06. Israël - Herstel, geen vervanging. Gods plan met Israël

06. Israël - Herstel, geen vervanging. Gods plan met Israël

 

1. Herstel, geen vervanging

Wanneer Paulus zijn brief aan de Romeinen schrijft, doet hij dat als een Jood die de Schriften kent en liefheeft. Hij spreekt niet over afschaffing van Israël, maar over herstel. Zijn vraag in Romeinen 11:1 is scherp: “Heeft God Zijn volk verstoten?” En het antwoord is even krachtig: “Volstrekt niet!”

Paulus gebruikt hiervoor het Griekse mē genoito – een ontkenning die nauwelijks sterker kan.
God laat Zijn volk níet los.

 

Het mysterie van vers 25

Paulus spreekt over een mysterion: geen duister geheim, maar een stukje van Gods plan dat Hij nu openbaart. Het gaat niet over vervanging, maar over een tijdelijke verharding van Israël, “totdat de volheid van de heidenen is binnengegaan.”

En dan zegt Paulus: “En zó zal heel Israël behouden worden.”
Niet: “de kerk als geestelijk Israël”, maar Israël zelf, precies zoals de profeten al zagen (Jes. 59:20–21).

Profetische lijn

De lijn is vertrouwd uit Hosea en Jesaja: een tijd van verstrooiing, verharding, en daarna herstel. Paulus sluit aan bij diezelfde verwachting die in het hart van Israël leeft.

 

2. Israël blijft een verbondsvolk

Paulus gaat verder: “Zij zijn geliefden om der vaderen wil, want de genadegaven en de roeping van God zijn onberouwelijk” (Rom. 11:28-29).

Dat betekent: God komt niet terug op wat Hij aan Abraham, Izak en Jakob beloofd heeft. Zijn verbond blijft staan, zelfs wanneer velen de Messias nog niet herkennen.

 

Verbondstrouw in Schrift en traditie

In de Hebreeuwse Bijbel is Israël altijd een concreet volk, met een land, een taal en een geschiedenis. Ook in de rabbinale traditie worden de herstelprofetieën, zoals Ezechiël 36 en 37, altijd gelezen als letterlijke én geestelijke beloften aan dit volk.

De terugkeer naar het land is geen toevallige geschiedenis, maar een teken van Gods trouw.

 

3. Jezus vervangt Israël niet - Hij roept leerlingen binnen Israël

Sommige woorden van Jezus worden soms gebruikt als bewijs voor vervanging, maar in werkelijkheid laten ze het tegenovergestelde zien.

Wanneer Jezus spreekt over mensen uit oost en west die aanzitten met Abraham (Matt. 8:11-12), of over de “andere schapen” (Joh. 10:16), dan gaat het niet om een nieuw volk dat het oude vervangt. Het gaat om heidenen die worden toegevoegd.

 

Eén kudde, één Herder

Jezus vormt geen nieuwe stam; Hij brengt anderen binnen in de bestaande kudde van God. Zo ontstaat er één kudde onder één Herder – precies zoals Ezechiël 34 al profeteerde.

 

De olijfboom

Paulus werkt dit beeld uit: de gemeente is geen vervangende boom; zij wordt geënt op de bestaande wortel.
De wortel blijft Israël.
Geen enkele tak mag zich verheffen boven de wortel die haar draagt.

 

4. Politiek Israël is niet hetzelfde als het theocratische Israël, maar het is wél een teken

Messiaanse uitleggers maken een onderscheid dat belangrijk is:

  • De moderne staat Israël is niet de voltooiing van alle profetieën.
  • Maar zij is ook niet zonder betekenis.

De terugkeer van Joden naar hun land past in hetzelfde patroon dat we in Ezra zien: God gebruikt soms zelfs seculiere heersers om Zijn volk terug te brengen (Ezra 1:1-4).

Rabbinale en messiaanse geleerden zien deze terugkeer als een voorbereiding op datgene wat God nog gaat doen. Geen eindpunt, maar een wegwijzer.

 

5. Wat is nu het werkelijke ‘geheimenis’ van Romeinen 11?

Wanneer we Romeinen 11 lezen vanuit Joods en messiaans perspectief, zien we een harmonische lijn:

  • Een deel van Israël is tijdelijk verhard.
  • Daardoor krijgen de volken ruime toegang tot het heil.
  • Diezelfde volken worden toegevoegd aan het verbond.
  • Israël blijft tegelijk geroepen en bemind.
  • Uiteindelijk brengt God alles samen in herstel en eenheid.

Paulus’ diepe boodschap:
in de Messias worden Jood en heiden één lichaam, zonder dat Gods oorspronkelijke verbond met Israël ophoudt te bestaan.

 

Conclusie

De gedachte dat “de profetische rol is overgegaan op de gemeente” botst frontaal met Paulus’ woorden: “God heeft Zijn volk niet verstoten.”

In zowel Joodse als messiaanse uitleg blijft Israël een blijvend onderdeel van Gods heilsplan – als volk én als geestelijke roeping. De gelovigen uit de volken worden toegevoegd, niet in de plaats gesteld.

Israël is niet vervangen door de gemeente; de gemeente is uitgebreid Israël, waar Jood en heiden elkaar ontmoeten in de Messias.

 

Greetje Jansen