23. Mattheus' Waarheid - Ooit wel eens een melaatse aangeraakt?
Mattheüs 8:1-4
Deze studie gaat over de ontmoeting tussen Jezus en de melaatse man. Het laat zien wat er gebeurt wanneer Jezus niet alleen woorden van wijsheid spreekt, maar met één aanraking iemands leven verandert.
Toen Jezus van de berg afdaalde, waar Hij de grote schare mensen had onderwezen over hoe zij met de heilige Schriften moesten omgaan, konden de mensen niet anders dan Hem volgen. Zij wilden weten wat er nu nog meer zou komen. Zou Hij nog meer van Zijn wijsheid met hen delen?
De melaatse man
Toen zij aan de voet van de berg kwamen, zagen zij een melaatse man op hen afkomen. Vol afschuw deinzen zij terug. Als je zo’n onreine aanraakte, liep je het risico zelf ook die ziekte te krijgen. Niet alleen dat, de onreinheid van zo iemand ging ook op jou over. Het was dus beter om gepaste afstand te bewaren. Toch wilden de mensen wel zien wat deze nieuwe Rabbi zou doen.
Jezus deed iets wat geen enkele andere rabbi of schriftgeleerde van Zijn tijd zou doen. Op de vraag van deze zieke man om genezing liep Jezus naar hem toe en raakte hem aan. Toen sprak Hij de woorden: “Ik wil het, word rein.”
Ik kan ook een zieke aanraken en die woorden uitspreken, maar of de uitkomst hetzelfde zal zijn, hangt af van God, Die de almacht in Zijn hand houdt.
Begrijp mij alstublieft niet verkeerd, ik geloof dat God ook vandaag de dag nog steeds mensen kan en wil gebruiken om anderen van hun ziekte te genezen. Maar het is ook zo dat het niet altijd gebeurt. Waar de oorzaak ligt, kan ik u niet meedelen. Is het ons tekort aan geloof? Zijn het onze zonden die een afstand scheppen tussen ons en God? Ligt het niet in de plannen van God besloten? Zo kunnen wij nog wel even doorgaan. Misschien roept God sommigen als heelmeesters, terwijl anderen meer geschikt zijn als leraar of leider.
De aanraking van Jezus
Toen Jezus de melaatse aanraakte, ging de onreinheid van deze man op Jezus over. Hij genas niet alleen van zijn ziekte, maar ook zijn zonden gingen over op Jezus. Dit gebeurt ook met ons wanneer wij tot Jezus komen: al onze zonden, die ons als melaatsheid aankleven, worden op het Lam van God gelegd en Zijn zondeloze heiligheid wordt ons toegerekend.
Hier zien wij het verschil met de schare die Hem volgde. Zij hadden Zijn woorden gehoord en waren Zijn volgelingen geworden. De verandering die bij hen plaatsvond, was zeker niet zo zichtbaar en opvallend als die van de melaatse man.
Wie kreeg meer?
Ik vraag mij af wie van de twee meer van Jezus ontving. Was het de schare, die het onderricht van de lippen van Jezus had genoten en de weg naar het Koninkrijk van God had leren kennen, of was het de melaatse man, die van zijn ziekte was genezen?
Vanuit het standpunt van de melaatse zult u zeggen dat hij een zichtbare, levensveranderende ingreep had ondergaan die zijn toekomst volledig bepaalde. Maar kunnen wij dat niet ook, en misschien nog wel met meer nadruk, zeggen van de schare? Hun zieke hart was door de woorden van God Zelf aangeraakt en, naar men mag hopen, genezen en dat in duizendvoud.
Waar mogen wij als toeschouwers dan op hopen en naar verlangen? Willen wij liever een spectaculaire genezing meemaken, of zien dat één of meer harten worden aangeraakt door de Geest van God en verlost worden door de woorden van eeuwig leven die wij in de heilige Schrift vinden?
Ik hoor uw reactie al. Wij als christenen kiezen natuurlijk voor de bekering van zonden en de reiniging van het hart boven een spectaculaire genezing van een levensbedreigende ziekte, die overigens altijd slechts tijdelijk is. Uiteindelijk zullen wij allen sterven, tenzij Jezus in ons eigen leven wederkomt op de wolken om ons thuis te halen.
Het diepere wonder
Is het niet bijzonder dat Mattheüs ervoor kiest juist dit wonder als eerste van Jezus’ wonderen te vertellen? Het is duidelijk dat wij allen de melaatse zijn. Wij allen lijden aan die onreinheid waar melaatsheid voor staat. Wij allen moeten worden aangeraakt door de Man uit Galilea. Hij alleen is in staat om met één woord ons hart te veranderen en ons te reinigen van al onze onreinheid.
Voor wie toch liever het spektakel van een genezing meemaakt: wees gerust, Mattheüs zal ons er nog een aantal laten zien. Misschien heeft het na tweeduizend jaar niet meer dezelfde zeggingskracht, of misschien hebt u de verhalen al zo vaak gehoord dat het nieuwe eraf is. Maar hun betekenis blijft.
Wij moeten leren om voorbij het wonder te kijken en vooral de verlossing van de zonden te zien, waar elk wonder uiteindelijk naar verwijst. Daarom vraag ik u uw ogen en oren open te houden voor wat er verder nog zal gebeuren.
Piet Westein
P.S.
Broeders en zusters, is ons niet beloofd dat deze wonderen ons zullen volgen wanneer wij eropuit gaan om Gods Woord te verkondigen? Is het omgekeerde misschien ook waar, dat als door onze hand geen wonderen worden verricht, wij dan geen volgelingen zijn van die grote Heelmeester? Wees vooral niet te absoluut in uw oordeel.
