22. Oordeel en Genade - Athalia pleegt massamoord (2 Koningen 11)

22. Oordeel en Genade - Athalia pleegt massamoord 
2 Koningen 11

 

Athalia was de moeder van koning Ahazia. Toen haar zoon in de strijd gedood werd, zag zij haar kans schoon om zelf te regeren. Zij liet ieder mannelijk lid van het koninklijk geslacht doden, zodat niemand een aanspraak kon maken op de troon van Juda.

Maar er was een zekere Joseba, dochter van koning Joram en zus van koning Ahazia. Zij nam de jongste zoon van Ahazia, Joas, samen met zijn zoogmoeder weg uit de vertrekken waar de prinsen werden verzorgd. Zij verborg het kind in een opslagruimte voor beddengoed in de tempel.

Zes jaar lang bleef het kind daar verborgen, terwijl de kwaadaardige Athalia over Juda regeerde. Onder haar heerschappij vierde de afgodendienst hoogtij. Inmiddels waren enkele betrouwbare hoogwaardigheidsbekleders op de hoogte gebracht van het bestaan van de jonge prins. Onder hen was de priester Jojada de belangrijkste. Hij riep de beste en meest betrouwbare soldaten van de lijfwacht en de gardesoldaten naar de tempel. In het geheim bereidde Jojada een staatsgreep voor. Hij liet alle officieren een eed van trouw afleggen en sloot met hen een verbond. Toen zij allen trouw hadden gezworen, liet hij hun de jonge koning zien.

De dag van de staatsgreep werd zorgvuldig gekozen. Het zou op een sabbat plaatsvinden. Alle ingangen en uitgangen van de tempel moesten worden bewaakt, evenals de doorgangen van het paleis. Geen enkele soldaat kreeg op deze sabbat vrijaf. Velen van hen moesten zich rondom de nieuwe koning opstellen, met hun wapen in de hand, klaar in opperste paraatheid. De officieren ontvingen hun bevelen van priester Jojada.

De wapens die zij kregen waren de oude speren, schilden en zwaarden uit de tijd van koning David. Daarmee werd duidelijk gemaakt dat het huis van David weer op de troon zou komen. Ondanks zijn prille leeftijd zetten zij de zevenjarige Joas de kroon op het hoofd en gaven hem de wetrol in de hand, want zo hoorde een koning in Juda gekroond te worden. Daarna bracht de priester een kruikje zalfolie en goot dat uit over het hoofd van Joas. Zo werd hij koning over Juda. Het volk juichte en riep: “Leve de koning!”

Toen Athalia het gejuich hoorde, kwam zij naar de voorhof van de tempel, waar de mensen in rep en roer waren. Zij zag de jongen bij de zuil staan, met een kroon op zijn hoofd, een boekrol in zijn hand en olie die langs zijn gezicht droop. Geschokt riep zij: “Verraad!”

Maar priester Jojada gaf bevel: “Breng haar tussen de gelederen door naar buiten. Iedereen die haar wil volgen, moet gedood worden.” Hij wilde niet dat zij op het tempelplein ter dood gebracht zou worden om de tempel niet te verontreinigen. Daarom werd zij naar buiten geleid. Daar vond zij haar einde. Zij, die zoveel rechtvaardigen had laten doden, werd nu zelf gedood. Daarna liet Jojada heel het volk een verbond sluiten dat zij de HEERE alleen zouden dienen.

Nu stroomde het volk de straten op en trok naar de tempel van Baäl om die volledig af te breken. De altaren werden verwoest en de afgodsbeelden kapotgeslagen.

 

 

Een nieuwe koning

Wat kan men verwachten van een kind van zeven jaar, koning of niet? Laten wij eens een vergelijking maken met het kind Jezus. Ook Hij was een vroegwijze jonge man. Toen Hij twaalf jaar oud was, verbaasde Hij de theologen van Zijn tijd met Zijn kennis. Ook Jezus was als kind al voorbestemd om Koning te worden.

Joas, wiens naam betekent “de HEERE heeft geschonken,” hoefde zich op dat moment niet bezig te houden met regeringszaken. Er waren goede en godvrezende mannen om hem heen die het bestuur voor hem voerden. Zij haatten de afgodendienst en stelden zich in dienst van de HEERE.

In dit stukje geschiedenis van Juda zien wij hoe groot de invloed van een koning was. Als er een godvrezende koning regeerde, werd het hele volk positief beïnvloed. Maar als er een slechte koning heerste, leidde dat het volk in de afgrond. Dat geeft te denken.

Ook in onze wereld geldt dat wie een belangrijke positie bekleedt, voorzichtig moet zijn in zijn gedrag. Hoe groter de positie, hoe groter de invloed, ten goede of ten kwade. Maar dit geldt niet alleen voor machthebbers. Iedereen oefent invloed uit in zijn omgeving. Zelfs zwijgen kan invloed hebben, evenals een blik of een gebaar. Als wij door onze woorden en daden een positieve invloed zouden kunnen uitoefenen en wij doen dat niet, dan zijn wij net zo schuldig alsof wij een moedwillige zonde hadden begaan.

Wij moeten dus ook rekenschap afleggen van het nalaten van het goede, net zoals van het doen van het kwade. Het is een misvatting te denken dat het ons niet aangaat. Juist op ons niveau hebben wij een roeping. Als wij dat beseffen, zullen wij misschien minder verlangen naar hoge posities. Adeldom verplicht. Wij als kinderen van de Schepper, God, hebben een uitermate hoge roeping. Laten wij ons dat dagelijks realiseren.

 

Piet Westein

 

P.S.

Ik vraag mij af wat wij van deze nieuwe koning kunnen verwachten. Zal hij een speelbal worden in de handen van gewetenloze mannen, of zal hij ondanks zijn jeugd een eigen koers varen? Wij zullen het moeten afwachten.