06. Oordeel en Genade - Wat is dat nu voor olie?
(2 Koningen 4:1-7)
De naam van Elisa, als opvolger van Elia, was al gauw op ieders lippen. Het leek wel alsof dezelfde Geest die Elia motiveerde, nog sterker in zijn opvolger werkte. Hij was machtig in woord en daad. Zijn boodschap was, net als die van zijn voorganger: “Vreest God en geef Hem de eer, voordat Zijn oordelen over u komen.”
Deze geschiedenis begint met een weduwe, van wie de man, ook een profeet, gestorven was. Hij had echter slechts schulden nagelaten. Zo gebeurde het dat de schuldeiser kwam om de schuld te innen. Omdat zij geen mogelijkheid had om te betalen, wilde hij haar twee zonen meenemen om hen te verkopen. Dat was niet ongewoon in Israël; de schuldeiser stond volledig in zijn recht. Iedere rechtbank zou hem daarin gelijk gegeven hebben.
Met dit probleem wendde de vrouw zich tot Elisa. Zijn vraag aan haar was: “Wat heb je in huis?” Haar antwoord: “Ik heb niets in huis, dan een kruikje olie.”
De oplossing die de profeet haar aanreikt, klinkt vreemd. Zij moet de hele buurt afgaan en lege vaten lenen, zoveel als zij er maar kan krijgen. Daarna moet zij de deur van haar huis sluiten en met dat ene kruikje olie al die vaten vullen.
Menselijk gezien is dit onmogelijk. Uit een vat olie kun je wel een kruik vullen, maar andersom lukt dat niet. Toch aarzelt de weduwe niet en luistert zij naar de profeet. Zodra het huis vol staat met lege vaten, begint zij te gieten. Het wonder gebeurt: het ene na het andere vat wordt vol vanuit dat kleine kruikje.
Wanneer alle vaten vol zijn, gaat zij opnieuw naar Elisa en vraagt wat ze nu moet doen. Zijn opdracht luidt: “Verkoop de olie, betaal je schuld en leef van wat er overblijft.”
Een mooi verhaal, met een gelukkig einde. Maar wat kunnen wij er vandaag van leren?
Wie is wie?
Laten wij beginnen bij de weduwe. In de profetie is een vrouw vaak een beeld van de gemeente. Hier zien wij een vrouw van wie de man, een profeet, een beeld van Christus, gestorven is.
Ik ben degene die schuldig staat. Satan is de schuldeiser. De olie is een beeld van de Heilige Geest. De lege kruiken zijn onze medezondaars die nog niet van het evangelie hebben gehoord.
Wij mogen die olie, dat is de Geest, in hen gieten. Wij blijven altijd schuldenaars, zolang er mensen in onze omgeving zijn die het evangelie nog niet hebben aangenomen.
De twee zonen van de weduwe zijn misschien moeilijker te duiden, maar aangezien zij haar helpen bij het gieten van de olie, mogen wij hen zien als een beeld van hen die in de gemeente een taak hebben: predikanten, ouderlingen, diakenen en actieve leden.
De profeet raadt de weduwe aan om, nadat zij haar schuld had afbetaald, te leven van de opbrengst van de olie. Als wij dit toepassen, zien wij dat Jezus, de gestorven Profeet, bij Zijn hemelvaart de gemeente achterliet met een schuld: de roeping om het evangelie te verkondigen.
Door Zijn profeten, zoals Elisa, wijst Hij ons op de Trooster, de Heilige Geest, die na Zijn hemelvaart gegeven is. Die Geest geeft ons de opdracht om onder Zijn leiding de boodschap van het evangelie te brengen aan alle volken, talen en natiën.
Dat is de “schuld” die wij dragen: niet onze eigen zonden, want die zijn op het Lam van God gelegd, maar de roeping om anderen met het evangelie te bereiken. Wij zijn schuldenaars van iedereen die Jezus nog niet als Verlosser heeft aangenomen.
En deze schuld kunnen wij aflossen. Hoe? Door lege vaten ,ongelovigen, op te zoeken en hen te vullen met de kennis van de verlossing door het Lam van God.
Is dat eigenlijk zo moeilijk?
Piet Westein
P.S. Al die wonderen in het leven en werk van Elisa, en dat zijn er veel, hebben een Christocentrische betekenis. Zo dragen zij allemaal een evangelische boodschap voor onze tijd.