07. Oordeel en Genade - Als je zoon sterft, ga je toch gewoon naar de profeet? (2 Koningen 4:8-37)

07. Oordeel en Genade - Als je zoon sterft, ga je toch gewoon naar de profeet?
2 Koningen 4:8-37

 

Een gastvrije vrouw in Sunem
Onze profeet Elisa was een rondtrekkende evangelist. Bij gebrek aan openbaar vervoer was hij aangewezen op de benenwagen of, als hij geluk had, een ezel. Onderdak kreeg hij daar waar gelovigen hem uitnodigden. Een van de steden waar hij regelmatig langskwam was Sunem. Daar woonde een rijke familie. De vrouw des huizes nodigde hem vaak uit wanneer hij in de buurt was. Ook dit keer drong zij er sterk op aan dat hij zijn intrek in haar huis zou nemen.

Zij overtuigde haar man om een bovenvertrek op het dak te bouwen en in te richten speciaal voor Elisa. Als dank voor haar goede zorgen wilde de profeet iets voor haar doen. Toen hij haar vroeg wat hij voor haar kon betekenen, zei zij: “Ik woon te midden van mijn familie.” In het Midden-Oosten betekende dit: ik heb alles wat ik nodig heb. Maar toen Elisa aan zijn knecht Gehazi vroeg of hij iets wist waarmee hij haar dankbaarheid kon tonen, antwoordde deze: “Zij heeft geen zoon en haar man is oud.”

Elisa liet haar roepen en toen zij voor hem stond, beloofde hij haar dat zij binnen een jaar een zoon zou hebben. Deze belofte werd door haar met twijfel ontvangen. Toch werd de profetie vervuld en werd de zoon geboren. Gods beloften worden altijd vervuld, dus ook hier.

Een dood kind in de armen van zijn moeder
Het verhaal krijgt een dramatisch vervolg. Als het kind een paar jaar oud is, gaat het op een dag naar zijn vader die op het veld is bij de maaiers. Het begint te klagen over hoofdpijn en de vader laat het naar zijn moeder brengen. In de middag sterft de jongen op haar schoot. Zo lijkt dit verhaal te eindigen in verdriet en verlies.

Maar de vrouw kende de profeet en wist dat hij tot God kon bidden en dat Hij hem zou verhoren. Daarom liet zij een ezelin zadelen en spoedde zich naar de berg Karmel, waar Elisa verbleef. Nadat hij gehoord had wat er was gebeurd, stuurde Elisa Gehazi met zijn staf vooruit met de opdracht deze op het kind te leggen. Zelf volgde hij met de vrouw, die niet van zijn zijde wilde wijken.

Toen Gehazi terugkwam, vertelde hij dat de jongen niet had gereageerd op de staf. Nu ging Elisa zelf naar het bovenvertrek, zocht God in gebed en strekte zich uit over de knaap. Het enige wat er gebeurde, was dat het lichaam warm werd. Elisa liep door het huis, bad opnieuw en boog zich opnieuw over de dode. Deze keer kwam er leven: de jongen begon zevenmaal te niezen en werd weer levend. Elisa liet de moeder komen, gaf haar het kind en zij wierp zich aan zijn voeten, nam het kind en ging heen.

 

Profetie en geestelijke betekenis
Wat een indrukwekkend verhaal van hoe God naar zijn profeten luistert en hun gebeden verhoort. Maar draagt dit gebeuren ook een profetische boodschap voor onze tijd? De vraag is op wie deze zoon wijst die stierf en weer opstond uit de dood.

Het is duidelijk dat de Bijbel altijd naar Jezus verwijst. In deze geschiedenis zien we een heenwijzing naar Jezus Christus, de Zoon die stierf en opstond uit de dood. Zoals de vrouw in haar nood tot de profeet vluchtte, zo mogen ook wij in onze nood tot Jezus gaan. Hij is Degene die leven geeft, zelfs sterker dan de dood.

 

Het is goed om een profeet in de buurt te hebben
De vrouw van Sunem wist waar zij moest zijn in haar nood. Ook wij moeten weten waar we heen gaan in onze nood. Niet naar mensen die slechts met staven zwaaien, maar naar Degene die werkelijk de macht over de dood heeft: Jezus Christus.

 

Piet Westein