02 Israël - Het Huis van Israël en Juda, het Nieuwe Verbond
Jeremia’s Nieuwe Verbond, vernieuwing van binnenuit, één Geest, één wortel, een blijvende roeping voor Israël en gedeelde zegen voor de volken.
Korte uitleg
In de donkerte van de ballingschap klinkt hoop.
Jeremia 31:31- 37 belooft een Nieuw Verbond met het huis van Israël en het huis van Juda, geen afschaffing van het eerste, maar vernieuwing van binnenuit: de Torah in het hart, vergeving, intieme kennis van God, onderstreept met de scheppingsorde als garantie voor Israëls blijvende bestaan.
Ezechiël 36-37 tekent dezelfde beweging met andere kleuren: reiniging, een nieuw hart, een nieuwe geest, de gave van de Geest Zelf, én herstel van het volk in het land. In de vallei van dorre beenderen (37:1-14) en de samensmelting van de twee stokken (37:15-28) wordt zichtbaar dat God Israël zowel geestelijk als nationaal herstelt.
In dit deel leggen we uit hoe deze woorden toen klonken, hoe zij nu werken in de Messias, en hoe de dubbele vervulling ons nuchter, waakzaam en hoopvol maakt.
Leesplan
• Jeremia 31:31-37
• Ezechiël 36:22-28
• Ezechiël 37:1-14
• Hebreeën 8:6-13
• Romeinen 2:28-29
• Johannes 7:37-39
Toen: beloften van vernieuwing in ballingschap
Jeremia spreekt tot een volk dat zijn land, tempel en eigen kracht verloor. In deze diepte belooft God geen oppervlakkige reparatie, maar een radicale innerlijke vernieuwing:
- Nieuw Verbond
“Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven… Ik zal hun ongerechtigheid vergeven.” (Jer. 31:33-34) - Scheppingsgarantie
Zolang zon, maan en sterren hun orde houden, blijft Israël een volk voor Zijn aangezicht (Jer. 31:35-37).
Ezechiël vult dit in detail in:
- Reiniging door rein water (Ez. 36:25)
- Nieuw hart en nieuwe geest (Ez. 36:26)
- Mijn Geest in uw binnenste (Ez. 36:27)
- Wonen in het land dat God hun vaderen gaf (Ez. 36:28)
En vervolgens het nationale en geestelijke herstel:
- Dorre beenderen → levend volk (Ez. 37:1–14)
God opent de graven, brengt hen terug, geeft Zijn Geest. - Twee stokken, Juda en Efraïm, één in Zijn hand (Ez. 37:15–28)
Eén volk, één herder, één Koning: dit vooruitzicht gaat verder dan Babel; het reikt naar de toekomst onder de Messias.
Deze profetieën combineren innerlijke transformatie en nationaal herstel. Beide horen bij het Nieuwe Verbond dat Jeremia en Ezechiël verkondigen.
Nu: hartvernieuwing in de Messias, gedeelde zegen, blijvende roeping
In de Messias komt het Nieuwe Verbond tot leven.
Pinksteren is de eerste vruchtenoogst van Jeremia 31 en Ezechiël 36-37:
de Geest wordt uitgestort, de Torah wordt in harten geschreven, mensen worden van binnenuit vernieuwd.
Gelovigen uit de volken delen mee, niet in plaats van Israël, maar samen mét het gelovige overblijfsel uit Israël.
Hier vallen de teksten precies in elkaar:
- Romeinen 2:28-29: de ware besnijdenis is die van het hart, door de Geest.
Dit bevestigt Deuteronomium 30, Jeremia 31 en Ezechiël 36. - Hebreeën 8:6-13 citeert Jeremia 31 en verklaart dat de Messias de Middelaar is van het betere verbond, maar het blijft geworteld in Israël en Juda, het volk aan wie de belofte eerst is gegeven.
- Johannes 7:37-39: Jezus spreekt over stromen van levend water, de gave van de Geest, als vervulling van de verwachting van het nieuwe hart en de nieuwe Geest.
De gemeente uit de volken leeft van dezelfde wortel, ontvangt dezelfde Geest, en erkent tegelijkertijd Gods blijvende verkiezing en roeping voor Israël (Rom. 11).
Dubbele vervulling
De profetie kent twee lagen die elkaar niet opheffen maar versterken:
- Historisch – terugkeer uit Babel
Herbouw van het land, het altaar, de tempel; hernieuwde toewijding. - Messiaans – vernieuwing van binnenuit
De wet in het hart, de Geest in het binnenste, blijvend leven onder de Koning-Messias.
En tegelijk: de roeping van Israël blijft zichtbaar in de geschiedenis, zoals bevestigd door Jeremia 31:36-37.
De vernieuwing is al (door de Geest) en nog niet (volledig herstel van Israël en de wereld). De aarde zucht nog, maar de Geest werkt nu in Jood en heiden die de Messias liefhebben.
Samenvatting
Het Nieuwe Verbond vernieuwt het hart en bevestigt Gods trouw.
In de Messias deelt de gemeente in deze vernieuwing, en Israëls roeping blijft.
Zo leven wij vandaag:
vol van de Geest,
geworteld in het verbond,
verwachtingsvol naar het herstel dat God voltooien zal.
Greetje Jansen
Bijbelse onderbouwing
• Jeremia 31:31-37 - Nieuw Verbond met Israël en Juda, scheppingsgarantie
• Ezechiël 36:22-28 - rein water, nieuw hart, nieuwe Geest, wonen in het land
• Ezechiël 37:1-14 - opstanding, geestelijke én nationale vernieuwing
• Ezechiël 37:15-28 - één volk, onder één Koning
• Hebreeën 8:6-13 - bevestiging van Jeremia’s belofte in de Messias
• Romeinen 2:28-29 - besnijdenis van het hart als innerlijke toewijding
• Johannes 7:37-39 - de Geest als levende vervulling van het Nieuwe Verbond
Joodse en messiaanse stemmen
Rabbinale uitleggers zien Jeremia 31 niet als afschaffing, maar als vernieuwing van het bestaande verbond: het is verdieping, niet vervanging.
Messiaans-Joodse uitleggers leggen de nadruk op de gave van de Geest, die innerlijke gehoorzaamheid werkt zodat het volk van harte Gods weg kiest, terwijl Israëls nationale roeping blijft bestaan.
David H. Stern wijst erop dat Hebreeën 8 Jeremia niet ombuigt tegen Israël, maar de belofte via de Messias opent naar de volken, met behoud van Israëls identiteit en roeping.
