18. Mattheüs' Waarheid - Bezorgdheid en zorgvuldigheid (Mattheüs 6:25-34)

18. Mattheüs' Waarheid - Bezorgdheid en zorgvuldigheid (

Mattheüs 6:25-34

 

Deze studie behandelt Jezus’ woorden over bezorgdheid voor voedsel, kleding en het leven zelf. Het benadrukt Gods voorziening en de oproep om eerst Zijn Koninkrijk te zoeken.

 

Inleiding

Daarom zeg Ik u: Wees niet bezorgd over uw leven, of je genoeg te eten en te drinken hebt, en of je wel genoeg kleding hebt. Dan volgt Jezus het op met de vraag, of het leven niet belangrijker is dan het voedsel, en het lichaam niet veel belangrijker is dan de kleding. Laten wij zien hoe men in onze tijd naar deze uitspraak van Jezus kijkt.

 

Ik liep deze week door de grote winkelstraat in Apeldoorn. Daar telde ik op een afstand van ongeveer honderd meter twaalf kledingzaken. Hieruit blijkt voor mij in ieder geval, dat in onze samenleving kleding een overheersende rol speelt. Wat eten en drinken aangaat, hoeven wij maar bij elke willekeurige grootgrutter bij de kassa te gaan staan, om te zien hoe vol de winkelwagens worden geladen en met welk soort eten. Hieruit kunnen wij wel concluderen, dat ook voedsel voor ons erg belangrijk is.

 

En is het niet zo, dat Jezus ons Zelf heeft leren bidden: Geef ons heden ons dagelijks brood. Ik geloof dat als wij verantwoordelijk zijn voor een gezin, wij zorgvuldig moeten zijn, dat degenen binnen dat gezin ook goed gevoed en gekleed gaan. Wij kunnen en moeten natuurlijk deze dingen in gebed voor God brengen, maar dat betekent niet, dat wij iedere morgen de straat op kunnen gaan om een emmer manna te scheppen. Het spreekwoord zegt niet voor niets: Ora et labora. Ons is opgedragen te bidden, maar ook om te werken.

 

Voorbeelden uit de natuur

Jezus geeft ons als voorbeeld de vogels, die niet werken, maar toch voeding vinden in de natuur. Ook wijst Hij ons op de planten, die niet naar een kledingwinkel gaan, maar toch gekleed zijn met een schitterende bloementooi, zo mooi dat zelfs Salomo in al zijn rijkdom hun schoonheid niet overtrof. Conclusie, wij hoeven ons niet op te tutten, God heeft ons bij de schepping al een grote schoonheid meegegeven. En wat het eten en drinken aangaat, Wie heeft de groeikracht in de zaden gelegd, zodat wij één zaadje zaaien en er een veelvoud voor in de plaats krijgen?

 

Kleding en Gods voorziening

Nog even over die kleding, Adam en Eva waren beiden gekleed in een lichtkleed, door God hen bij de schepping gegeven. Dit was een kledingstuk wat hen van binnenuit bekleedde, een kleed door God ontworpen en gemaakt. Zij kregen dat gratis. Het is pas na de zondeval, dat de mensheid zich zorgen ging maken over kleding. Aanvankelijk maakte de mens die zelf, maar dat was geen groot succes. God Zelf heeft ook het eerste aardse kledingstuk ontworpen, om hun naaktheid te bedekken. Dat deed Hij door een lam te slachten als brandoffer voor hun zonden. Van de huid van dat Lam maakte Hij een kleed, om hun naaktheid na de zonde te bedekken.

 

Het offer van het Lam verwees naar het Lam van God, dat de zonde van de mensheid zou wegnemen. Zijn Zoon Jezus was dat Lam. Het kledingstuk wat Hij hun gaf, wees op het kleed van Christus’ gerechtigheid, dat wij krijgen als wij Hem aannemen als ons zoenoffer. Dit kleed zal ons bedekken, als wij voor de troon van God staan tijdens het oordeel. Geen van onze zonden zal dan nog zichtbaar zijn, omdat het Christus’ gerechtigheid is die ons overdekt. Het is een kleed wat nooit zal verslijten. Het is gemaakt in de hemel, zonder onze inmenging.

 

Eerst het Koninkrijk

Jezus sluit dit deel van Zijn onderwijzing af met de woorden: Zoek eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid, en dit alles zal u bovendien geschonken worden. Maak u daarom niet te druk om de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben, want iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad. Mooi gesproken, zult u zeggen, maar ik ben toch blij dat ik een pensioen heb opgebouwd. Nu sluit het één het ander niet uit. Het idee om een pensioen op te bouwen, hoeft niet onder bezorgdheid te vallen. Het heeft meer te maken met zorgvuldigheid. God heeft ons een stel hersens gegeven, die mogen wij gerust gebruiken, om ons voor te bereiden op de tijd van schaarste, die wij kunnen voorzien als wij oud en hulpbehoevend worden. Zodat wij geen last voor ons nageslacht hoeven te zijn, of een beroep moeten doen op de samenleving.

 

God weet wat wij nodig hebben. Maar dat ontslaat ons niet van de plicht, om zorgvuldig met onze tijd en middelen om te gaan. Ik denk hierbij aan de profetie, die God aan Farao gaf, toen Hij, de Schepper, een hongersnood over de hele aarde zag komen. In de tijd van overvloed moest men dat overschot niet verkwisten, maar opslaan voor de tijd van hongersnood. Het werd zelfs de oorzaak, dat het uitverkoren volk in leven kon blijven. Deze profetie, door God aan Farao gegeven en door Jozef uitgelegd, heeft twee volken van de hongersnood gered: het volk van Israël en de Egyptenaren. Ook is het een evangelieboodschap geweest voor alle volken, die hier van hoorden. Er is een Schepper God, die ons dagelijks wil voeden, als wij bereid zijn Hem te dienen.

 

Dit is voor ons natuurlijk een geestelijke les. Zorg dat je dagelijks je hart en hersens vult met het Woord van God, er zal een tijd komen dat dat Woord minder toegankelijk zal zijn dan het nu is. Vul uw kruiken (dat is uw geest), zodat u in de magere jaren er een beroep op kunt doen. Denk in dit geval aan de gelijkenis van Jezus over de wijze en de dwaze maagden. Beide groepen hadden olie nodig, slechts de helft realiseerde dat op tijd. Zij mochten de bruiloftszaal binnen. Wat Ik u zeg, zeg Ik allen, waak.

 

Piet Westein

 

P.S. 

Maak u niet te druk over uw banktegoeden, die raakt u toch kwijt. Is het niet bij uw dood, dan is het wel bij de wederkomst. Als de overheid er voor die tijd niet haar handen naar uitsteekt en het u afneemt. Maar het Woord van God, wat u in uw hersenen hebt opgeslagen, kan niemand u afnemen.