Een wankele troon voor David
2 Samuël 2
Inleiding
Deze studie beschrijft hoe Davids koningschap begint met verdeeldheid onder Gods volk, en wat dat ons leert over geduld en geestelijke strijd. Het toont de spanning tussen Gods beloften en menselijke machtsspelletjes.
David zoekt Gods leiding
Nadat David en zijn mannen geruime tijd rouw hadden bedreven om Saul en zijn zonen, raadpleegde David God. Hij liet de priester Abjathar komen met de efod, en via de Urim en Thummim stelde hij zijn vragen. De brandende vraag op Davids hart was: “Kunnen mijn mannen en ik terugkeren naar ons eigen stamgebied?” Het antwoord van God was bevestigend. God wees hem zelfs de stad aan waarin hij zich moest vestigen: Hebron, de meest zuidelijke woestijnstad. Dit was voor David en zijn mannen een grote opluchting, want eindelijk mochten zij het land van de Filistijnen verlaten.
Nu koning Saul gestorven was, stond niemand David meer in de weg om de macht in Israël over te nemen. Toch wachtte David geduldig af wat God met hem voorhad. Intussen vergaderden de leiders van de stam Juda. Zij besloten zich af te scheiden van de overige elf stammen, omdat zij niet langer geregeerd wilden worden door het huis van Saul. Iedereen wist immers dat David door Samuël met olie tot koning was gezalfd. Het werd tijd dat daar iets mee gedaan werd.
De familiehoofden van Juda verzamelden zich in Hebron bij David. Daar gebeurde iets merkwaardigs: zij zalfden hem opnieuw tot koning. De eerste zalving was door Samuël, in opdracht van God, en gold voor heel Israël. Nu echter zalfden de hoofden van Juda hem slechts tot koning over hun eigen stam. Het is de vraag of dit in Gods bedoeling lag. Zo regeerde David zeven jaar en zes maanden in Hebron, alleen over Juda.
Isboset koning over Israël
Daarna zien wij de hand van Abner, de opperbevelhebber van Sauls leger. Abner wilde zijn machtspositie, die hij onder Saul had opgebouwd, niet verliezen. Daarom nam hij een zoon van Saul, Isboset, en zette hem op de troon van zijn vader. Zo kon Abner zelf de werkelijke macht achter de schermen behouden. Isboset was toen veertig jaar oud.
Zo ontstonden er twee koninkrijken binnen Israël: elf stammen onder Isboset en één stam, Juda, onder David. Dat dit niet goed kon aflopen, begreep iedereen. Abner trok met het leger van Israël op tegen de troepen van Juda, onder bevel van Joab, Davids generaal. De twee legers ontmoetten elkaar bij de vijver van Gibeon.
Vierentwintig doden voor vermaak
Daar stonden de beide legers, elk aan een kant van de vijver. De generaals Abner en Joab, die elkaar goed kenden, overlegden met elkaar. Abner stelde voor dat twaalf jonge strijders van elk leger het tegen elkaar zouden opnemen, ter vermaak van de manschappen. Zo werden er vierentwintig uitverkoren mannen, de besten van beide kampen, naar voren gebracht.
Toen zij elkaar bestreden, bleken zij aan elkaar gewaagd. Zij stormden op elkaar af, grepen elkaar bij de baard en staken hun zwaard in elkaars zijde. Alle vierentwintig vielen tegelijk dood ter aarde. Het gevecht, waarop men zich had verheugd, was in enkele seconden voorbij. Het verkeerde schouwspel kreeg een bloedige afloop. De plaats van dit drama noemde men later Chelkad-Hassurim, het veld van de lange messen.
Wat leren wij hiervan?
Wat heeft deze geschiedenis ons te zeggen? Welke geestelijke les kunnen wij hieruit trekken, en hoe herkennen wij Christus hierin? Om dat te doen, moeten wij letten op de betekenis van de namen in dit verhaal.
Abner betekent: vader van het licht. Onwillekeurig denken wij aan Lucifer, wiens naam ook lichtdrager betekent. Zowel Abner als Lucifer zetten hun krachten in voor het kwade.
Isboset betekent: schandelijke man. Het is onwaarschijnlijk dat Saul zijn zoon bij de geboorte zo’n naam gaf. Waarschijnlijk kreeg hij die naam door zijn schandalige levenswandel. Toch plaatste Abner hem op de troon, omdat hijzelf de feitelijke macht wilde behouden.
David betekent: geliefde zoon. Zo staat ook Jezus, de geliefde Zoon van God, tegenover satan, de gevallen lichtdrager. David, de jongste zoon van Isaï, stond hier tegenover Abner, de zogenaamde vader van het licht, die een schandelijke man op de troon zette.
Hoe staat het in onze tijd?
In onze dagen hoeven wij niet te zoeken naar een koning van Nederland die dit vervult. Wij moeten kijken naar een wereldmacht die zich kenmerkt door schandelijke daden, een macht die, net als Isboset, een kwaadaardige kracht achter zich heeft. Een macht die zelfs durft te zeggen: “Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde” en daarmee de plaats van Jezus Christus bezet. Deze macht is te herkennen aan een drievoudige kroon, waarmee zij claimt te heersen over hemel, hel en aarde.
Ik adviseer u ernstig om te onderzoeken of zo’n macht werkelijk bestaat. Als u haar herkent, houdt u zich verre van haar. Sluit u liever aan bij de volgelingen van de Man van Smarten.
Piet Westein
P.S.
Het koningschap van David leek op dat moment nog niet van de grond te komen. Hoewel hem het koningschap over heel Israël beloofd was, regeerde hij slechts in Hebron over één stam, terwijl de elf andere stammen tegen hem waren. Is het te moeilijk voor God om Zijn belofte te vervullen? Misschien moeten wij, net als David, leren geduldig te wachten.
