19. Zimri regeert één week (1 KON. 16:15-20)

Waar koning Asa, de koning van Juda, nu al zevenentwintig jaar op de troon van het tweestammenrijk zit, ziet hij de een na de andere heerser in Israël komen en gaan. Deze koning Zimri, in dit stukje heerst wel heel kort. Nadat hij zijn koning Ela vermoord heeft toen hij in een diepe alcoholische roes lag, laat hij zich door zijn soldaten uitroepen tot koning.

Het lijkt allemaal te zijn gelukt. Hij woont in de hoofdstad van het land in Tirsa. Zijn dienaren, die eerst Ela dienden, buigen nu als een scheermes voor hem. Hij geniet met volle teugen, het is hem gelukt. Hij kan nu heersen, dat altijd maar een koning naar de ogen zien en hem dienen en bevelen opvolgen was toch niets voor hem. Hij was uit beter hout gesneden.

Maar dan, als alles zo perfect is, komt het bericht dat, in de centrale legerplaats, men de opperbevelhebber van de strijdkrachten, Omri tot koning heeft uitgeroepen. Dit is al erg genoeg, maar nu komt die opstandeling met zijn hele leger naar Tirsa, zijn hoofdstad. Wat zal dat worden? 

Zijn hoofdstad Tirsa wordt omsingeld, de stad wordt stormenderhand ingenomen. Geen lang beleg om de stad uit te hongeren. Hij voelt zich door zijn soldaten en zijn dienaren, die hem zo gewillig dienden, verraden. Terwijl van alle kanten de onheilsberichten hem bereiken, hoort hij de vijand door de straten van de stad rennen. Zij zoeken hem, wat moet hij doen?

In uiterste wanhoop besluit hij dat hij zich zeker niet zal overgeven. Zij zullen de spot met hem drijven voordat zij hem zullen doden en hem de moord op Ela, de vorige koning, in de schoenen schuiven. Nee, dit gaat niet gebeuren. Terwijl de opstandelingen op de deur van het paleis beuken, loopt Zimri met een brandende fakkel van kamer naar kamer en steekt het paleis in brand.

Terwijl de vlammen loeien, vraagt Zimri zich af wat er verkeerd is gegaan met de plannen die hij zo perfect had uitgedacht. Hij had alles gedaan wat de andere koningen voor hem hadden gedaan hij had de gouden kalveren gediend en ook al de andere afgoden. Waarom hadden die hem niet geholpen. Zou het dan toch waar zijn dat die God die in de tempel in Jeruzalem woonde de werkelijke God was? Misschien had Die hem wel kunnen helpen. Maar ja, dat was nu natuurlijk veel te laat.

WIE HOUD HET LANGER UIT DE HEERSER OF DE DIENAAR?

Zimri had een karakter opgebouwd om te heersen dat was vanaf zijn jongste jeugd zijn ideaal geweest, dat ondergeschikt zijn aan de wensen van anderen lag hem helemaal niet. Hij had die idealen zeker niet van een Schepper God die zijn leven wilde geven om Zijn schepselen te redden van de eeuwige dood. Nee, zijn karakter was gevormd door een wezen die zich zelfs in de hemel niet gelukkig voelde in de nabijheid van de Eeuwige algoede God die hem de vrijheid van keuze had gegeven om zelf te beslissen hoe hij zijn karakter wilde ontwikkelen. En deze raadgever van Zimri, satan, is niet de beste raadgever als het gaat om een dienend karakter te ontwikkelen.

Nu aan het eind van een wel zeer korte regeringstijd kan hij niet anders doen dan zijn eigen leven nemen. Alles liever dan wie dan ook dienen of zeggen dat hij sorry is. Hier lijkt hij wel erg veel op Judas de discipel die drieënhalf jaar met de Man van smarten mocht wandelen, maar die weigerde de principes van het koninkrijk der hemelen over te nemen en zo een dienend karakter te ontwikkelen.

HOE ZIT DAT MET ONS KARAKTER?

Het is natuurlijk makkelijk om naar Zimri te wijzen, maar deze dingen zijn ter onzer lering geschreven. Wij, ik, moeten hiervan leren. Mijn karakter moet die weeffoutjes die er nog in sluimeren kwijtraken. IK moet leren luisteren naar die zachte stem van de Heilige Geest wanneer die ons influistert dat alles nog niet helemaal goed gesteld is met die dienstbaarheid van ons karakter. Gelukkig hebben wij zo’n 80 jaar om aan onszelf te werken onder de leiding van de Geest en met als voorbeeld Hem die zondeloos was. Ik zou zeggen raak niet te snel teleurgesteld als het niet direct lukt. God is een geduldige Vader.

                                                                                  Piet Westein.

P.S.

Zimri heeft voor een week zitten op een troon die hem niet toebehoorde zijn eeuwige leven te grabbel gegooid. Laten wij hem zien als een afschrikwekkend voorbeeld hoe het niet moet. De bijbel staat vol met deze afschuwelijke voorbeelden hoe het niet moet. Er is maar een Voorbeeld hoe het wel moet laten wij ons daarop richten.