17. Oordeel en genade - Een bedenkelijk huwelijk
2 Koningen 8:16-24
Wij moeten in dit gedeelte goed opletten, want er regeert zowel in het tienstammenrijk als in Juda een koning met de naam Joram.
In Israël hebben wij te maken met de zoon van Achab en Izebel. In Juda gaat het om Joram, de zoon van Josafat. Hij werd koning toen hij tweeëndertig jaar oud was. Joram nam de dochter van Achab en Izebel tot vrouw. Haar naam was Athalia. Men kon op zijn vingers natellen dat zij een zeer verderfelijke invloed op hem zou uitoefenen.
Joram werd koning omdat hij de eerstgeboren zoon van Josafat was. Maar hij liet zich ten kwade beïnvloeden. Hij leefde en handelde zoals de koningen van Israël. Zodra hij stevig op de troon zat en alle macht in handen had, roeide hij iedereen uit die nog invloed had op het reilen en zeilen binnen Juda. Geen van zijn broers overleefde zijn moordlust (zie 2 Kronieken 21:2-20).
Het bleef niet bij deze moordpartijen. Joram ging de afgoden dienen en richtte altaren op voor de Baäl en andere goden.
God waarschuwt Joram
God stuurde de profeet Jesaja naar Joram met de boodschap dat, omdat hij van Hem was afgevallen, zijn broers had vermoord, de afgoden was gaan dienen en zijn volk had doen zondigen, er een vreselijke ziekte hem en zijn familie zou treffen.
Letterlijk zegt Jesaja: U zult ziek worden aan uw ingewanden; zo erg zal deze ziekte zijn dat uw ingewanden naar buiten zullen komen (2 Kronieken 21:13-20).
Wat was dat voor ziekte waaraan hij en zijn familie stierven? Was dit een ziekte die speciaal door God gezonden werd? Of een gevolg van het veronachtzamen van de voedingswetten die God in Zijn wijsheid aan Zijn volk had gegeven? Omdat het niet duidelijk in de tekst staat, mogen wij daar zelf een conclusie uit trekken.
Deze geschiedenis speelt zich af in een tijd waarin koelkasten onbekend waren en de temperatuur in Israël tot wel veertig graden kon oplopen. Vlees kan dan binnen enkele uren giftig worden en vol bacteriën zitten, zeker vlees van onreine dieren.
Wij mogen vermoeden dat de koning, die de geboden van God naast zich neerlegde, ook de voedselwetten niet serieus nam. De gevolgen daarvan zijn bekend. Toen wij in Nieuw-Guinea waren, zagen wij dat sommige stammen varkensvlees aten dat drie dagen ongekoeld was bewaard. Zonder ingrijpen zouden zij daaraan sterven.
Niemand luisterde naar de brief die Jesaja namens God als waarschuwing naar koning Joram stuurde. De gevolgen waren precies zoals aangekondigd. Hij en zijn gezin stierven aan een ernstige ingewandsziekte.
Gevolgen voor Juda
Ook voor zijn koninkrijk waren de gevolgen dramatisch. Het rijk dat koning David met zoveel moeite en oorlog had opgebouwd, viel uiteen. De Edomieten en het koninkrijk van Libna weigerden nog langer belasting te betalen en verklaarden zich onafhankelijk van Juda.
Er bleef slechts een kleine rompstaat over. Juda zou nooit meer een groot rijk worden zoals onder David en Salomo.
Wij als mensen kunnen eenvoudigweg niet in opstand komen tegen de Schepper, God, zonder dat daar vreselijke consequenties aan verbonden zijn.
Piet Westein
PS.
Na de waarschuwingen die koning Joram in de wind sloeg en de gevolgen die daarop volgden, zijn ook wij gewaarschuwd.
De voorschriften van God voor de mens, ook wat betreft voeding, gelden nog steeds. Onrein voedsel is nog steeds onrein. Wij doen er goed aan dit niet tot ons te nemen. Misschien merken wij de gevolgen niet meteen, maar op de lange termijn zal onze keuze in voeding zichtbaar worden, zo niet in onszelf, dan wel in de volgende generatie.
Wij kunnen beter gehoorzaam zijn aan God en Zijn voorschriften volgen.