21. Mattheüs' Waarheid - De brede of de smalle weg? (Mattheüs 7:13-23)

21. Mattheüs' Waarheid - De brede of de smalle weg? (Mattheüs 7:13-23)

21. Mattheüs' Waarheid - De brede of de smalle weg? 

Mattheüs 7:13-23

 

Deze studie gaat over de keuze tussen de brede weg en de smalle weg waarover Jezus spreekt. Het is een oproep tot geestelijke waakzaamheid en trouw aan Gods geboden, die richtingwijzers zijn op onze levensweg.

 

De keuze voor de weg

Wij zijn net terug van een vakantie naar Portugal (voorjaar 2024). Dat is met de auto 5000 kilometer, heen en terug. Nu zijn er redelijk goede tolvrije wegen die je kunt nemen, maar die zijn wat smaller en drukker. Als je bereid bent tol te betalen, kun je op veel bredere, rustiger en mooiere wegen rijden. Dat is tot nu toe dan ook altijd onze keus geweest.

 

Toch denk ik niet dat Jezus het daarover heeft, wanneer Hij Zijn volgelingen een reisadvies geeft voor hun geestelijk leven. Sterker nog, ik denk dat je heel goed op die brede tolwegen kunt rijden en dat je levenspad zich toch op de smalle weg bevindt. De oproep van Jezus heeft veel meer te maken met ons geestelijk leven dan met de bestemming van onze vakantie. Toch mag ik u adviseren God ook te betrekken bij uw vakantieplannen en Hem uit te nodigen met ons mee te gaan op onze reizen, om ons te beschermen tegen gevaren.

 

Als dat al waar is voor onze dagelijkse reizen, hoeveel te meer zal dat dan gelden voor onze geestelijke reis naar het hemels Kanaän. Zoals het volk Israël veertig jaar lang door God werd beschermd tijdens hun reis door de dorre woestijn, waar vijanden op de loer lagen, zo zal ook God ons beschermen als wij kiezen voor het smalle pad van Zijn wetten, in plaats van de brede weg die satan ons aanbiedt.

 

Hoe breed is de brede weg eigenlijk?

Het vreemde is dat iedereen door dit leven heen moet. Wij lopen hier naast elkaar, wij zitten in dezelfde trein of nemen hetzelfde vliegtuig. De mensen die op de brede weg wandelen hebben geen horens op hun hoofd, en zij die voor het smalle pad hebben gekozen dragen geen lichtkrans waardoor je hen direct herkent.

 

Onze overheid heeft ter bescherming paaltjes langs de wegen geplaatst, zodat wij weten hoe ver wij kunnen gaan voordat wij in gevaar komen. Ook onze hemelse Vader heeft dat gedaan. Langs de smalle weg heeft Hij door Zijn profeten eveneens paaltjes laten slaan: Zijn wetten en voorschriften. Sommige mensen hebben een hekel aan deze belemmeringen en trekken de paaltjes (de wetten) uit de grond. Dan wordt de weg breder en makkelijker, denken zij. Dat die weg ook gevaarlijker wordt, deert hen kennelijk niet.

 

Zo is de brede weg niets anders dan de smalle weg zonder paaltjes, zonder de wetten van God. Hoe breed is die brede weg? Eigenlijk zo breed als je hem zelf wilt maken. De smalle weg daarentegen is precies tien geboden breed, maar hij loopt wel recht naar het nieuwe Jeruzalem.

 

Wij kunnen inderdaad niet direct aan iemand zien of hij een kind van God is, zeker niet aan zijn of haar uiterlijk. Maar de Meester is heel duidelijk: wij kunnen onze medereizigers herkennen aan hun vruchten. Hij gebruikt het beeld van de fruitbomen. Van een doornstruik kun je geen druiven verwachten, zegt Jezus, en aan distels groeien geen vijgen. Je kent een boom aan de vruchten die hij draagt.

 

Nu weet ik weinig van fruitbomen, en in de winter lijken ze allemaal op elkaar. Maar aan het eind van de zomer, als de oogsttijd nadert, kan ik heel goed een appelboom herkennen. Zo kunnen wij ook volgens de Meester aan de vruchten van onze medemens zien wie hij toebehoort. Als iemand de paaltjes langs de smalle weg verwijdert, laat hij daarmee zien waar hij werkelijk thuis hoort.

 

Niet iedereen die zegt dat hij een christen is, zal behouden worden. Ook al hebben wij wonderen gedaan in Zijn naam, ook al hebben wij duivelen uitgedreven en de mooiste preken gehouden, zodat mensen tot tranen toe bewogen werden — als wij op de oordeelsdag voor Gods troon verschijnen en behoren tot hen die de paaltjes verwijderden, zullen wij te horen krijgen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid.

 

Worden wij behouden door het houden van de wet?

U weet net zo goed als ik dat wij allemaal zondig zijn en de wetten van God vaak overtreden. Als wij door de wet te houden behouden zouden kunnen worden, dan had Jezus niet voor ons hoeven sterven.

 

Wij hebben het werk van de Heilige Geest in ons nodig om ons tijdig te waarschuwen binnen de grenzen van de wet te blijven. Maar als wij willens en wetens nee zeggen tegen God wanneer Hij ons iets opdraagt, en ons verzetten tegen Zijn gezag – dat in Zijn wetten zichtbaar wordt – dan zullen wij daarvoor verantwoording moeten afleggen in de tijd van het oordeel.

 

Is het niet juist daarom dat wij dagelijks onze zonden belijden en om vergeving vragen? Daarmee erkennen wij dat Gods wetten rechtvaardig zijn en dat wij in veel dingen dagelijks tekortschieten. Al onze zonden worden ons vergeven zolang wij ze belijden en ze verafschuwen.

 

Mijn advies aan u en mijzelf is dan ook: strijd de goede strijd, en God zal ons de kroon der overwinning geven.

 

Piet Westein

 

P.S.

Broeders en zusters, laten wij oppassen dat wij andere mensen niet te snel oordelen. Wij moeten beseffen dat wij allemaal wel eens een paar stappen op die brede weg zetten. Maar wijs elkaar wel op de paaltjes, zodat onze medereizigers niet verdwalen. Uiteindelijk bent u het licht der wereld. Laat het geen dwaallicht zijn.