01. Israël: Het Eeuwige Verbond begint bij Abraham

01. Israël: Het Eeuwige Verbond begint bij Abraham

01. Israël :  Het Eeuwige Verbond begint bij Abraham

 

Ontdek hoe Gods eeuwige verbond met Abraham, land, nageslacht en zegen, door profeten én Messias wordt verdiept, en hoe de Geest het nieuwe verbond in ons hart schrijft, zonder Israëls blijvende roeping te vervangen.

 

Korte uitleg

Gods plan met de wereld begint klein, met één man die luistert. Abram wordt geroepen, hij laat achter wat vertrouwd is, en hij ontvangt een belofte die de loop van de geschiedenis bepaalt. De Schrift noemt dit een eeuwig verbond, een belofte van land, nageslacht en zegen.

Maar de profeten laten zien dat dit verbond een toekomst heeft die verder gaat dan Abraham alleen. Jeremia 31 spreekt over een vernieuwd verbond dat op hetzelfde volk komt, maar in hun hart wordt geschreven. Ezechiël 36–37 toont de fysieke én geestelijke vernieuwing van Israël: terugkeer naar het land, een nieuw hart, een nieuwe geest, en zelfs opstanding uit symbolische graven.

In dit deel leggen we uit hoe het verbond werkte in Abrams dagen, hoe het vandaag spreekt tot ons, en hoe de Messias de diepte van deze belofte ontsluit, zoals beschreven in Hebreeën 8 en in de woorden van Jezus in Johannes 7:37- 39 over het levende water van de Geest.

 

Leesplan

• Genesis 12:1- 3
• Genesis 15:1- 21
• Genesis 17:1- 8
• Psalmen 105:8 -11
• Deuteronomium 30:1-10
• Galaten 3:6 -16
• Romeinen 11:16 - 29

 

Toen: het verbond in de dagen van Abraham

Abram leefde in een wereld van veelgodendom en onzekere toekomst; God sprak, Abram ging. De drie pijlers van de belofte klinken meteen: land, nageslacht, zegen.

In Genesis 15 bevestigt God de belofte met een plechtige verbondssluiting: Hij Zelf gaat tussen de delen door, als teken dat Hij de draagkracht van het verbond is. In Genesis 17 noemt de HEERE het een eeuwig verbond, en het land Kanaän een eeuwig bezit. Psalm 105 zingt later dat God Zijn verbond gedenkt tot in eeuwigheid, het verbond met Abraham, bevestigd aan Jakob en Israël.

Dit alles is concreet: een echt land, een echt volk, echte geschiedenis. Tegelijk is het moreel geladen: trouw, heiligheid, barmhartigheid.

Deuteronomium 30 laat zien dat ongehoorzaamheid tucht brengt, maar geen opheffing van het verbond. Na oordeel volgt roeping tot terugkeer, met de belofte van een besneden hart.

Hier sluiten de profeten exact bij aan:

  • Jeremia 31:31–37 zegt dat God Zijn eeuwige trouw aan Israël nooit zal verbreken:
    “Als deze orde zou wijken… dan zou ook het nageslacht van Israël ophouden voor Mijn aangezicht te zijn tot een volk.”
    Het nieuwe verbond wordt niet los van Israël gegeven, maar aan Israël—met een wet in het hart geschreven, vergeving, herstel van relatie.
  • Ezechiël 36:22–28 verbindt dit herstel direct aan het land én aan innerlijke vernieuwing:
    “Ik zal u uit de volken halen… Ik zal u een nieuw hart geven… Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven.”
  • Ezechiël 37:1–14, de vallei van dorre beenderen, laat zien dat God Israël nationaal en geestelijk tot leven wekt:
    “Ik zal uw graven openen… Ik zal Mijn Geest in u geven.”

Deze profetieën bevestigen dat het Abrahamitische verbond niet wordt afgeschaft, maar naar zijn voltooiing wordt gedreven.

 

Nu: delen in de zegen, wandelen in de roeping

Vandaag lezen we deze teksten niet als museumstukken, maar als levende werkelijkheid. In de Messias, het Zaad van Abraham, gaat de zegen naar de volken.

Galaten 3 verklaart dat wie in Christus gelooft, deel krijgt aan Abrahams zegen, niet door afkomst, maar door geloof.

Maar tegelijk blijft de roeping van Israël bestaan.

In Romeinen 11 waarschuwt Paulus gelovigen uit de volken om zich niet te verheffen tegen de natuurlijke takken: “De wortel draagt u, niet u de wortel.” God heeft Israël niet verstoten; Zijn roeping is “onberouwelijk”.

 

Hier passen twee NT: teksten die de diepte van het verbond uitwerken:

  • Romeinen 2:28–29 onderstreept dat ware verbondenheid met God een besnijdenis van het hart,  is een werk van de Geest, niet slechts van de letter.
    Dit sluit nauw aan bij Deuteronomium 30 en Ezechiël 36.
  • Hebreeën 8:6–13 neemt Jeremia 31 over en laat zien dat het nieuwe verbond betere beloften heeft: Gods wet in ons hart, vergeving, intieme kennis van Hem.
    Maar het blijft geworteld in het volk aan wie het eerst werd gegeven.

Johannes 7:37–39 verbindt deze lijn rechtstreeks met Jezus:
“Wie in Mij gelooft… uit zijn binnenste zullen stromen van levend water vloeien.”
Dit zei Hij over de Geest, exact wat Ezechiël 36 en 37 beloofden.

Praktische implicatie:
Wij leven zegenend. Wij spreken waarheid. Wij kiezen trouw. Wij bidden voor het Joodse volk. Wij zoeken het goede voor onze stad. Ons leven weerspiegelt het hart van het verbond.

 

Dubbele vervulling

De belofte aan Abraham heeft een dubbele diepte:

  1. Historisch: een tastbaar volk in een tastbaar land, door God verkoren, getuchtigd, maar nooit verlaten (Jer. 31:36).
  2. Messiaans: de komst van het Zaad, waardoor alle volken delen in de zegen (Gal. 3).

De komst van Jezus heft de land:  en volkbelofte niet op; Hij verdiept de reikwijdte van de zegen. De Schrift zet beide lijnen naast elkaar: de geschiedenis van Israël én de wereldwijde uitwerking in de Messias dragen sámen Gods plan.

 

Samenvatting

God sluit met Abraham een eeuwig verbond. Land, nageslacht en zegen horen bij elkaar.
De profeten (Jeremia, Ezechiël) laten zien dat dit verbond een toekomst heeft die diep ingrijpt in het hart van Israël.
De Messias opent de zegen naar de volken, zonder Israëls roeping te beëindigen.
Daarom leven wij in trouw, geloof en zegen, dicht bij de wortel, dicht bij Gods hart.

 

Greetje Jansen

 

Bijbelse onderbouwing

• Genesis 12, 15, 17 :  verbond, land, nageslacht, zegen
• Psalm 105:8–11 -  God gedenkt Zijn verbond, land als erfdeel
• Deuteronomium 30 - tucht en herstel, besnijdenis van het hart
• Jeremia 31:31–37 - nieuw verbond met Israël, blijvende trouw
• Ezechiël 36:22–28 - nieuw hart, nieuwe geest, terugkeer naar het land
• Ezechiël 37:1–14 - opstanding, nationale en geestelijke vernieuwing
• Galaten 3:6–16 - het Zaad is de Messias, zegen voor de volken
• Romeinen 2:28–29 - besnijdenis van het hart
• Hebreeën 8:6–13 - vervulling van Jeremia 31 in de Messias
• Romeinen 11:16–29 - ingeënt in Israëls olijfboom, de wortel draagt
• Johannes 7:37–39 - de Geest, het levende water van het nieuwe verbond

 

Joodse en messiaanse stemmen

Rashi benadrukt in Genesis 17 de letterlijke dimensie van land en nageslacht: het eeuwige karakter van het verbond is geen metafoor.
Messiaans: Joodse uitleggers zoals David H. Stern en Arnold Fruchtenbaum leggen uit dat gelovigen uit de volken delen in de geestelijke zegen door de Messias, terwijl de nationale roeping van Israël blijft.
Michael L. Brown onderstreept dat tucht en verstrooiing Gods trouw niet breken (vgl. Jer. 31:37); zij openbaren heiligheid en genade tegelijk.