08. In Zijn naam – Demonen herkennen Jezus en ze sidderen
In de vorige delen hebben we het over demonen gehad, waar wonen ze, hoe ze werken en uitdrijving. In dit vervoolg van de serie gaan we verder. We gaan dieper op de demonen en het Licht van Jezus in. Ook worden hierbij de canonnieke boeken gebruikt
Er zijn momenten in de Schrift waarin de onzichtbare wereld als het ware even zichtbaar wordt. Niet omdat wij die wereld kunnen doorgronden, maar omdat God ervoor kiest om iets te laten zien van wat anders verborgen blijft. In die momenten leren we niet alleen iets over demonen of onreine geesten,we leren vooral wie Jezus is.
Want niets openbaart Zijn heerlijkheid zo duidelijk als dit: de duisternis wijkt wanneer Hij verschijnt.
1. Wat zegt de Schrift over demonen?
De Bijbel spreekt vaak over “onreine geesten”. Hun oorsprong wordt niet uitgebreid uitgelegd, maar hun werking wordt helder zichtbaar.
Jezus zegt:
“Wanneer nu de onreine geest van de mens uitgegaan is, gaat hij door dorre plaatsen en zoekt rust, maar vindt die niet.”
(Matteüs 12:43)
De Schrift laat zien dat demonen:
- spreken
- denken
- herkennen
- reageren op Jezus
“En er was in hun synagoge een mens met een onreine geest, en die schreeuwde:
‘Ach! Wat hebben wij met U te maken, Jezus de Nazarener? Bent U gekomen om ons te gronde te richten? Ik weet Wie U bent, namelijk de Heilige van God!’”
(Marcus 1:23–24)
“En wanneer de onreine geesten Hem zagen, vielen zij voor Hem neer en riepen: U bent de Zoon van God!”
(Marcus 3:11)
2. Zij herkennen Hem vóór de mensen
Wat diep raakt, is dit: demonen herkennen Jezus onmiddellijk.
Waar mensen twijfelen, discussiëren en zoeken, is er in de geestelijke wereld geen twijfel.
“Ik weet Wie U bent, namelijk de Heilige van God!”
(Marcus 1:24)
Zij vallen neer.
Niet uit aanbidding, maar uit confrontatie met heiligheid.
3. “De demonen geloven en zij sidderen”
“U gelooft dat God één is; daar doet u goed aan. Maar ook de demonen geloven dit, en zij sidderen.”
(Jakobus 2:19)
Het is kennis zonder liefde.
Erkenning zonder overgave.
Het woord “sidderen” spreekt van diepe, innerlijke angst, niet voor macht alleen, maar voor oordeel.
4. Angst voor de afgrond
Wanneer zij Jezus ontmoeten, zeggen zij:
“Wat hebben wij met U te maken, Jezus, Zoon van God? Bent U hier gekomen om ons vóór de tijd te pijnigen?”
(Matteüs 8:29)
“En zij smeekten Hem dat Hij hun niet zou bevelen in de afgrond te varen.”
(Lucas 8:31)
En de Schrift openbaart die afgrond:
“En ik zag een engel neerdalen uit de hemel met de sleutel van de afgrond en een grote keten in zijn hand.”
(Openbaring 20:1)
Zij weten dat er een moment komt.
Een vastgestelde tijd.
5. De absolute autoriteit van Jezus
Jezus spreekt, en het gebeurt.
“Zwijg stil en ga uit hem!”
(Marcus 1:25)
“En Jezus bestrafte hem en zei: Zwijg stil en ga uit hem!”
(Lucas 4:35)
“En Hij zei tegen hen: Ga weg!”
(Matteüs 8:32)
Er is geen strijd.
Geen spanning.
Alleen autoriteit.
6. Door de Geest van God
Jezus’ macht staat niet los van Gods Koninkrijk:
“Maar als Ik door de Geest van God de demonen uitdrijf, dan is het Koninkrijk van God bij u gekomen.”
(Matteüs 12:28)
Hier zien we:
- de Zoon
- de Geest
- het Koninkrijk
in één lijn van overwinning.
7. Alles buigt voor Hem
Wat demonen doen, zal uiteindelijk iedereen doen:
“Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd…
opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie…
en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is…”
(Filippenzen 2:9–11)
Hun sidderen is een voorproef van een universele realiteit.
8. Wat betekent dit voor ons?
De Schrift zegt:
“Onderwerp u dan aan God. Bied weerstand aan de duivel en hij zal van u wegvluchten.”
(Jakobus 4:7)
En:
“Hij heeft de overheden en machten ontwapend… en over hen getriomfeerd.”
(Kolossenzen 2:15)
Wij leven niet in angst, maar in overwinning.
Slot
De Bijbel richt onze blik niet op demonen, maar op Jezus.
Want waar Hij verschijnt, wijkt de duisternis.
Waar Hij spreekt, gehoorzamen machten.
En waar Hij is, daar siddert de vijand.
Greetje Jansen
