de grote Heelmeester niet kunnen bereiken, tot Hem brengen en hun het goede nieuws verkondigen. Die hemelse zalen moeten vol worden, anders kan het feest niet beginnen. Mis het niet, dit is de laatste uitnodiging.