09. Oordeel en Genade - Hoeveel boterhammen wil je hebben? (2 Koningen 4:42-44)

09. Oordeel en Genade - Hoeveel boterhammen wil je hebben? (2 Koningen 4:42-44)

09. Oordeel en Genade - Hoeveel boterhammen wil je hebben? 

(2 Koningen 4:42-44)

 

De hongersnood waarvan wij de vorige keer hebben gehoord is kennelijk nog steeds in het land. In dit gedeelte ontmoeten wij opnieuw een profeet die, hoewel niet bij name genoemd, zeer waarschijnlijk Elisa is.

Het is niet vreemd dat er nog steeds honger is in het land. Hongersnood kwam ongeveer eens in de drie jaar voor wanneer de vroege of de late regen niet op tijd viel.

In dit verhaal lijkt het erop dat er op sommige plaatsen wél geoogst kon worden. Er komt namelijk een man naar de profeet met een tas vol twintig gerstebroden (koeken) en ook met vers koren. Dat koren kon worden gemalen en verwerkt tot brood, of geroosterd en zo gegeten worden.

De knecht van de profeet (waarschijnlijk Gehazi) is echter niet zo blij met de hoeveelheid brood die wordt gebracht. Zijn opmerking is: Hoe kan ik met dit beetje voedsel honderd mannen voeden? Maar de profeet zegt: Zet het de mannen maar voor, zij zullen eten, verzadigd worden en er zal zelfs nog overblijven. En zo gebeurde het.

We zien dus dat niet alleen Jezus brood vermenigvuldigde. Ook in de tijd van Elia en Elisa gebeurde dit meerdere keren. Sterker nog, als God het nodig vindt, kan Hij dat vandaag de dag nog steeds doen.

 

 

Geestelijke lessen

Wat kunnen wij van dit wonder leren? Jezus zegt Zelf dat Hij het Brood des Levens is. Bovendien was dit brood gerstebrood van de eerstelingen en was er ook vers koren.

De gersteoogst in het Midden-Oosten viel samen met Pasen. Dit alles verwijst dus duidelijk naar het lijden en sterven van Jezus Christus.

Kunnen we ook nog iets leren van de getallen die in dit gedeelte voorkomen? We lezen over twintig gerstebroden en honderd mannen. In het Hebreeuws staat het getal tien voor de hand die stil staat, terwijl twintig de hand voorstelt die werkt of zinvol bezig is.

 

 

Geef en u zal gegeven worden

Jezus is met Pasen voor ons gestorven. Hoewel Zijn letterlijke bloed een beperkte hoeveelheid was, is het ruim voldoende om de zonden van de hele wereld weg te wassen.

Wij, gelovigen, hebben het evangelie ontvangen om dit door te geven aan de wereld om ons heen. Iedereen mag eten van het Brood dat uit de hemel is neergedaald. Wie eet, zal verzadigd worden en er zal zelfs overvloed zijn.

Het getal honderd staat in de Bijbel vaak symbool voor het geheel, of voor allen. In dit verhaal staat het voor iedereen die honger had en aan tafel ging. Allen werden gevoed, en er bleef nog over.

Onze opdracht is daarom duidelijk: geef het evangelie van Jezus Christus, dat wij zo overvloedig hebben ontvangen, door aan anderen. We hoeven nooit bang te zijn dat het opraakt, want door het te delen wordt het eindeloos vermenigvuldigd.

De belofte luidt niet voor niets: Geef, en u zal gegeven worden. Wilt u rijk worden in Christus, geef dan royaal door wat u weet over het evangelie, zodat u een eeuwige schat in de hemel verzamelt.

 

Piet Westein

 

P.S.

Is het niet fantastisch om al die letterlijke wonderen van de profeten te lezen? Hunkeren wij er niet naar om zelf zo’n wonder mee te maken?

Bedenk dan dit: de bekering van één mens die het evangelie van u aanneemt, geeft méér blijdschap in de hemel dan al deze wonderen bij elkaar.

Laten wij daarom dat geestelijke gerstezaad iedere dag zaaien, zodat het iedere dag Pasen kan zijn, met een rijke oogst van zielen.